Ontslag op staande voet

Geen opzegtermijn en geen inkomsten

Ontslag op staande voet is in feite een opzegging van de arbeidsovereenkomst zonder dat de opzegtermijn in acht genomen wordt. Door een ontslag op staande voet eindigt de arbeidsovereenkomst dus met onmiddellijke ingang. Vanaf dat moment heeft de werknemer dus ook geen recht meer op loon. Ook kan de werknemer geen aanspraak maken op een uitkering omdat de werknemer verwijtbaar werkloos is geworden.

Dringende reden versus gevolgen van het ontslag

Voor een ontslag op staande voet is een dringende reden vereist. In de wet staat dat een gedraging van een werknemer die zodanig is dat van de werkgever niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, als dringende reden moet worden beschouwd. Of er sprake is van een dringende reden hangt steeds af van alle omstandigheden van het geval. Hierbij moet de ernst van de dringende reden worden afgewogen tegen de (persoonlijke) gevolgen van een ontslag op staande voet voor de werknemer.

Redenen voor ontslag op staande voet

De wet kent geen limitatieve opsomming van het begrip dringende reden. Er worden wel een aantal voorbeelden genoemd. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld dronkenschap of diefstal of verduistering op het werk. Daarnaast komen grove belediging van de werkgever en valsheid in geschrifte door de werknemer onder omstandigheden voor een ontslag op staande voet in aanmerking.

Ontslag moet onverwijld worden medegedeeld aan werknemer

Het ontslag op staande voet moet onverwijld worden medegedeeld aan de werknemer nadat de reden voor het ontslag zich heeft voorgedaan. Voor een werknemer moet namelijk direct duidelijk zijn op grond van welke handelingen of gedragingen hij op staande voet wordt ontslagen.

Ontslagreden gebaseerd op medegedeelde reden

De medegedeelde reden voor het ontslag op staande voet fixeert in het beginsel de ontslagreden. Later opgegeven redenen kunnen niet bij de beoordeling van het ontslag worden meegewogen evenmin kan een ontslagreden later worden gewijzigd. Wel mogen later ontdekte omstandigheden worden aangevoerd die bijdragen aan het bewijs van wat al als reden voor het ontslag was aangevoerd.

Werkgever heeft de bewijslast

Het is in een rechtszaak aan (de advocaat van) de werkgever om de door hem opgegeven ontslaggrond(en) te bewijzen en aan te tonen dat deze zo zwaar weegt dat het als een dringende reden valt aan te merken en dat het ontslag onverwijld is gegeven. Om die reden is het aan te raden om de reden(en) van ontslag schriftelijk in een ontslagbrief te bevestigen.

Ontslag op staande voet aanvechten

Juist vanwege de verstrekkende gevolgen van een ontslag op staande voet voor een werknemer leidt een dergelijk ontslag vaak tot gerechtelijke procedures tussen een werkgever en zijn ex-werknemer. De werknemer heeft in dit kader een termijn van twee maanden na het ontslag om dit ontslag te vernietigen. De (advocaat van de) werknemer dient binnen die termijn een procedure bij de kantonrechter te starten.