Wanneer is een werknemer verplicht de studiekosten terug te betalen?

In een studiekostenbeding staat onder welke omstandigheden een werknemer (een deel van) de door de werkgever betaalde opleidings- of cursuskosten moet terugbetalen. Onlangs boog de rechtbank Gelderland zich weer over zo’n studiekostenbeding. Arbeidsrecht-advocaat Manon van den Brand bespreekt deze uitspraak.

Het studiekostenbeding in het kort

Een studiekostenbeding kan in een arbeidsovereenkomst De overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.
» Meer over arbeidsovereenkomst
arbeidsovereenkomst
, aparte studiekostenovereenkomst, personeelshandboek of toepasselijke cao (collectieve arbeidsovereenkomst) Een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) is een schriftelijke overeenkomst waarin afspraken over arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd.
» Meer over cao (collectieve arbeidsovereenkomst)
cao
staan. De studiekostenregeling kent geen wettelijke basis; contractsvrijheid is het uitgangspunt. Wel heeft de Hoge Raad in de rechtspraak eisen gesteld aan zo’n beding. Kort gezegd komt dit erop neer dat het beding moet voldoen aan de volgende voorwaarden: (i) het studiekostenbeding dient schriftelijk te zijn aangegaan, (ii) de periode waarin werkgever profijt heeft van de opleiding moet in het beding worden opgenomen, (iii) voor de terugbetalingsverplichting dient een glijdende schaal te worden gehanteerd. Dit betekent dat het bedrag dat de werknemer moet terugbetalen geleidelijk afneemt in de periode waarin werkgever profijt heeft van de opleiding, en (iv) de terugbetalingsregeling moet aan werknemer duidelijk zijn uitgelegd. De redelijkheid en billijkheid Een bron van ongeschreven objectief recht waaraan mensen zich moeten gedragen jegens elkaar.
» Meer over redelijkheid en billijkheid
redelijkheid en billijkheid
kunnen meebrengen dat een werkgever zich onder bepaalde omstandigheden niet op het beding kan beroepen (bijvoorbeeld als de werkgever het initiatief neemt om de arbeidsovereenkomst te beëindigen of als er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd). Verder mag er geen strijd ontstaan met de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Opleidingsovereenkomst

Werkneemster is nagelstyliste en vroeg in 2019 aan werkgever – die eigenaar is van twee nagelsalons – of zij bij hem kon komen werken. In juni 2019 sloten partijen een opleidingsovereenkomst waarin onder andere staat dat werkgever pas een concreet aanbod aan werkneemster zou doen als zij een opleiding zou hebben afgerond.

Terugbetalingsverplichting voor bepaalde gevallen

Werkgever betaalde de volledige opleidingskosten met dien verstande dat er in de opleidingsovereenkomst een aantal gevallen waren opgesomd waarvoor een terugbetalingsverplichting voor werkneemster gold. Zo diende werkneemster 100% van de studiekosten terug te betalen op het moment dat (i) werkneemster de deelname aan een opleidingsmodule op eigen initiatief voortijdig zou beëindigen, (ii) werkneemster de module niet succesvol zou afronden of (iii) werkneemster het aanbod van werkgever om in dienst te treden om welke reden dan ook zou afwijzen.

Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

Per 1 oktober 2019 trad werkneemster in dienst bij werkgever in de functie van nagelstyliste. Op dat moment was één module nog niet afgerond. Op 16 oktober 2019 sloten partijen een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, waarin onder meer een terugbetalingsverplichting van de kosten van de door werkneemster gevolgde opleidingen stond.

Werkneemster neemt ontslag

Een maand nadat werkneemster haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd ondertekende, liet zij aan werkgever weten dat zij per direct ontslag nam. Werkgever liet hierop weten dat hij haar gewerkte uren zou verrekenen met de opleiding en materiaal kosten. Op de salarisstrook van november 2019 staat dat werkneemster een bedrag van € 861,60 bruto zou ontvangen. Parallel daaraan verzond werkgever aan werkneemster een factuur van € 1.396,65 voor het lesgeld van drie (studie)modules en materiaalkosten verminderd met het bedrag aan ingehouden salaris. Partijen hebben elkaar niets betaald.

Vordering over en weer

Werkneemster vordert in deze procedure haar achterstallige loon. Werkgever stelt een eis in reconventie in en vordert dat de kantonrechter werkneemster veroordeelt om de factuur aan hem te betalen. Werkgever doet daarmee een beroep op verrekening Het tegen elkaar wegstrepen van schulden over en weer waardoor een verbintenis teniet gaat.
» Meer over verrekening
verrekening
van de opleidingskosten met het loon.

Studiekostenbeding is ongeldig

De kantonrechter overweegt allereerst dat het studiekostenbeding als zodanig niet specifiek is geregeld in de wet. Zoals eerder in de blog uitgelegd, heeft de Hoge Raad wel eisen gesteld aan zo’n beding. Aan de hand van die criteria komt de kantonrechter in deze zaak tot het oordeel dat het studiekostenbeding in de arbeidsovereenkomst en studiekostenregeling niet geldig is, waardoor werkgever hier geen beroep op kan doen. Zo is in het beding geen glijdende schaal, waarbij de terugbetalingsverplichting naar evenredigheid vermindert met het voortduren van de arbeidsovereenkomst, opgenomen. Bovendien is er in het beding geen rekening gehouden met de wettelijke beperkingen die de Wet minimumloon aan de terugbetaling stelt. Ook de uitwerking in de praktijk is in strijd met deze wet, aangezien het daadwerkelijk genoten loon van werkneemster in de maand november 2019 onder het wettelijk minimumloon is gedaald, doordat werkgever de studiekosten heeft ingehouden op het salaris.

Werkgever mag opleidingskosten niet verrekenen

Doorredenerend heeft dit tot gevolg dat werkgever de opleidingskosten niet kan en mag verrekenen met het door hem verschuldigde loon. De kantonrechter wijst de vordering van werkneemster toe en de vordering van werkgever af.

Conclusie

Deze uitspraak bevestigt dat werkgevers niet te lichtvaardig moeten denken over het formuleren van een studiekostenbeding. Ook dienen werkgevers niet te vergeten om voor aanvang van de opleiding met de werknemer te bespreken wat de kosten van de opleiding zijn en in welke gevallen er een terugbetalingsverplichting voor de werknemer geldt. Tot slot dienen werkgevers er rekening mee te houden dat bij het inhouden van de studiekosten het daadwerkelijk genoten loon van de werknemer niet onder het wettelijk minimumloon mag komen.

AMS Advocaten helpt!

Heeft u vragen over (de terugbetalingsverplichting uit) het studiekostenbeding? Neem dan contact op met een van onze arbeidsrecht-advocaten.

More in Arbeidsrecht
tafeltje schoonmaken
Gevolgen coronacrisis niet voor rekening werknemer bij berekenen gemiddelde arbeidsomvang

In de horecabranche werken veel werknemers op basis van een oproepovereenkomst. Partijen hebben dan geen vast aantal uren afgesproken in...

Close