Tien klassieke uitspraken over aansprakelijkheid – nummer 1: Duwbak Linda

In de loop der jaren deed de Hoge Raad veel baanbrekende uitspraken binnen het altijd ontwikkelende aansprakelijkheidsrecht. De komende tijd zal advocaat aansprakelijkheidsrecht Lennard Noordzij tien van deze (oudere) uitspraken behandelen, te beginnen met de uitspraak “duwbak Linda” uit 2004. (HR 7 mei 2004, NJ 2006/281.)

Alle feiten op een rij

Een boot, een ‘duwbak’, genaamd Linda van ruim 30 jaar oud wordt gekeurd voor de afgifte van een certificaat (van aandelen) Certificaat (van aandeel) is een bijzondere vorm van aandeel in een onderneming dat wel recht op winst geeft maar geen stemrecht.
» Meer over certificaat (van aandelen)
certificaat
voor schepen op de Rijn. Een expertisebureau aangewezen door de Nederlandse Staat verricht de keuring. Uitkomst is dat de Linda weer voor zeven jaar de Rijn op mag. Zij wordt na de keuring weer ingezet bij baggerwerkzaamheden. Dan gaat het fout: de Linda kapseist als gevolg van lekkage en brengt daardoor schade toe aan de zandinstallaties en andere schepen. De duwbak blijkt in slechte staat van onderhoud te verkeren. Reden van kapseizen was ernstige corrosie van de bodemplaten, waardoor lekkage optrad.

Aansprakelijkheid Staat en expertisebureau

Van Hasselt, de eigenaar van de genoemde zandwasinstallatie en de andere schepen, eist schadevergoeding van het expertisebureau en de Nederlandse Staat. Hij vindt dat er nooit een certificaat had mogen worden verleend. Volgens Van Hasselt had het expertisebureau de Linda, in zijn woorden “een stokoude, zwaar versleten duwbak”, al lang moeten afkeuren.

Artikel 6: 162 BW: onrechtmatige daad

Van Hasselt baseert zich op een onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Dat artikel bepaalt dat hij die tegen een ander een onrechtmatige daad Onrechtmatig handelen leidt tot aansprakelijkheid. In sommige gevallen geeft de wet aan dat een derde aansprakelijk is voor door een ander veroorzaakte schade.
» Meer over onrechtmatige daad
onrechtmatige daad
pleegt, verplicht is de schade te vergoeden die de ander daardoor lijdt. Voor schadevergoeding op deze grond moet aan vijf eisen zijn voldaan: onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, schade, causaliteit en relativiteit (artikel 6:163 BW).

Relativiteit

In deze zaak gaat het om de laatstgenoemde: relativiteit. Dat houdt in dat voor de Staat en het expertisebureau geen verplichting tot schadevergoeding aan Van Hasselt bestaat, wanneer de door hen geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals Van Hasselt die leed. Het relativiteitsvereiste perkt dus de aansprakelijkheid De gehoudenheid van een persoon of bedrijf om schade ontstaan uit een onrechtmatige daad of wanprestatie te vergoeden.
» Meer over aansprakelijkheid
aansprakelijkheid
in. Stel immers dat iedereen die een regel overtreedt steeds aansprakelijk zou zijn tegenover alle personen die op een of andere manier daardoor indirect schade zouden lijden, dan zou de onrechtmatige daad onhanteerbaar worden.

De Staat en het expertisebureau niet aansprakelijk

De Hoge Raad oordeelt in deze zaak dat de Staat en het expertisebureau niet aansprakelijk zijn voor de schade van Van Hasselt. De Hoge Raad legt uit dat bij de beantwoording van de vraag of voldaan is aan het relativiteitsvereiste, het aankomt op het doel en de strekking van de geschonden norm aan de hand waarvan moet worden onderzocht tot (a) welke personen, (b) welke schade en (c) welke wijzen van ontstaan van de schade de daarmee beoogde bescherming zich uitstrekt.

De Hoge Raad oordeelt dat de regels op het gebied van de bevordering van de veiligheid van het scheepvaartverkeer die door het expertisebureau en de Staat mogelijk werden geschonden, beogen de veiligheid in algemene zin te bevorderen. Deze regels hebben niet het doel individuele vermogensbelangen zoals die van Van Hasselt te beschermen. Een certificaat voor toegang tot de Rijn geeft dus geen garantie De waarborg dat een gekocht product deugdelijk is.
» Meer over garantie
garantie
voor de deugdelijkheid van de Linda. De eigenaar van de duwbak is zelf verantwoordelijk voor de staat ervan. Van Hasselt kan dus mogelijk die eigenaar aanspreken. Biedt die geen verhaal, dan heeft Van Hasselt pech.

Recente toepassing: schietpartij Alphen aan de Rijn

Recent kwam het relativiteitsvereiste ook aan de orde in de schrijnende zaak over de schietpartij in 2011 in het winkelcentrum De Ridderhof in Alphen aan den Rijn. In die zaak stond vast dat de Politie – dus de Nederlandse Staat – onterecht verlof gaf aan de schutter voor het voorhanden hebben van een vuurwapen. Net als bij duwbak Linda was het echter de vraag of de door de Politie geschonden regelgeving, in dit geval de Wet wapens en munitie, wel strekt ter bescherming van individuele (vermogens)belangen van burgers.

De Politie wees op de uitspraak duwbak Linda en stelde dat de Wet wapens en munitie slechts ten doel had het maatschappelijk belang van een veilige samenleving te dienen en in algemene zin de veiligheid van burgers en de samenleving te bevorderen. In deze zaak oordeelt de Hoge Raad echter anders dan bij duwbak Linda. Hij vindt dat de genoemde wet niet alleen onmiskenbaar dient ter bescherming van de veiligheid van de samenleving, maar ook om te voorkomen dat individuele burgers het slachtoffer worden van vuurwapenbezit dat niet verantwoord is. De Hoge Raad oordeelt daarom dat de Politie aansprakelijk is voor de schade die is ontstaan bij de schietpartij.