goede trouw

Het begrip “goede trouw” komt op diverse plekken in het Burgerlijk Wetboek (BW) voor. Het meest in het oog springt het begrip in het kader van de overdracht Overdracht is het overdragen van een recht (indien het een recht van eigendom betreft: in eigendom) aan een ander.
» Meer over overdracht
overdracht
van een goed die geldig is, ondanks de onbevoegdheid van de vervreemder: de overdracht van een roerende zaak Roerend zijn alle zaken die niet onroerend zijn.
» Meer over roerende zaak
roerende zaak
 is toch geldig, mits de overdracht anders dan om niet (dus niet gratis) is gebeurd en de verkrijger te goeder trouw is.

Het BW kent geen algemene definitie van goede trouw. Wel bepaalt artikel 3:11 BW: “Goede trouw van een persoon, vereist voor enig rechtsgevolg, ontbreekt niet alleen, indien hij de feiten of het recht, waarop zijn goede trouw betrekking moet hebben, kende, maar ook indien hij ze in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen. Onmogelijkheid van onderzoek belet niet dat degene die goede reden tot twijfel had, aangemerkt wordt als iemand die de feiten of het recht behoorde te kennen.”

De gedachte is dus niet alleen dat geen sprake is van goede trouw als de betrokkene wist van de relevante feiten, maar ook als hij die had moeten kennen. Als onderzoek naar de feiten onmogelijk is, maar er wel reden tot twijfel is, ontbreekt goede trouw ook. Met andere woorden: iemand die risico neemt wordt (bij voorbaat) beschermd door de goede trouw.

Categorie
,

Regeling
,

Wetsartikel
3:11