Q-Music schond afspraak met Q-dance over merk- en handelsnaamgebruik

In kort geding is onlangs geoordeeld dat Q-Music een afspraak heeft geschonden met Q-Dance over het gebruik van de naam Q-music. Advocaat intellectueel eigendomsrecht Verzamelnaam voor rechten op intellectuele creaties.
» Meer over intellectueel eigendomsrecht
intellectueel eigendomsrecht
Willem Timmers bespreekt de zaak.

Voorgeschiedenis

Q-Dance organiseert sinds 1999 in Nederland muziekfestivals en muziekevenementen toegespitst op dancemuziek onder de handelsnaam Q-dance. In augustus 2001 heeft Q-Dance het woordmerk Een merk dat bestaat uit één of meer woorden
» Meer over woordmerk
woordmerk
Q-Dance als Beneluxmerk gedeponeerd. Bekende festivals die Q-Dance organiseert zijn Defqon, In Qlimax en Dominator.

Sinds augustus 2005 exploiteert Q-Music de commerciële radio-omroep die uitzendt onder de naam Q-Music.

Q-Dance heeft zich hiertegen verzet, omdat dit zou kunnen leiden tot verwarringsgevaar bij het publiek.

Terzijde merk ik op dat zowel “Dance” als “Music” in beide namen louter beschrijvend is. Het gaat dus feitelijk om de “Q” waar het gerechtvaardigde bezwaar (i.e. verwarringsgevaar) zou kunnen zitten voor wat betreft het merkenrecht De bescherming die een houder van een merk geniet tegen gebruik van zijn merk door derden.
» Meer over merkenrecht
merkenrecht
en handelsnaamrecht De bescherming van een ondernemer ten aanzien van (het gebruik door anderen van) zijn handelsnaam.
» Meer over handelsnaamrecht
handelsnaamrecht
. Maar in dit geval is er ook een overeenkomst Een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere partijen een verbintenis aangaan.
» Meer over overeenkomst
overeenkomst
en dat is waarop een beroep is gedaan.

Co-existentieovereenkomst

Partijen zijn in onderhandeling getreden en hebben een zogenoemde co-existentie overeenkomst gesloten om het geschil op te lossen. Op die manier kunnen partijen onder voorwaarden naast elkaar bestaan. Toch leidt dat vaak tot problemen, omdat men al snel in elkaars vaarwater komt. Ook in dit geval.

In die overeenkomst staat onder meer:

2.1. Het is VMMa c.q. Radio Noordzee B.V. toegestaan een radiostation te exploiteren onder de naam Q-Music en met die naam promotionele activiteiten uit te voeren voor het radiostation, mits dat radiostation zich niet richt op het zgn. dance-segment, zich niet als “dance-omroep” profileert, geen “dance-programma’s” verzorgt, althans – een enkele uitzondering daargelaten – in beginsel geen dance-muziek uitzendt (hierna “Radio Q-Music”).

2.2. Onder dance wordt verstaan elektronische (dans) muziek, dat op de door Q-Dance georganiseerde dance-events in hoofdzaak ten gehore is gebracht en zal worden gebracht met inachtneming van de van tijd tot tijd veranderende stijlen binnen het “dance-segment”. Het wordt uitdrukkelijk bepaald dat pop, rock, soul, R&B, hip-hop en oldies (sixties, seventies, eighties), ongeacht het eventueel gebruik van elektronische elementen, in ieder geval niet als dance worden aangemerkt. [vetgedrukt advocaat]

Een nieuw geschil

Q-Music is een nieuw radioprogramma gestart op de zaterdagavond/nacht. Q-Music heeft niet bestreden dat de nieuwe zaterdagavond/nacht programmering van Q-Music geheel in het teken staat van dance. De programmering behelst vijf dance-programma’s die achter elkaar worden uitgezonden en die worden gepresenteerd door bekende dance-artiesten. 

Q-Music betwist echter de inbreuk en stelt vereenvoudigd verwoord dat zij andere dancemuziek zou draaien dan Q-Dance ten gehore heeft gebracht. Zij doelt hier dus op de passage uit art. 2.2 van de overeenkomst waarin staat: “Onder dance wordt verstaan elektronische (dans) muziek, dat op de door Q-Dance georganiseerde dance-events in hoofdzaak ten gehore is gebracht (…)”. Die zin loopt echter verder.

Partijen twisten over de uitleg van het woord “dance” in de overeenkomst.

Wat is ‘dance’ eigenlijk?

De voorzieningenrechter oordeelt daarover:

“(…) de uitleg van het begrip dance zoals door Q-Music en DPG bepleit [wordt] niet gevolgd. In artikel 2.1. is de exploitatie van Q-Music beperkt, in die zin dat Q-Music zich niet mag richten op het zgn. dance-segment, zich niet als “dance-omroep” mag profileren en geen “dance-programma’s” mag verzorgen, althans – een enkele uitzondering daargelaten – in beginsel geen dance-muziek mag uitzenden. In artikel 2.2 opgenomen omschrijving van het begrip dance bevat niet de beperking tot een specifieke stijl binnen de dance-muziek die Q-Music en DPG daarin lezen. Mochten partijen destijds bedoeld hebben de definitie van dance op die wijze te beperken, dan valt niet in te zien waarom zij die beperking niet expliciet in de tekst hebben opgenomen.”

Maak concrete afspraken

In dit geval heeft de voorzieningenrechter – op basis van de bewoordingen van de overeenkomst – als uitgangspunt genomen dat dance alle vormen van dance betreft met uitzondering van pop, rock, soul, R&B, hip-hop en oldies (sixties, seventies, eighties). Een verdere concrete beperking is niet opgenomen in de overeenkomst. 

De zin: “Onder dance wordt verstaan elektronische (dans) muziek, dat op de door Q-Dance georganiseerde dance-events in hoofdzaak ten gehore is gebracht en zal worden gebracht (…)” is natuurlijk voer voor discussie en biedt ook onzekerheid. Los van het oordeel van de voorzieningenrechter staat er feitelijk dat zodra Q-dance bepaalde dance ten gehore zal brengen (in de toekomst aldus), het Q-Music niet (langer) is toegestaan om dezelfde muziek ten gehore te brengen. Zo’n onzekere voorwaarde is natuurlijk onwenselijk. 

Wellicht had Q-Music nog kunnen aanvoeren dat niet is gebleken dat Q-Dance de bestreden dancemuziek ten gehore zou brengen (in de toekomst). Als dat argument slaagt, is dat gezien het voorgaande vermoedelijk slechts een tijdelijke oplossing. Een (voorlopige) planning van Q-dance met daarop dezelfde dancemuziek is dan vermoedelijk al funest.

De crux van deze zaak zit in de uitleg van het woord “Dance” in de co-existentieovereenkomst. Het is echter niet altijd goed mogelijk om te voorkomen dat passages in een overeenkomst ruimte voor discussie laten. Onderhandelingen leiden doorgaans tot compromissen en dat moet worden vertaald. Als het echter mogelijk is, dan is het aan te raden om te werken met lijstjes waaruit concreet volgt wat wel mag en/of niet mag en wat bepaalde termen concreet betekenen.

More in Intellectueel eigendomsrecht
Recruitmentkantoor maakt inbreuk op handelsnaam Het Recruitingkantoor

Op 9 maart 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland geoordeeld dat de jongere handelsnaam "Recruitmentkantoor" inbreuk maakt op de oudere handelsnaam...

Close