exhibitieplicht

De exhibitieplicht is neergelegd in artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Op grond van dit artikel kan iemand bij de rechter inzage of een afschrift vorderen van stukken die een ander onder zich heeft. De rechter kan bij toewijzing bepalen op welke wijze inzage of afschrift moet worden verschaft.

Wel dient aan bepaalde voorwaarden te zijn voldaan. Zo moet de verzoeker een rechtmatig belang hebben bij de vordering. Voorts moeten de stukken een rechtsbetrekking aangaan waarbij de verzoeker partij is. Zijn aan deze voorwaarden voldaan, dan moet de persoon die deze stukken onder zich heeft inzage verlenen. Dit is de exhibitieplicht.

De vordering wordt meestal in het kader van het vergaren van bewijs In het Nederlandse procesrecht geldt als hoofdregel dat de rechter alleen die feiten of rechten aan zijn beslissing ten grondslag mag leggen, die in de rechtszaak aan hem ter kennis zijn gekomen of zijn gesteld en die zijn komen vast te staan.
» Meer over bewijs
bewijs
in een procedure ingesteld. De bescheiden waarop de vordering betrekking heeft moeten wel met name genoemd zijn. Het mag geen fishing expedition Een verzoek om inzage in bescheiden en documenten van een derde zonder exact te weten welke stukken er zijn met als doel gronden voor een vordering te vinden.
» Meer over fishing expedition
fishing expedition
worden waarbij willekeurige bescheiden worden opgevraagd om te kijken of er iets relevants tussen zit.

De exhibitieplicht is niet hetzelfde als het inzagerecht op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens.

 

 

Categorieen:

Ondersteuning nodig?

Neem contact met ons op