De vervaltermijn in het arbeidsrecht is keihard

In het arbeidsrecht gelden er verschillende (procesrechtelijke) termijnen. Het gaat dan om termijnen waarbinnen werknemers en werkgevers een inhoudelijk verzoekschrift Zaken die niet met een dagvaarding beginnen, worden ingeleid met een verzoekschrift. De wet verbindt een aantal minimumvereisten aan de inhoud van een verzoekschrift.
» Meer over verzoekschrift
verzoekschrift
moeten hebben ingediend bij de rechtbank op straffe van verval van hun rechten. Er zijn situaties denkbaar waarin het wellicht onbevredigend voelt als een werknemer aan deze fatale termijn gebonden is. Bijvoorbeeld als een werknemer stelt dat hij of zij tijdens het gegeven ontslag psychische problemen had. Geldt de vervaltermijn ook in zo’n situatie? Arbeidsrecht-advocaat Manon van den Brand bespreekt een recente uitspraak waarin deze situatie zich voordeed.

Waarschuwing

De werkneemster is sinds juni 2008 werkzaam als huishoudelijke hulp bij GroenekruisDomicura Huishoudelijke Hulp B.V. (GKD). In juni 2018 was de werkneemster niet verschenen op afspraken met haar cliënten. De werkneemster ontving hiervoor een waarschuwing en kreeg te horen dat bij een volgende schending van werkafspraken ontslag op staande voet zou volgen.

Ziekmelding

In september 2018 meldde de werkneemster zich ziek. Kort daarop achtte de bedrijfsarts haar volledig arbeidsgeschikt.

Niet verschenen bij werkafspraak en bedrijfsarts

Begin oktober 2018 verscheen de werkneemster wederom niet op een afspraak met een cliënt. Ook kwam de werkneemster niet opdagen bij het spreekuur van de bedrijfsarts.

Ontslag op staande voet

Hierop besloot GKD de werkneemster op 16 oktober 2018 op staande voet te ontslaan, omdat zij niet was verschenen bij een cliënt en dit in het verleden al diverse keren was voorgekomen.

Onrechtmatig gegeven ontslag

Bijna 2 jaar later start de werkneemster de onderhavige gerechtelijke procedure en vraagt de kantonrechter voor recht te verklaren dat het door GKD gegeven ontslag op staande voet onrechtmatig Ieder handelen of nalaten dat in strijd is met een wet of met de maatschappelijke betamelijkheid.
» Meer over onrechtmatig
onrechtmatig
is. De werkneemster onderbouwt haar verzoek door te stellen dat zij niet had begrepen dat zij op staande voet was ontslagen. In 2018 – ten tijde van het ontslag – leed zij aan ernstig psychische problematiek en overleed haar moeder. Hierdoor was de werkneemster niet in staat om binnen de geldende vervaltermijn van artikel 7:686a lid 4 BW juridisch advies in te winnen en op tijd een verzoekschrift in te (laten) dienen. Het hanteren van de vervaltermijn is in strijd met de redelijkheid en billijkheid Een bron van ongeschreven objectief recht waaraan mensen zich moeten gedragen jegens elkaar.
» Meer over redelijkheid en billijkheid
redelijkheid en billijkheid
, aldus de werkneemster. Ook is er naar mening van de werkneemster geen sprake van een dringende reden Een gedraging van een werknemer die zodanig is dat van de werkgever niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
» Meer over dringende reden
dringende reden
en is het ontslag niet onverwijld gegeven.

Kantonrechter: werknemer was tijdig op de hoogte van het ontslag

De kantonrechter gaat niet mee in het verhaal van de werkneemster. Naar het oordeel van de kantonrechter is onvoldoende komen vast te staan dat de werkneemster vanwege haar psychische problematiek in oktober 2018 niet besefte dat zij was ontslagen en niet in staat was om, al dan niet met behulp van derden, juridische hulp in te schakelen. De werkneemster erkent ook dat er op 15 oktober 2018 een gesprek plaatsvond. Verder staat vast dat de loondoorbetaling per die datum is gestaakt en dat op de loonstrook een uitdiensttredingsdatum van 14 oktober 2018 staat. Dit in combinatie met de eerdere waarschuwingsbrief, maakt naar het oordeel van de kantonrechter dat de werkneemster ten tijde van het ontslag wist dat zij was ontslagen. Daaruit volgt ook dat de werkneemster in staat was om hulp in te roepen. Dat die hulp – achteraf bezien – niet adequaat was, maakt niet dat de werkneemster een beroep kan doen op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Dat er toen geen juridische stappen zijn genomen en ook niet lange tijd nadien, komt voor rekening en risico van de werkneemster.

Vervaltermijn wordt gehandhaafd

De kantonrechter komt dan ook tot de conclusie dat aan de vervaltermijn uit artikel 7:686a lid 4 BW strikt de hand moet worden gehouden. De werkneemster had uiterlijk op 16 december 2018 (voor zover het verzoek zag op betaling van de gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding) en respectievelijk 16 januari 2019 (voor zover het verzoek zag op betaling van de transitievergoeding De ontslagvergoeding waar werknemers met een dienstverband van minimaal 2 jaar recht op hebben bij onvrijwillig ontslag.
» Meer over transitievergoeding
transitievergoeding
) het verzoekschrift moeten indienen. Dat heeft zij niet gedaan, waardoor haar verzoek niet-ontvankelijk Een partij in een gerechtelijke procedure (rechtszaak) is niet-ontvankelijk als er niet is voldaan aan de formele vereisten.
» Meer over niet-ontvankelijk
niet-ontvankelijk
wordt verklaard.

Conclusie

Er zijn weinig uitspraken bekend waarin kantonrechters oordelen dat de vervaltermijn strijd oplevert met de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. In 2019 bespraken wij een uitspraak waarin dat beroep bij hoge uitzondering wel werd gehonoreerd. Maar de onderhavige uitspraak bevestigt maar weer eens dat een vervaltermijn gewoonweg een fataal karakter heeft en werkgevers en werknemers te allen tijde bedacht dienen te zijn op de voor hen geldende vervaltermijnen om te voorkomen dat zij niet-ontvankelijk worden verklaard.

More in Arbeidsrecht
vrouw die sip achter een computer zit omdat ze net is ontslagen
De eerste ontslagcocktail is een feit

Bij de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) is een nieuwe ontslaggrond ingevoerd, de zogenaamde cumulatiegrond (i-grond). Deze...

Close