ING verbreekt bankrelatie met autohandelaar na vermoedens witwassen

In een recente zaak bij de voorzieningenrechter in Amsterdam stond de vraag centraal of ING de bankrelatie met een Gooise autodealer kon opzeggen vanwege haar vermoedens dat de bankrekening van ING werd gebruikt voor witwassen. In deze blog gaat advocaat ondernemingsrecht Sjoerd Yntema nader op de casus in.

De feiten

Orange Cars B.V. en Orange Services B.V. zijn sinds respectievelijk 2013 en 2014 onder de naam Novus actief in zowel de verhuur als verkoop van luxe auto’s. Vanaf haar oprichting bankiert Novus bij de ING bank.

Volgens de Wet op financieel toezicht (Wft) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) zijn banken verplicht streng te controleren op malversaties. Nadat ING in 2018 is veroordeeld tot een boete van € 775.000.000,- wegens ernstige nalatigheden bij het voorkomen van witwassen, is zij scherper gaan controleren. Zo ook bij Orange Cars en Orange Services.

ING stelt daartoe in 2019 en 2020 een aantal gedetailleerde vragen aan Novus over onder meer de herkomst van het startkapitaal en een toelichting op bepaalde cashstortingen en ongebruikelijke leningen en transacties. Op deze vragen komt voor ING geen bevredigend antwoord, waardoor zij Novus in juli 2020 informeert dat zij heeft besloten te bankrelatie met haar op te zeggen.

Kort Geding

Novus betrekt ING in een kort geding en vordert daar ING te veroordelen de relatie voort te zetten totdat in de bodemprocedure De gerechtelijke procedure waarin een geschil definitief wordt beslist.
» Meer over bodemprocedure
bodemprocedure
is beslist over de rechtmatigheid van de opzegging. ING voert verweer; zij is en blijft van mening dat zij de bankrelatie terecht heeft beëindigd.

Het toetsingskader

Een gebod om een bankrelatie te continueren, kan in kort geding worden uitgesproken als voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter die vordering zal toewijzen en als niet van de eisende partij kan worden gevergd dat die de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

Banken zijn op grond van de Algemene Bankvoorwaarden bevoegd om de relatie met een klant te beëindigen, maar deze bevoegdheid kent grenzen. Een bank heeft namelijk een zorgplicht De verplichting van een opdrachtnemer om de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen.
» Meer over zorgplicht
zorgplicht
jegens haar klanten, waarin ook het belang van betalingsverkeer voor de rekeninghouders wordt meegewogen. Daarbij moet mede worden betrokken dat het voor (rechts)personen van groot belang is dat zij toegang hebben tot het bancaire systeem. Daarom kan het in gevallen zo zijn, dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid Een bron van ongeschreven objectief recht waaraan mensen zich moeten gedragen jegens elkaar.
» Meer over redelijkheid en billijkheid
redelijkheid en billijkheid
onaanvaardbaar is dat een bank van haar contractuele opzeggingsbevoegdheid gebruik maakt (artikel 6:248 lid 2 BW; zie ook deze uitspraak). 

Aan de andere kant hebben banken een verantwoordelijkheid bij het signaleren van zogenoemde financieel-economische criminaliteit en andere integriteitsrisico’s. Zij moeten zoveel mogelijk voorkomen dat het financiële systeem voor oneigenlijke doelen wordt misbruikt. Daartoe moeten zij onderzoek doen naar hun cliënten en de verzamelde informatie up-to-date houden. Als een bank het cliëntenonderzoek niet kan voltooien, moet zij de relatie met die klant beëindigen (artikel 5 lid 3 Wwft). De bank kan dan immers het risico van misbruik van de door hem aangeboden producten en diensten niet overzien. Het is voor de beëindiging van de relatie niet noodzakelijk dat er concrete bewijzen zijn dat de klant betrokken is bij criminele activiteiten.

Banken hebben geen formele opsporingsbevoegdheden en zijn voor het cliëntenonderzoek afhankelijk van informatie uit openbare bronnen en informatie van de klant zelf. De klant is verplicht de bank te voorzien van de nodige informatie over – onder meer – zijn activiteiten en de wijze waarop hij aan het geld is gekomen dat hij bij de bank onderbrengt (artikelen 2 lid 2, 3 en 7 van de Algemene Bankvoorwaarden).

De beoordeling

De voorzieningenrechter oordeelt dat er veel contant geld in Novus omging en dat door de wijze waarop Novus haar administratie voerde deze betalingen vaak niet konden worden gekoppeld aan concrete transacties.

Novus heeft volgens de voorzieningenrechter onvoldoende duidelijk gemaakt op welke wijze zij haar bedrijfsvoering heeft aangepast zodanig dat nu geen contante betalingen of kortlopende leningen bij bekenden meer nodig zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat van ING onder deze omstandigheden niet kan worden verwacht dat zij haar diensten blijft verlenen aan een partij die haar administratie niet op orde heeft en ook niet voldoende doordrongen lijkt te zijn van het belang van controle op witwassen.

De slotsom is dat ING de relatie met Novus mocht beëindigen. De vordering van Novus wordt dan ook afgewezen.

Advocaat beëindiging bankrelatie

De advocaten van AMS advocaten treden regelmatig op voor vennootschappen wiens bankrelatie is beëindigd en heeft ruime ervaring in dergelijke procedures.

More in Ondernemingsrecht
Enquêteprocedure starten ingewikkeld? Lang niet altijd!

De Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam (OK) staat bekend als een bijzondere en gespecialiseerde rechtbank voor het oplossen van ondernemingsrechtelijke...

Close