Geen huurbescherming bij faillissement één van de huurders

Door Heleen Ceelen in Insolventierecht op 3 minuten leestijd

Geen huurbescherming bij faillissement één van de huurders

Moeder en dochter huren op eigen naam samen een bedrijfsruimte Een gebouwde onroerende zaak bestemd voor de uitoefening van een winkelbedrijf, horeca of ambachtsbedrijf en waar een voor het publiek toegankelijke ruimte aanwezig is voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening.
» Meer over bedrijfsruimte
bedrijfsruimte
. Na een aantal wisselingen wordt de bedrijfsruimte overgenomen door een nieuw opgerichte VOF op naam van vader en dochter. De verhuurder zegt de huurovereenkomst op, omdat moeder en dochter het gehuurde niet meer samen gebruiken. Dit verzoek wordt afgewezen. Maar wanneer moeder twee jaar later failliet wordt verklaard wordt de verhuurder in zijn gelijk gesteld. De huurders starten hierop volgend een indeplaatsstellingsprocedure
Insolventierecht advocaat Heleen Ceelen licht het vonnis toe dat in hoger beroep Ons burgerlijk procesrecht kent het beginsel dat er onderzocht wordt in twee instanties: een ieder heeft het recht op een nieuwe behandeling van de zaak door een hogere rechter.
» Meer over hoger beroep
hoger beroep
werd uitgesproken door het hof Amsterdam.

 

Huur bedrijfsruimte wisselend onder verschillende VOF’s

Een dochter en moeder huren een bedrijfsruimte voor hun restaurant. Per datum ondertekening van het huurcontract richten beiden een vennootschap onder firma op. Er volgen een aantal wisselingen. Uiteindelijk wordt de exploitatie van het restaurant overgenomen door een nieuw opgerichte vennootschap onder firma van vader en dochter.

Kort geding tot ontruiming bedrijfsruimte

De verhuurder startte vervolgens een kort geding tot ontruiming van het gehuurde, onder meer omdat moeder en dochter het gehuurde zelf niet meer gebruikten. De ontruiming werd afgewezen. Twee jaar later wordt moeder in staat van faillissement verklaard. Vader en dochter verzoeken de huurder om hun vennootschap onder firma in de plaats te stellen van moeder. Dit verzoek wordt afgewezen, en de verhuurder zegt de huur op grond van artikel 39 Faillissementswet op.

Verhuurders starten indeplaatsstellingsprocedure

De curator Een door de rechtbank aangewezen persoon die is belast met het beheer en de beschikking over het vermogen van een gefailleerde.
» Meer over curator
curator
van moeder, dochter en vader starten een procedure bij de kantonrechter waarin wordt verzocht hun onderneming in de plaats te stellen als huurder. Ook vorderen zij een declaratoir vonnis Een vonnis waarmee de rechter door middel van een zogenaamde verklaring voor recht een rechtsverhouding tussen partijen vaststelt.
» Meer over declaratoir vonnis
verklaring voor recht
zodat de huuropzegging geen effect heeft. De kantonrechter wijst de vordering af en bevestigt de huuropzegging. Er volgt een hoger beroep.

Het hof: geen stilzwijgende instemming van verhuurder

In hoger beroep oordeelt het hof dat de verhuurder van de bedrijfsruimte niet stilzwijgend heeft ingestemd met de vennootschap onder firma van vader en dochter als huurder, zoals door hen wordt gesteld. Het hof oordeelt dat contractsoverdracht zowel op grond van de wet (artikel 6:159 lid 1 BW), als op grond van toepasselijke algemene voorwaarden medewerking van de verhuurder vereist.

Rechtsverhouding tussen moeder en dochter ondeelbaar

Ook het argument dat de huuropzegging de dochter (na het faillissement van moeder) niet aangaat, wordt afgewezen. Het hof oordeelt dat niet kan worden gesteld dat moeder en dochter afzonderlijk als huurder kunnen worden gezien. Met het oog op de bedongen hoofdelijke verbondenheid van beiden stelt het hof dat de rechtsverhouding waarin zij tot de verhuurder staan moet worden aangemerkt als een ondeelbare en niet te splitsen rechtsvordering. De verhuur kon op grond van artikel 39 Fw gerechtvaardigd worden opgezegd. Als gevolg van de ondeelbaarheid komt de dochter geen individuele huurbescherming toe.

Uiteindelijke oordeel hof: wel misbruik van bevoegdheid

Toch was daarmee niet alles verloren voor de huurders. Bij de toetsing van het beroep op misbruik van bevoegdheid oordeelt het hof dat het belang van de verhuurder bij beëindiging van de huurovereenkomst (gezien alle overige feiten en omstandigheden) in dit geval niet in verhouding staat tot het belang bij voortzetting van de huur door de dochter. Het hoger beroep slaagt alsnog.

AMS Advocaten gespecialiseerd in faillissementsrecht

Bij AMS Advocaten zijn verschillende advocaten werkzaam die zijn gespecialiseerd op het gebied van het faillissementsrecht en de huur van bedrijfsruimte. Neem in het geval van vragen gerust vrijblijvend contact met ons op.

Blijf op de hoogte

Elke maand de best gelezen blogs in een overzichtelijke e-mail ontvangen? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
  • * = verplicht veld
  • Heleen Ceelen - Advocatenkantoor AMS Advocaten
    Heleen Ceelen

    Heleen Ceelen adviseert en procedeert met name op het gebied van het ondernemingsrecht, insolventierecht, arbeidsrecht, verbintenissenrecht en incasso. Volg Heleen ook op Google of LinkedIn.

    Heleen is bereikbaar via e-mail en +31 (0)20-3080315.
    Volg ons op social media
    Ontvang onze nieuwsbrief
    Elke maand de best gelezen blogs in een overzichtelijke e-mail ontvangen?
    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
  • * = verplicht veld
  • Categorieën
    Meer in Insolventierecht
    Advocaat Arbeidsrecht - AMS Advocaten in Amsterdam en Naarden
    Actio pauliana: benadeling verhuurder door wanbetalende huurder?

    In sommige gevallen kan een schuldeiser die door een rechtshandeling tussen zijn schuldenaar en een derde in zijn verhaalsmogelijkheden wordt...

    Sluiten