Oplichtster eist verbod uitzending Undercover in Nederland

In een voorgenomen uitzending van Undercover in Nederland wordt een vrouw die via datingsites met mannen in contact komt en dan geld aftroggelt, geconfronteerd met deze dubieuze praktijken. De oplichtster vordert een verbod van de uitzending. Het hof buigt zich over de vraag of de oplichtster te herkenbaar in beeld komt. Advocaat mediarecht Thomas van Vugt bespreekt deze bijzondere zaak.

Slachtoffer schoot oplichtster te hulp

Het programma Undercover in Nederland wilde in een uitzending aandacht besteden aan het risico van misleiding en oplichting via dating- en andere websites. Er zou een undercover item worden getoond over het verhaal van slachtoffer X. Dit slachtoffer was via een datingsite in contact gekomen met oplichtster A. Hij heeft haar enkele keren ontmoet en heeft haar regelmatig geld geleend. Het zou telkens gaan om zaken met een (lichte) noodzaak zoals huur, een autoreparatie of boodschappen. In totaal heeft het slachtoffer € 13.000-, aan de oplichtster geleend. 

Ontmoeting met cameraploeg

Nadat het slachtoffer zich realiseerde dat hij werd voorgelogen, heeft hij contact gezocht met Undercover in Nederland. Er is toen een ontmoeting met de oplichtster gearrangeerd op een parkeerplaats waar zij werd opgewacht door een cameraploeg. De oplichtster heeft toen zij de cameraploeg ontdekte de benen genomen. De presentator heeft haar later aan de telefoon gehad en in dit gesprek -dat ook in de uitzending werd afgespeeld- erkende zij dat ze het slachtoffer had opgelicht.

Kort geding verbod uitzending

De uitzending was gepland op 30 september 2018. De oplichtster heeft in een kort geding een verbod op uitzending van het undercover item gevraagd. Subsidiair heeft zij gevraagd om onherkenbaar in beeld te komen. De vorderingen werden door de voorzieningenrechter afgewezen. In hoger beroep Ons burgerlijk procesrecht kent het beginsel dat er onderzocht wordt in twee instanties: een ieder heeft het recht op een nieuwe behandeling van de zaak door een hogere rechter.
» Meer over hoger beroep
hoger beroep
buigt het hof zich over de vraag of het belang van de producent bij haar vrijheid van meningsuiting prevaleert boven het belang van de oplichtster bij bescherming van haar persoonlijke levenssfeer en de bescherming van haar eer en goede naam.

Beschuldiging voldoende aangetoond

Het hof overweegt allereerst dat het onderwerp van de uitzending, oplichting via datingsites, een misstand is die de samenleving raakt. De uitzending voldoet dus aan de eis dat het gaat om journalistieke aandacht voor dit misstand. Voorts acht het hof voldoende aannemelijk dat er sprake is geweest van oplichting. De beschuldiging aan het adres van de oplichtster vindt voldoende steun in het feitenmateriaal.

Recht op privacy: herkenbaar in beeld?

De oplichtster voert aan dat zij herkenbaar is aan haar haar, huidskleur en postuur. Daarnaast is haar stem onvervormd te horen en hebben de opnamen plaatsgevonden in haar directe leefomgeving. Het hof meent echter dat door de wijze waarop de oplichtster in beeld is geweest zij wellicht herkenbaar is voor een kleine kring van familie en vrienden maar zeker niet voor een bredere kring van bekenden. Bovendien zijn de  opnamen een jaar oud. De fragmenten waarin haar stem te horen is zijn zeer kort en de teksten zijn summier. Ook op dit punt is geen sprake van duidelijke herkenbaarheid.

Vrijheid van meningsuiting prevaleert

Ook het feit dat er is gefilmd op een parkeerplaats van een supermarkt waar de oplichtster vaak boodschappen doet, speelt geen rol van betekenis. De parkeerplaats oogt anoniem en er zijn geen kenmerkende gebouwen van de wijk weergegeven.  Het hof concludeert dat de uitzending, door de inkleding daarvan en de beperkte herkenbaarheid van de oplichtster, slechts geringe inbreuk maakt op haar recht op privacy. De door het programma te verwachten gevolgen zijn dus ook maar beperkt. Het belang van de producent op vrije meningsuiting gaat in deze zaak voor het recht op privacy van de oplichtster.

Meer in Mediarecht
rectificatie bij onrechtmatige berichtgeving
Moet Omroep Max de uitzending over misstanden ANBO rectificeren?

Wanneer gaat kritische berichtgeving over de schreef en wordt het onrechtmatig? In hoeverre kan een interviewer aansprakelijk worden gehouden voor...

Sluiten