Ontruiming horecaondernemer met (corona-)huurschuld in kort geding toegewezen

Nu Nederland nog steeds te maken heeft met een gedeeltelijke lockdown, ondervinden steeds meer ondernemers de financiële gevolgen hiervan. Met name horecaondernemers hebben te lijden van de gedwongen sluiting van hun cafés en restaurants. Advocaat huurrecht bedrijfsruimte Thomas van Vugt bespreekt een recente uitspraak hierover.

Ontruiming in kort geding

In een recent geschil had verhuurder InBev in kort geding ontruiming gevorderd van een Bredase kroeg. De huurder had een behoorlijke huurachterstand laten ontstaan sinds april 2020 en voert aan dat, zolang de horeca gesloten is, hij geen inkomsten heeft en dus ook niet aan zijn huurverplichtingen kan voldoen.

Onderbouwing financiële nood

Hoewel de voorzieningenrechter het verweer aannemelijk acht, wijst hij erop dat de huurder zijn stellingen helemaal niet heeft onderbouwd. Het is niet aangetoond dat het cafébedrijf in ernstige financiële moeilijkheden is geraakt door de coronacrisis en de gedwongen sluiting. Ook is onduidelijk in hoeverre de huurder aanspraak kan maken op overheidssteun.

Eerlijke verdeling van de pijn

De huurder heeft voorts een beroep gedaan op artikel 6:258 BW ( Onvoorziene omstandigheden Omstandigheden die partijen niet hebben (kunnen) voorzien bij het sluiten van een overeenkomst die een wezenlijke (nadelige) invloed hebben op de (wijze van) nakoming van de overeenkomst.
» Meer over onvoorziene omstandigheden
onvoorziene omstandigheden
). Volgens de huurder zijn de beperkingen in verband met de coronacrisis van dien aard, dat InBev naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid Een bron van ongeschreven objectief recht waaraan mensen zich moeten gedragen jegens elkaar.
» Meer over redelijkheid en billijkheid
redelijkheid en billijkheid
niet een ongewijzigde instandhouding van de huurovereenkomst mag verwachten. De huurder doelt hierbij op een huurverlaging, welke rechters in andere vergelijkbare zaken hebben toegewezen. In rechtspraak op dit punt is inderdaad al herhaaldelijk beslist dat bij een vordering tot huurverlaging de coronacrisis als onvoorziene omstandigheid wordt aangemerkt. Hierdoor wordt een huurvermindering (in het kader van een ‘eerlijke verdeling van de pijn’) doorgaans redelijk geacht.

Coronacrisis onvoorziene omstandigheid

Volgens de rechter kan een dergelijke huurvermindering de huurder echter niet kan baten. Zelfs als overeenkomstig de rechtspraak op dit punt de huur tijdelijk wordt verlaagd naar maximaal 75% (juni-15 oktober 2020) en 50% (vanaf 15 oktober 2020), dan nog is de huurachterstand bijna € 30.000. Dit is nog dusdanig hoog dat de huurovereenkomst naar alle waarschijnlijkheid toch zal worden ontbonden in een bodemprocedure De gerechtelijke procedure waarin een geschil definitief wordt beslist.
» Meer over bodemprocedure
bodemprocedure
. De gevorderde ontruiming wordt in dit kort geding dan ook toegewezen.

Advocaat huurvermindering corona

Een harde les voor Café Parkzicht uit Breda, maar een nuttige voor andere horecaondernemers die ook te kampen hebben met huurachterstanden. Uit de uitspraak blijkt namelijk dat een huurder nog altijd deugdelijk moet onderbouwen dat de gestelde financiële problemen het gevolg zijn van de coronamaatregelen. Hierbij zal de rechter dus ook onderzoeken of er en hoeveel overheidssteun is aangevraagd. Kom dus goed voorbereid naar een zitting en neem desnoods een accountant(sverklaring) mee.

More in Huurrecht
huurgenot aantasting gebrek kantoorruimte
Betekent de komst van een hospice onder een kantoorruimte aantasting van het huurgenot?

De hoofdverplichting van een verhuurder is het ter beschikking stellen van een huurruimte aan de huurder. Onder deze verplichting valt...

Close