Statutenwijziging en te vroege aandeelhoudersvergadering: Hoge Raad verduidelijkt nietigheid vs. vernietigbaarheid
In het kort
- Een aandeelhoudersvergadering werd (mogelijk) te vroeg aangevangen, waardoor twee aandeelhouders geen gelegenheid hadden deze bij te wonen.
- De Hoge Raad oordeelde dat dit grond oplevert voor de vernietigbaarheid van het genomen besluit.
- Omdat de aandeelhouders niet tijdig – te weten binnen één jaar – een vordering tot vernietiging instelden, bleef het besluit echter in stand.
Het gezegde “haastige spoed is zelden goed” is soms ook in het vennootschapsrecht van toepassing: wie in de besluitvorming te snel handelt – zonder de juiste procedurele waarborgen in acht te nemen – loopt het risico dat het genomen besluit onderuitgaat.
In deze blog bespreken wij een recent arrest van de Hoge Raad, waarin de vraag centraal stond of een besluit tot statutenwijziging, genomen tijdens een aandeelhoudersvergadering die – naar gesteld wordt – te vroeg is aangevangen, als nietig dan wel vernietigbaar moet worden beschouwd.
Feiten en verloop van de zaak
De aanleiding voor het geschil was een aandeelhoudersvergadering van de beheermaatschappij van één van de vier broers die gezamenlijk indirect eigenaar waren van Steenfabriek De Rijswaard B.V. Tijdens deze vergadering werd besloten tot wijziging van de statuten, met name ten aanzien van de overdraagbaarheid van aandelen. Twee van de broers, aandeelhouders [eiser 2] en [eiser 3], konden niet aan de vergadering deelnemen, naar zij stellen omdat deze te vroeg was begonnen.
In hoger beroep liet het hof in het midden of de vergadering daadwerkelijk te vroeg was aangevangen, maar stelde vast dat [eiser 2] en [eiser 3] niet aanwezig waren tijdens de besluitvorming. Het hof oordeelde dat het besluit gebrekkig tot stand was gekomen, hetgeen leidde tot vernietigbaarheid – en niet tot nietigheid.
Nietigheid en vernietigbaarheid: wat is het verschil?
Hoewel het onderscheid tussen nietigheid en vernietigbaarheid op het eerste gezicht duidelijk lijkt, blijkt in de praktijk – zoals deze zaak illustreert – dat het verschil regelmatig aanleiding geeft tot juridische discussie.
Nietigheid, zoals geregeld in artikel 2:14 BW, ziet op fundamentele gebreken, zoals strijd met de wet of de statuten. Dergelijke besluiten zijn van rechtswege ongeldig.
Vernietigbaarheid, op grond van artikel 2:15 BW, betreft daarentegen procedurele tekortkomingen bij de totstandkoming van besluiten, denk hierbij aan een gebrekkige oproeping. Deze juridische nuance is van groot belang, zoals ook eerdere blogs van AMS Advocaten al benadrukten.
De Wijsmuller-norm in de praktijk
Zoals ook P.G. Assink in zijn conclusie benadrukte, past een schending van de zogeheten Wijsmuller-norm binnen het kader van artikel 2:15 BW, niet artikel 2:14 BW. Die norm vereist dat alle vergader- of stemgerechtigden daadwerkelijk de gelegenheid krijgen deel te nemen aan het overleg en hun stem of raadgevende stem uit te brengen. Schending van deze norm leidt dus niet tot nietigheid, maar tot vernietigbaarheid van het besluit.
De A-G wijst erop dat dit eveneens geldt voor andere vergelijkbare procedurebepalingen, zoals het recht op een raadgevende stem van bestuurders of commissarissen (vgl. art. 2:227 lid 7 BW). Dergelijke bepalingen zijn gericht op zorgvuldige besluitvorming, maar vormen geen fundamenteel totstandkomingsgebrek.
Uitspraak van de Hoge Raad
De Hoge Raad bevestigde in dit arrest nogmaals het uitgangspunt dat besluitvorming binnen een rechtspersoon slechts rechtsgeldig kan plaatsvinden indien alle vergadergerechtigden daadwerkelijk in de gelegenheid zijn gesteld om aan het overleg deel te nemen, hun stem uit te brengen en hun opvattingen kenbaar te maken.
In cassatie werd aangenomen dat de aandeelhoudersvergadering te vroeg was begonnen, waardoor de twee aandeelhouders buiten spel kwamen te staan. Daarmee is gehandeld in strijd met de wettelijke bepalingen die zien op de totstandkoming van besluiten. De Hoge Raad oordeelde dat dit leidt tot vernietigbaarheid van het besluit.
Vervaltermijn: waarom tijdig handelen essentieel is
Een belangrijk gevolg van het onderscheid tussen nietigheid en vernietigbaarheid is de werking van de vervaltermijn die geldt voor vernietiging. Waar een nietig besluit van rechtswege ongeldig is – en dat ook altijd blijft – geldt voor vernietigbare besluiten een wettelijke termijn. Artikel 2:15 lid 5 BW bepaalt dat de bevoegdheid tot het vorderen van vernietiging vervalt één jaar na het einde van de dag waarop hetzij aan het besluit voldoende bekendheid is gegeven, hetzij de belanghebbende daarvan kennis heeft genomen of redelijkerwijs had moeten nemen.
Dat maakt tijdig handelen dus van belang. Wordt binnen de vervaltermijn geen actie ondernomen, dan blijft het besluit – hoe gebrekkig ook tot stand gekomen – in rechte onaantastbaar.
Ook in dit arrest speelde dit aspect een rol. Doordat beide aandeelhouders geen tijdige vernietigingsvordering instelden, bleef het besluit in stand. Het beoogde effect van de statutenwijziging werd dus gerealiseerd, ondanks het vastgestelde totstandkomingsgebrek.
Praktische lessen voor aandeelhouders en bestuurders
Het advies is dan ook: zodra er twijfel bestaat over de rechtsgeldigheid van een genomen besluit, win juridisch advies in. In zo’n geval geldt de tegenhanger van het gezegde “haastige spoed is zelden goed”, namelijk “you snooze, you lose”.
Hulp nodig?
De ondernemingsrechtadvocaten van AMS hebben ruime ervaring met aandeelhoudersgeschillen. Heeft u vragen over nietigheid, vernietiging van besluiten of andere ondernemingsrechtelijke kwesties? Neem gerust contact met ons op.