Bij de doorstart van een failliete onderneming komen veel zaken kijken. Wordt de hele onderneming overgenomen of neemt de koper slechts de (gezonde) onderdelen over? Wat gebeurt er met de lopende contracten? En hebben de gedupeerde partijen recht op schadevergoeding? Deze vragen kwamen aan de orde in een recente procedure over de nasleep van het faillissement van een ziekenhuis. Advocaat insolventierecht Marco Guit licht de uitspraak toe.
Einde contract door faillissement wederpartij
Aanleiding voor de procedure was het volgende. Twee oogartsen voerden op basis van een toelatingsovereenkomst de oogheelkundige praktijk uit in het Ruwaard van Puttenziekenhuis (SRPZ). In de overeenkomst is onder meer opgenomen dat de specialisten bij beëindiging recht hebben op goodwill ten aanzien van in het ziekenhuis verrichten werkzaamheden. SRPZ gaat op een gegeven moment failliet. De curator bereikt overeenstemming met Spijkenisse Medisch Centrum (SMC) over een doorstart middels een overeenkomst van koop en verkoop. Hierin is bepaald dat SMC bij de curator zal aangeven welke lopende overeenkomsten zij wenst over te nemen. SMC heeft de overeenkomsten met de oogartsen niet overgenomen. In plaats daarvan heeft zij met hen een arbeidsovereenkomst voor 6 maanden gesloten. Deze arbeidsovereenkomsten zijn na afloop niet door SMC verlengd.
Doorstart onderneming met een activa-passiva transactie
De oogartsen vorderen in een procedure tegen SMC schadevergoeding op grond van wanprestatie. Volgens de rechter kan hier echter geen sprake zijn van wanprestatie omdat de toelatingsovereenkomsten niet door SMC zijn overgenomen. De oogartsen kunnen dus in beginsel enkel jegens (het failliete) SRPZ aanspraak maken op nakoming. De stelling van de oogartsen dat er sprake is van een overgang van de (hele) onderneming (waaronder de toelatingsovereenkomsten) en niet slechts van enkele activa, wordt door de rechter verworpen. Ook een doorstart van min of meer de hele onderneming kan gestalte krijgen door een activa-transactie.
Doorstartende partij geen verplichting tegenover oogartsen
Evenmin is er volgens de rechter sprake van onrechtmatig handelen door SMC. Het stond SMC als doorstartende partij in beginsel vrij om wel of niet (opnieuw) een contract met de oogartsen af te sluiten. Een partij die bereid is onderdelen over te nemen is immers niet verplicht om alle onderdelen van die failliete onderneming over te nemen. Op SMC rustte voorts geen verplichting om een arbeidsovereenkomst aan te gaan met de oogartsen, laat staan in stand te houden. Zij mocht aldus (zelfs zonder opgave van reden) besluiten de oogartsen niet meer in dienst te nemen na afloop van hun tijdelijke contracten.
Profiteren van faillissement concurrent mag!
Tot slot zou er volgens de oogartsen sprake zijn van ongerechtvaardigde verrijking. SMC zou hun praktijk hebben overgenomen en daardoor profiteren van de door hen opgebouwde goodwill zonder hiervoor enige vergoeding te hebben betaald. De rechter overweegt dat de schade van de oogartsen (het verlies van goodwilll) een gevolg is van het faillissement, niet van het handelen van SMC. Het is aannemelijk dat anderen van het faillissement van SRPZ hebben geprofiteerd, in die zin dat patiënten die, in het geval SRPZ niet zou zijn gefailleerd, naar dat ziekenhuis zouden zijn gegaan terwijl zij nu naar andere ziekenhuizen/specialisten gaan. Dat betekent nog niet dat deze verrijking ongerechtvaardigd is. Derden mogen nu eenmaal profiteren van het faillissement van een concurrent. Bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld als het faillissement van de derde actief door een concurrent in de hand is gewerkt, kunnen dit anders maken. Dat is hier echter niet het geval. De oogartsen hebben geen recht op schadevergoeding en de vorderingen worden afgewezen.