Provisie

Wanneer recht op provisie?

In de wet (art. 7:431 BW) is bepaald dat de handelsagent recht heeft op provisie (courtage) voor overeenkomsten die tijdens de duur van de agentuurovereenkomst tot stand zijn gekomen. Meer specifiek moet het gaan om één van de volgende gevallen:

  • Een overeenkomst die door tussenkomst (bemiddeling) van de handelsagent tot stand is gekomen.
  • Een overeenkomst die tot stand is gekomen met iemand die de handelsagent al vroeger voor een dergelijke overeenkomst had aangebracht (terugkerende klant)
  • Een overeenkomst die is afgesloten tussen de principaal en iemand uit de klantenkring van de handelsagent of die gevestigd is in het gebied dat aan de handelsagent is toegewezen (tenzij er geen exclusiviteit is afgesproken).

Berekening provisie

De principaal is volgens de wet verplicht om de handelsagent maandelijks in te lichten over de verschuldigde provisie. In de agentuurovereenkomst kan een andere termijn worden afgesproken, bijvoorbeeld twee- of driemaandelijks. In de schriftelijke opgave moet de principaal aangeven op welke gegevens de berekening van de provisie berust. Van de verplichting om deze schriftelijke opgave te doen kan niet worden afgeweken (dwingend recht). 

Inzagerecht handelsagent of derde

De handelsagent heeft daarnaast een inzagerecht: als de handelsagent daarom vraagt, moet de principaal inzage geven in de bewijsstukken die betrekking hebben op de provisie. Denk aan e-mails, orders en facturen. Om aan eventuele bezwaren van een principaal tegen het geven van inzage tegemoet te komen, kunnen partijen ook schriftelijk overeenkomen dat niet de handelsagent maar een derde de stukken kan inzien. Op zowel de handelsagent als de derde rust overigens een geheimhoudingsplicht ten aanzien van de gelezen informatie. 

Beloning bij teruglopende opdrachten

Als de principaal geen gebruikmaakt van de diensten van de handelsagent of minder gebruikmaakt dan de handelsagent had mogen verwachten, heeft handelsagent in beginsel toch recht op provisie. Voorwaarde is dat de handelsagent bereid is zijn verplichtingen uit de agentuurovereenkomst na te komen of deze al heeft nagekomen. Bij de berekening van de beloning wordt rekening gehouden bij de in het verleden ontvangen provisies.

Fictieve dienstbetrekking met ‘kleine’ handelsagent

Het staat partijen in beginsel vrij om de hoogte van de provisie zelf af te spreken. Hierop geldt één belangrijke uitzondering. Als de handelsagent feitelijk maar voor één opdrachtgever bemiddelt, kan de Wet Minimumloon (WMM) van toepassing zijn. Er wordt dan uitgegaan van een fictief dienstverband tussen principaal en handelsagent. Dit is alleen aan de orde als de handelsagent een natuurlijk persoon is en zich niet door meer dan twee mensen laat bijstaan. Onder die voorwaarden kan de handelsagent recht hebben op minimumloon.