Opheffing conservatoir beslag na afwijzing vordering in bodemzaak

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep over een vordering tot opheffing van conservatoir beslag. Advocaat procesrecht Lennard Noordzij licht de zaak toe.

Feiten van de zaak

Tussen de beslaglegger en partij A lopen al sinds 2011 diverse procedures over een horecagelegenheid. De beslaglegger houdt A aansprakelijk voor de schade die hij lijdt omdat die horecagelegenheid niet aan hem is geleverd. Daarover loopt een bodemzaak, waarin de beslaglegger een forse vordering tegen A heeft ingesteld. Tot zekerheidsrecht Zakelijke rechten die strekken tot ter zekerheid van een vordering, zoals pand en hypotheek.
» Meer over zekerheidsrecht
zekerheid
van de betaling van zijn vorderingen heeft de beslaglegger conservatoir beslag Een maatregel waarmee een schuldeiser kan voorkomen dat een schuldenaar zijn vermogensbestandelen verkoopt voordat de schuldeiser tot executie kan overgaan.
» Meer over conservatoir beslag
conservatoir beslag
gelegd op de woning van A en onder de notaris. Door het laatste beslag is een bedrag van € 850.000,- getroffen. 

In de hoofdzaak heeft de rechtbank de vordering van de beslaglegger op A in eerste aanleg afgewezen. Tegen dit vonnis heeft de beslaglegger hoger beroep Ons burgerlijk procesrecht kent het beginsel dat er onderzocht wordt in twee instanties: een ieder heeft het recht op een nieuwe behandeling van de zaak door een hogere rechter.
» Meer over hoger beroep
hoger beroep
ingesteld. Het gaat in dit kort geding om de vraag of de conservatoire beslagen moeten worden opgeheven, omdat de beslaglegger in de bodemzaak in het ongelijk is gesteld.

Opheffing beslag – beoordelingskader

Op grond van de wet en jurisprudentie van de Hoge Raad wordt een conservatoir beslag opgeheven wanneer ‘summierlijk blijkt’ van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht. Het ligt op de weg van degene die de opheffing vordert (A dus) om aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is. Bij deze beoordeling vindt een belangenafweging plaats. Het gaat er daarbij niet om dat wordt vastgesteld of de door de beslaglegger gepretendeerde vordering al dan niet gegrond is. Dat moet in de hoofdzaak worden beslist. 

Oordeel hof

Het hof oordeelt dat het feit dat de vordering van de beslaglegger door de bodemrechter in eerste aanleg is afgewezen, niet direct leidt tot opheffing van de op het huis en onder de notaris gelegde beslagen, omdat de beslaglegger tegen dat oordeel hoger beroep heeft ingesteld.

In dat geval moeten de wederzijdse belangen van A en de beslaglegger tegen elkaar worden afgewogen. Daarbij moet volgens het hof in aanmerking worden genomen dat een conservatoir beslag bedoeld is om te waarborgen dat als een nog niet vaststaande vordering in de bodemzaak wordt toegewezen, verhaal van de beslaglegger op A mogelijk zal zijn.

Bij afwijzing van de vordering van de beslaglegger, is hij tegenover A aansprakelijk voor de door het beslag ontstane schade. Aan de andere kant moet echter ook bij de belangenafweging worden meegewogen dat de rechter in de hoofdzaak de vordering heeft afgewezen.

Van de rechter in kort geding kan volgens de Hoge Raad niet worden gevergd dat hij in zijn vonnis ook een voorlopige beoordeling geeft van de kans van slagen van het door de beslaglegger tegen het vonnis ingestelde hoger beroep. Dat blijft dus buiten beschouwing.

Conclusie

Het hof gaat dus over tot een belangenafweging en stelt vast dat A heeft aangevoerd dat hij er belang bij heeft dat het beslag onder de notaris wordt opgeheven, omdat hij met dat geld zijn hypotheek zou kunnen aflossen. Op die manier bespaart hij € 14.000 rente per jaar.

De beslaglegger heeft echter aangegeven dat hij bereid is eraan mee te werken dat het door beslag onder de notaris getroffen geldbedrag wordt gebruikt voor aflossing van de hypotheek van de woning van A. Gelet op dit aanbod, is opheffing van de beslagen volgens het hof niet noodzakelijk.

Kortom, de belangenafweging valt in het nadeel van A uit en zijn vordering tot opheffing van het beslag wordt daarom afgewezen, ondanks dat A in de hoofdzaak in eerste aanleg gelijk kreeg.

More in Procesrecht
Let op! Dwingende bewijskracht van een overeenkomst ligt enkel in het origineel

Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep over de kopie van een leveringsbon, waar het origineel van ontbreekt. Advocaat procesrecht...

Close