Klantenvergoeding bij einde agentuurovereenkomst

Op grond van artikel 7:442 lid 1 BW heeft een agent bij het einde van de agentuurovereenkomst De overeenkomst waarbij een handelsagent tegen provisie bemiddelt bij het totstandkomen van koopovereenkomst tussen een opdrachtgever en derden.
» Meer over agentuurovereenkomst
agentuurovereenkomst
in beginsel recht op een klantenvergoeding. Hiervoor zijn in de wet een aantal vereisten gesteld. In deze blog bespreekt advocaat verbintenissenrecht Sjoerd Yntema de verschuldigdheid van klantvergoeding bij het einde van de agentuurovereenkomst.
    

De agentuurovereenkomst 

De agentuurovereenkomst is een overeenkomst Een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere partijen een verbintenis aangaan.
» Meer over overeenkomst
overeenkomst
waarbij de handelsagent de totstandkoming van overeenkomsten bemiddeld voor de principaal, aldus artikel 7:428 BW. Agentuurovereenkomsten zijn vaak overeenkomsten met een lange looptijd, waarbij de agent zich inspant om in een bepaald gebied voor de principaal een afzetmarkt te creëren en bemiddelt bij de totstandkoming tussen de principaal en derden. Wanneer de agentuurovereenkomst wordt beëindigd kan het gerechtvaardigd zijn dat de handelsagent recht heeft op een klantenvergoeding.    

Wanneer een klantenvergoeding? 

 De handelsagent heeft recht op een klantenvergoeding als hij de principaal nieuwe klanten heeft aangebracht of overeenkomsten met bestaande klanten aanmerkelijk heeft uitgebreid én dit de principaal nog steeds een aanzienlijk voordeel oplevert. Daarnaast is voor de klantenvergoeding vereist dat de betaling van deze vergoeding, gelet op alle omstandigheden, billijk is. Hierbij speelt in het bijzonder de verloren provisie uit overeenkomsten met klanten een grote rol.

In een belangrijk arrest heeft de Hoge Raad benadrukt dat een agent aannemelijk moet maken dat de principaal voordeel ontleent aan aangebrachte of geïntensiveerde klantrelaties, na het beëindigen van de agentuurovereenkomst. Als aan dit vereiste van voordeel wordt voldaan komt men toe aan de berekening van de hoogte van de klantenvergoeding.    

Hoogte van de klantenvergoeding 

 Het bedrag van de klantenvergoeding is op grond van artikel 7:442 lid 2 BW niet hoger dan de beloning van één jaar. Deze beloning van één jaar wordt berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaren. Indien de agentuurovereenkomst korter dan vijf jaar heeft geduurd, wordt het gemiddelde van de gehele duur van de agentuurovereenkomst genomen. Voor de handelsagent is het van belang dat hij binnen uiterlijk één jaar meedeelt dat hij de klantenvergoeding verlangt. Doet de handelsagent dit niet, dan verliest hij het recht op deze vergoeding.    

Berekening van de klantenvergoeding 

De eerdergenoemde maximumhoogte van de klantenvergoeding is een vrij eenvoudige regel. In zijn arrest van 2 november 2012 heeft de Hoge Raad duidelijkheid geschept over de wijze waarop de klantenvergoeding berekend moet worden: de zogenaamde drie fasen leer.

Eerste fase 

In de eerste fase wordt het voordeel vastgesteld, dat de principaal haalt uit transacties met een klant die is aangebracht door de agent. De gedachte hierachter is dat de principaal na de beëindiging van de agentuurovereenkomst klantenrelaties kan blijven gebruiken zonder hierover provisie te zijn verschuldigd aan de handelsagent. Het voordeel van de principaal wordt vastgesteld op basis van de verdiende “brutoprovisie” in de laatste twaalf maanden. Dit bedrag wordt vervolgens gecorrigeerd met de volgende drie factoren; i) de duur van het voordeel dat de principaal naar verwachting aan de transacties met de klanten kan ontlenen, ii) het verloop van het klantenbestand, en iii) de versnelde ontvangst van provisie-inkomsten door de agent die in één keer een vergoeding krijgt uitgekeerd.

Tweede fase 

In deze fase wordt er gekeken of er reden bestaat dat het uit fase één vastgestelde bedrag moet worden verhoogd of verlaagd. Dit vastgestelde bedrag wordt dus aangepast met het oog op de billijkheid. Hierbij zijn alle omstandigheden van belang.

Derde fase 

De derde fase ziet op de vraag of het bedrag, dat in de twee fase wordt vastgesteld, niet het maximumbedrag overschrijdt. Dit maximumbedrag staat als gezegd gelijk aan de beloning over één jaar, berekend naar het gemiddelde van vijf jaar.    

Vragen over de berekening van de klantenvergoeding bij beëindiging van de agentuurovereenkomst? 

In de praktijk hebben principaal en agent bij beëindiging van de agentuurovereenkomst dikwijls onenigheid over de opzegging en de te betalen klantvergoeding. De advocaten van AMS hebben de ruime ervaring in het adviseren en procederen over dergelijke kwesties.

More in Verbintenissenrecht
Matigingsbevoegdheid artikel 6:109 BW in uitzonderlijke gevallen ook van toepassing bij vordering artikel 2:248 BW

Als in bestuurdersaansprakelijkheidsprocedures sprake is van matiging van de schadevergoeding door de rechter, spelen in beginsel de matigingsgronden van artikel...

Close