Welke partij moet bewijzen of een overeenkomst vals is?

In een recente zaak oordeelt de Hoge Raad over de bewijskracht van een leningsovereenkomst. Een partij geeft toe dat het weliswaar zijn handtekening is op deze overeenkomst Een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere partijen een verbintenis aangaan.
» Meer over overeenkomst
overeenkomst
, maar dat de tekst boven zijn handtekening vals is. Welke partij moet dan bewijzen of de inhoud van de overeenkomst echt is? Advocaat procesrecht Lennard Noordzij legt uit.

Lening voor inrichten winkelpand

In deze zaak verkocht eiser De partij die gedagvaard wordt om te verschijnen in een rechtszaak wordt aangeduid als de gedaagde. Dit in tegenstelling tot de eiser, de partij die het initiatief tot de rechtszaak heeft genomen en daartoe door een gerechtsdeurwaarder een dagvaarding heeft laten betekenen aan de gedaagde.
» Meer over eiser
eiser
een winkelpand aan gedaagde De partij die gedagvaard wordt om te verschijnen in een rechtszaak wordt aangeduid als de gedaagde.
» Meer over gedaagde
gedaagde
voor € 416.000,-. Gedaagde heeft dit bedrag volledig betaald. Eiser stelt in deze procedure dat partijen ook zouden hebben afgesproken dat gedaagde nog eens € 150.000,- extra van hem zou lenen voor de inrichting van het winkelpand.

Leningsovereenkomst

Om die lening te bewijzen, heeft eiser een twee bladzijden tellende leningsovereenkomst in de procedure gebracht. Daarin staat dat € 150.000,- moet worden afgelost in 50 maanden door een maandelijkse betaling van € 3.000,-. Daarnaast is er 8% rente per jaar verschuldigd en kan eiser de lening volledig opeisen als niet op tijd wordt betaald. Omdat gedaagde volgens eiser niet op tijd heeft betaald, vordert eiser in deze procedure betaling van € 150.000,- ineens.

Valse tekst leningsovereenkomst?

Gedaagde stelt echter dat de tekst van de leningovereenkomst is vervalst. De daarop geplaatste handtekeningen van hem zijn wel echt, maar deze handtekeningen zijn door hem gezet op een leeg handtekeningenblad behorend bij een andere overeenkomst (een concept koopovereenkomst De overeenkomst waarbij de verkoper zich verbindt een zaak te geven aan de koper tegen betaling van een prijs.
» Meer over koopovereenkomst
koopovereenkomst
). Eiser heeft hieraan volgens gedaagde later de eerste bladzijde en de tekst op de tweede bladzijde toegevoegd.

Akte: dwingend bewijs

In deze zaak was het allereerst de vraag of de leningsovereenkomst een ‘ akte Een ondertekend geschrift, bestemd om tot bewijs te dienen.
» Meer over akte
akte
’ was. Een akte levert namelijk volgens de wet ten aanzien van de verklaring van eiser over de lening tussen partijen dwingend bewijs In het Nederlandse procesrecht geldt als hoofdregel dat de rechter alleen die feiten of rechten aan zijn beslissing ten grondslag mag leggen, die in de rechtszaak aan hem ter kennis zijn gekomen of zijn gesteld en die zijn komen vast te staan.
» Meer over bewijs
bewijs
op. Dat betekent dat de rechter verplicht is de inhoud van de leningovereenkomst als waar aan te nemen. Gedaagde kan nog wel ‘tegenbewijs’ leveren, maar als hij daarin niet slaagt, staat de inhoud van de leningsovereenkomst vast. Dit is dus een ongunstige bewijspositie voor gedaagde.

Is leningsovereenkomst een akte?

De wet bepaalt dat akten ondertekende geschriften zijn die bestemd zijn om tot bewijs te dienen. Een onderhandse akte Alle akten die niet authentieke akten zijn.
» Meer over onderhandse akte
onderhandse akte
is een schriftelijk stuk dat niet is opgesteld door (bijvoorbeeld) een notaris, maar door partijen zelf. Een onderhandse akte is volgens de Hoge Raad (i) een geschrift dat is ondertekend en (ii) dat is bestemd om tot bewijs te dienen. Ander eisen zijn er niet. Een meer bladzijden tellend stuk dat uitsluitend aan het slot daarvan is ondertekend, zoals de leningsovereenkomst in deze zaak, is dus ook een onderhandse akte.

Valse handtekening?

Indien een partij echter stellig ontkent dat het haar handtekening is op een akte, dan levert deze akte volgens de wet geen bewijs zolang niet is bewezen van wie de handtekening afkomstig is. In deze zaak weersprak gedaagde echter niet dat het zijn handtekening was, maar stelde hij alleen dat de tekst van de overeenkomst boven zijn handtekening vals was.

Gedaagde moet bewijzen

In dat geval draagt gedaagde (en dus niet eiser) volgens de Hoge Raad de bewijslast dat de leningsovereenkomst vals is. Gedaagde geeft immers wel toe dat het zijn handtekening is. Gedaagde zal daarom moeten bewijzen – bijvoorbeeld door het horen van getuigen of het overleggen van e-mails of WhatsApp-berichten – dat de inhoud van de leningsovereenkomst vals is.

Nuance Hoge Raad

De Hoge Raad geeft nog wel een nuance. De rechter kan volgens hem op grond van bijvoorbeeld onverklaard gebleven onregelmatigheden in de tekst van de onderhandse akte of op grond van de onwaarschijnlijkheid van de stellingen van degene die de akte inroept aannemen dat de tekst later boven de handtekening is geplaatst. Daarbij mag de rechter alle omstandigheden van het geval betrekken.

Voldoende tegenbewijs?

De Hoge Raad verwijst de zaak nu terug naar het gerechtshof Amsterdam. Dit hof gaat beoordelen of gedaagde voldoende tegenbewijs levert dat de tekst boven zijn handtekening vals is. De positie van eiser is dus flink verbeterd. Gedaagde zal echter gebruikmaken van de nuance die de Hoge Raad heeft opgenomen in zijn beslissing. Hier is het laatste woord dus nog niet over gezegd.

Meer in Procesrecht
Eis vermeerderen terwijl gedaagde partij niet op komt dagen, mag dat?
Eis vermeerderen terwijl gedaagde partij niet op komt dagen, mag dat?

In een recente zaak bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, oordeelt het hof over het vermeerderen van de eis in hoger beroep...

Sluiten