Voorlopig getuigenverhoor

Een rechtszaak starten doe je niet zomaar. Je zal het belang van het geschil moeten afwegen tegen de tijd en kosten, en de mogelijke uitkomst. Bij deze afweging speelt de kans van slagen van de vordering een grote rol. Om de proceskans beter te kunnen inschatten, kan het horen van getuigen of deskundige over bepaalde feiten van dienst zijn. De wet biedt daarom de mogelijkheid om, nog vóór een procedure is begonnen, een voorlopig getuigenverhoor te houden.

Bewijs door getuigen

Artikel 166 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat in gevallen waarin bij wet het bewijs door getuigen is toegelaten, op verzoek van een belanghebbende onverwijld een voorlopig getuigenverhoor worden bevolen. Uitgangspunt daarbij is dat de feiten die de verzoeker wil bewijzen betwist moeten zijn en tot een beslissing van de zaak kunnen leiden. Ook als een procedure al aanhangig is, kan een voorlopig getuigenverhoor worden bevolen.

Doel voorlopig getuigenverhoor

Een voorlopig getuigenverhoor kan degene die daarom verzoekt in staat stellen duidelijkheid te krijgen over bepaalde feiten voordat hij een procedure start. Op die manier kunnen dus de proceskansen beter ingeschat worden maar kan ook (beter) worden vastgesteld tegen wie de procedure moet worden ingesteld. Daarnaast kan een voorlopig getuigenverhoor dienen ter voorkoming dat bewijs verloren gaat, bijvoorbeeld bij complexe en naar verwachting langlopende procedures.

Inhoud verzoekschrift

Het verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor moet worden ingediend bij de rechter die waarschijnlijk bevoegd zal zijn om over de zaak, als deze wordt ingesteld, te oordelen. In het verzoekschrift staat een omschrijving van de vordering, de feiten (of rechten) die men wil bewijzen en de namen en woonplaatsen van de getuigen en de wederpartij in het geschil. Het verzoekschrift moet duidelijk en voldoende concreet zijn. In de regel wordt het verzoekschrift op een zitting behandeld waarvoor ook de wederpartij wordt opgeroepen voordat een beslissing wordt gegeven.

Criteria toewijzing verzoek

Bij het toekennen van een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor moet de rechter nagaan of de in het verzoekschrift gestelde feiten die de verzoeker wil bewijzen relevant zijn. De rechter is bij de toewijzing van een verzoek niet vrij om naar eigen inzicht te besluiten: als het verzoek aan de eisen voldoet, heeft de verzoeker in beginsel recht op het gevraagde getuigenverhoor. Er bestaan echter een aantal afwijzingsgronden.

Afwijzingsgronden voorlopig getuigenverhoor

Een verzoek dat aan de eisen voldoet, wordt alsnog afgewezen als er sprake is van een afwijzingsgrond. Deze gronden volgen uit vaste jurisprudentie. Een verzoek wordt door de rechter afgewezen als de verzoeker misbruik maakt van zijn bevoegdheid of geen belang heeft bij het verzoek. Daarnaast wordt een verzoek afgewezen als het in strijd is met de goede procesorde of ander zwaarwichtig belang.

Geen fishing expedition

Zo is het niet de bedoeling om een getuigenverhoor te houden om op goed geluk informatie over te wederpartij te vergaren zonder dat op voorhand duidelijk is of er een claim is. Dit zou leiden tot een zogenaamde fishing expedition waarvoor het (voorlopig) getuigenverhoor niet is bedoeld. Ook kan een verzoek worden afgewezen als blijkt dat het verhoor enkel wordt verzocht om feiten te verkrijgen ten gunste van een procedure die niet bij de civiele rechter voorligt (bijvoorbeeld een strafprocedure).