Evenementenbureau claimt ten onrechte betaling voor wegens corona geannuleerd bedrijfsfeest

Als een overeenkomst Een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere partijen een verbintenis aangaan.
» Meer over overeenkomst
overeenkomst
niet kan worden nagekomen door een gebeurtenis waardoor overmacht Een schuldenaar verkeert in overmacht als hij tekortschiet en de tekortkoming niet aan hem valt toe te rekenen.
» Meer over overmacht
overmacht
ontstaat, kan dit reden zijn voor ontbinding van die overeenkomst. Overheidsmaatregelen die betrekking hebben op corona kunnen zo’n gebeurtenis zijn. In deze zaak waarover de rechtbank Rotterdam op 9 februari 2022 uitspraak deed bleek dit maar weer eens.

Evenement dat zou plaatsvinden in de beginfase van de coronapandemie

Een accountantskantoor gaf een evenementenbureau in februari 2020 de opdracht De overeenkomst waarbij iemand anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst diensten verrichten voor een opdrachtgever.
» Meer over opdracht
opdracht
om op 3 juli 2020 een bedrijfsfeest te organiseren voor 250 personen. Dit bedrijfsfeest zou deels binnen plaatsvinden in een feestruimte en deels buiten op een foodfestival.

In maart 2020 barstte de coronapandemie los. Het accountantskantoor gaf daarom op 20 maart 2020 aan dat het bedrijfsfeest beter on hold kon worden gezet omdat het niet duidelijk was of het door kon gaan. Het evenementenbureau gaf eerst aan dit te begrijpen, maar toen het accountantskantoor in april 2020 aangaf dat ze het feest naar september 2020 wilde verschuiven en misschien in het geheel naar 2021, deed het evenementenbureau plots een beroep op annuleringsvoorwaarden.

Ontbinding op grond van algemene voorwaarden

Het evenementenbureau vond dat ze door de annulering van de opdracht om op 3 juli 2020 een feest te organiseren op grond van haar annuleringsvoorwaarden het gehele bedrag van € 30.350,75 in rekening kon brengen. Uit coulance bood ze 75% korting aan op een volgend voor het accountantskantoor te organiseren evenement.

Het accountantskantoor was het hier niet mee eens. Ze had de algemene voorwaarden van het evenementenbureau nooit geaccepteerd. De rechtbank gaf het accountantskantoor hierin gelijk. Het evenementenbureau had in de opdrachtbevestiging niet verwezen naar haar algemene voorwaarden zodat die voorwaarden en de daarin opgenomen annuleringsregeling geen onderdeel uitmaakten van de gemaakte afspraken.

Ontbinding op grond van overmacht

Het evenementenbureau stelde ook nog dat de annulering van het bedrijfsfeest een wanprestatie Niet nakomen van verplichtingen uit overeenkomst maakt schadeplichtig.
» Meer over wanprestatie
wanprestatie
was van het accountantskantoor en dat ze daardoor schade moest vergoeden. Bovendien vond ze dat het accountantskantoor in april 2020 niet de bevoegdheid tot ontbinding had omdat het toen nog helemaal niet duidelijk was of het feest in juli 2020 niet door zou kunnen gaan. Dit standpunt wees de rechtbank ook af. De annulering door het accountantskantoor leverde op zichzelf geen wanprestatie op. De annuleringsregeling van het evenementenbureau gold immers niet zodat het normale wettelijke kader van toepassing was.

Door de coronamaatregelen kon het evenement sowieso niet doorgaan

De rechtbank oordeelde dat wel vaststond dat een bedrijfsfeest voor 250 personen in een binnenruimte en een foodfestival in de buitenruimte op 3 juli 2020 niet door kon gaan wegens de toen geldende overheidsmaatregelen. Het feit dat die in juli 2020 geldende maatregelen tijdens de annulering in april 2020 nog niet bekend waren doet wat de rechtbank betreft niet ter zake. 

Het was in april 2020 de beginfase van de coronacrisis, waarin de besmettingen wereldwijd een hoge vlucht namen, vaccins nog niet bestonden (en ook niet op korte termijn verwacht konden worden) en waarin afstand houden en mondkapjes dragen veruit de belangrijkste maatregelen waren om de verspreiding van het virus in te dammen. Thuiswerken was het uitgangspunt, versoepelingen van eerdere maatregelen waren nog niet gebeurd. Wie toen serieus ervan uitging dat er op 3 juli 2020 een binnenevenement zou kunnen plaatsvinden in de vorm van het beoogde bedrijfsfeest, had weinig realiteitszin.

Tijdens de annulering van 29 april 2020 was er dus al een behoorlijke aanwijzing dat het bedrijfsfeest niet door kon gaan, maar één persconferentie later stond dat nagenoeg wel vast. Het accountantskantoor mocht er dus van uitgaan dat nakoming zonder tekortkoming Alle gevallen waarin hetgeen de schuldenaar verricht in enig opzicht achter blijft bij hetgeen de verbintenis vergt, ongeacht of deze handelwijze de schuldenaar toerekenbaar is of niet.
» Meer over tekortkoming
tekortkoming
van de overeenkomst onmogelijk was. De gevolgen van niet-nakoming traden daarom reeds vóór opeisbaarheid in zodat het accountantskantoor de overeenkomst toen mocht ontbinden. De vordering van het evenementenbureau werd dan ook afgewezen.

More in Verbintenissenrecht
Lockdownmaatregel onvoorziene omstandigheid ex artikel 6:258 BW

Een onvoorziene omstandigheid volgens artikel 6:258 BW is een situatie die op het moment dat een overeenkomst tussen partijen wordt...

Close