Hoge Raad gaat “om”: faillissement VOF betekent niet steeds dat van vennoten

Door Hidde Reitsma in Insolventierecht, Verbintenissenrecht op 4 minuten leestijd

Hoge Raad gaat “om”: faillissement VOF betekent niet steeds dat van vennoten

Heel soms komt de Hoge Raad (HR) terug op vaste rechtspraak. Op 6 februari 2015 wees de HR een arrest waarin het besliste dat het faillissement van een Vennootschap onder Firma (VOF) “niet steeds en noodzakelijkerwijs tevens het faillissement van de vennoten meebrengt”.  Daarmee breekt de HR met jurisprudentie die teruggaat tot 1927. Omdat vennoten van een VOF hoofdelijke aansprakelijkheid schuldenaren gezamenlijk aansprakelijk voor een en dezelfde schuld. Betaling van de een werkt bevrijdend voor de ander, jegens de schuldeiser.
» Meer over hoofdelijke aansprakelijkheid
hoofdelijk
aansprakelijk zijn voor schulden van de VOF, bracht het faillissement van een VOF noodzakelijkerwijs ook het faillissement van de vennoten mee. Er was maar één uitzondering: de schuldsaneringsregeling (WSNP) staat bij faillissement van de VOF aan het faillissement van de betreffende vennoot in de weg. Advocaat ondernemingsrecht Hidde Reitsma legt uit.

 

Rechtbank en hof verklaren vennoot failliet

De eiser De partij die gedagvaard wordt om te verschijnen in een rechtszaak wordt aangeduid als de gedaagde. Dit in tegenstelling tot de eiser, de partij die het initiatief tot de rechtszaak heeft genomen en daartoe door een gerechtsdeurwaarder een dagvaarding heeft laten betekenen aan de gedaagde.
» Meer over eiser
eiser
tot cassatie Het beroep dat tegen een arrest van het Hof kan worden ingesteld bij de Hoge Raad
» Meer over cassatie
cassatie
in deze zaak was vennoot van een VOF die een bouwonderneming dreef. Een crediteur vroeg het faillissement aan van zowel de VOF als de vennoten, waaronder de eiser in cassatie. Deze had echter al verzocht dat hij zou worden toegelaten tot de WSNP. Voordat de rechtbank op dit verzoek kon beslissen, verklaarde de rechtbank de VOF – en dus ook haar vennoten – failliet. Dat was immers al sinds 1927 de vaste rechtspraak.  De eiser gaat in verzet De gedaagde die door de rechter bij verstek is veroordeeld, kan daar in verzet tegen komen.
» Meer over verzet
verzet
tegen deze afwijzing. In dit verzet oordeelt het Hof dat de rechtbank weliswaar nog had moeten wachten met de faillietverklaring (omdat de faillissementswet vereist dat eerst wordt beslist op het verzoek tot toelating tot de WSNP), maar dat het inmiddels onherroepelijke faillissement van de VOF toch alleen maar kan meebrengen dat ook de vennoot failliet wordt verklaard.

Eiser gaat in cassatie: faillissement VOF hoeft niet faillissement vennoot te betekenen

De HR is het met deze redenering van het Hof niet eens. Sterker nog: de HR breidt de bestaande uitzondering (bij toepassing van WSNP) niet uit, maar formuleert het faillissement van de vennoot als een uitzondering. Daarbij wijst de HR op het bijzondere karakter van de VOF. De VOF heeft geen rechtspersoonlijkheid, maar wel een afgescheiden vermogen. Daarmee is de VOF een aparte figuur: een VOF kan procespartij zijn en failliet verklaard worden, maar blijft niets meer dan een contractuele samenwerkingsvorm. De Faillissementswet bepaalt ook slechts dat een aangifte tot faillietverklaring van een VOF ook de naam en woonplaats van de vennoten dient te vermelden. Ook uit deze wet volgt dus niet dat de vennoten het lot van de VOF moeten volgen.

HR: vennoot kan voldoende vermogen hebben om schuld VOF te betalen

De omstandigheid dat een VOF haar verplichtingen niet voldoet, kan dus het oordeel wettigen dat ook haar vennoten zijn opgehouden te betalen. Omdat die vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de VOF (art. 18 wetboek van Koophandel) zal dat doorgaans onvermijdelijk zijn, maar het behoeft niet noodzakelijkerwijs het geval te zijn, aldus de HR. Zo kan een vennoot, in tegenstelling tot (het afgescheiden vermogen van) de VOF zelf, voldoende (privé)vermogen hebben om zowel de schuldeisers van de VOF als zijn privéschuldeisers te voldoen. En zelfs als hij bepaalde vorderingen niet voldoet, brengt dat nog niet noodzakelijkerwijs mee dat hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Dat is (sinds 6 februari 2015) dus een aparte toets die de rechter die oordeelt over het faillissement van een VOF ten aanzien van haar vennoten moet maken.

Vorderingen op VOF en vennoten zijn afzonderlijke vorderingen

Ten slotte wijst de HR erop dat de vorderingen op de VOF en op de vennoten als afzonderlijke (samenlopende) vorderingen moeten worden beschouwd. Die kunnen onafhankelijk van elkaar kunnen worden ingesteld en verhaald. In verband daarmee is het mogelijk dat een vennoot een hem persoonlijk toekomend verweermiddel (bijvoorbeeld een tegenvordering) kan aanvoeren tegen de vordering van de aanvrager van het faillissement of van andere schuldeisers, die de VOF zelf niet heeft.

Blijf op de hoogte: de nieuwsbrief van AMS Advocaten

Elke maand de best gelezen blogs in een overzichtelijke e-mail ontvangen? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Gratis en vrijblijvend uiteraard!
  • * = verplicht veld
  • Hidde Reitsma - Advocatenkantoor AMS Advocaten
    Hidde Reitsma Hidde heeft een brede ervaring opgedaan in de civiele procespraktijk en specialiseerde zich later in het ondernemingsrecht en insolventierecht. Zijn gevarieerde proces- en adviespraktijk is daar de weerslag van. Volg Hidde ook op Google, LinkedIn of Twitter. Hidde is bereikbaar via e-mail en +31 (0)20-3080315.
    Volg ons op social media
    Ontvang onze nieuwsbrief
    Elke maand de best gelezen blogs in een overzichtelijke e-mail ontvangen?
    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
  • * = verplicht veld
  • Categorieën
    Meer in Insolventierecht, Verbintenissenrecht
    Wanneer is er sprake van overgang van onderneming? AMS legt uit!
    Schending zorgplicht adviseur bij onjuiste omzetprognose?

    Op dit blog zijn al verschillende uitspraken behandeld over de vraag of een franchisegever aansprakelijk gehouden kon worden voor het...

    Sluiten