Getuigen horen voorafgaand aan een procedure bij de Ondernemingskamer
Lennard Noordzij In het kort
- De Ondernemingskamer acht zich bevoegd een voorlopig getuigenverhoor te bevelen ter voorbereiding van een enquête- of uittredingsverzoek.
- Sinds 1 januari 2025 geldt daarvoor een gezamenlijke regeling: toewijzen, tenzij een wettelijke afwijzingsgrond zich voordoet.
- Ook een partij die al over veel informatie beschikt, kan belang hebben bij een getuigenverhoor. De Ondernemingskamer kijkt dan wel extra kritisch mee en wees in twee zaken verzoeken af.
- Een partij die zijn bewijsverzoek wil uitbreiden met een enquêteverzoek, moet rekening houden met de voorbereidingstijd van alle belanghebbenden.
Voor een enquête moeten er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen. Voor uittreding onder de geschillenregeling geldt een andere maatstaf: de aandeelhouder moet door gedragingen van medeaandeelhouders of van de vennootschap zodanig in zijn rechten of belangen zijn geschaad, dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap redelijkerwijs niet meer van hem kan worden gevergd. Beide drempels vragen om feiten. Een voorlopig getuigenverhoor kan die feiten boven tafel krijgen, nog vóór de procedure begint. Maar hoe ver mag dat gaan? Een beschikking van de Ondernemingskamer van 28 augustus 2026 laat zien waarop zo’n verzoek kan stranden. Advocaat ondernemingsrecht Lennard Noordzij bespreekt de uitspraak.
De route: bewijs verzamelen voor de hoofdzaak
De wet biedt voor de hoofdzaak ruimte voor vier bewijsverrichtingen: een voorlopig getuigenverhoor, een deskundigenbericht, een plaatsopneming en inzage in gegevens. De sinds 1 januari 2025 geldende Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht brengt die mogelijkheden samen in één regeling. Het verzoek gaat naar de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn in de hoofdzaak. Bij een enquête en bij de vernieuwde geschillenregeling is dat de Ondernemingskamer. Daaraan ontleent zij haar bevoegdheid om vooraf getuigen te laten horen.
Die route heeft oudere wortels. Al in de memorie van toelichting uit 1999 hield de wetgever bij het voorlopig getuigenverhoor rekening met zaken die door de Ondernemingskamer worden behandeld. De Ondernemingskamer verwijst op dit punt zelf naar de SNS-beschikking van 17 november 2017. Daarin oordeelde de Hoge Raad dat de Ondernemingskamer bevoegd is kennis te nemen van een voorlopig getuigenverhoor dat vooruitloopt op een Wft-schadeloosstellingsprocedure. Over een verhoor ter voorbereiding van een enquêteprocedure besliste de Hoge Raad toen nog niet. De Ondernemingskamer doet dat nu wel.
De toets: toewijzen, tenzij
De memorie van toelichting bij het nieuwe bewijsrecht is helder over het uitgangspunt: “Uitgangspunt is dat de rechter het verzoek toewijst, tenzij zich een van de afwijzingscriteria voordoet.” De wet noemt vijf gronden voor afwijzing:
- Onvoldoende bepaaldheid: de verlangde informatie moet voldoende zijn afgebakend. Benoem de feiten of gebeurtenissen waarover getuigen kunnen verklaren en hun betekenis voor de mogelijke procedure.
- Onvoldoende belang: leg uit waarvoor de bewijsverrichting nodig is. Dat kan ook zijn om de eigen rechtspositie te bepalen of om te beoordelen of procederen zinvol is.
- Strijd met de goede procesorde: de wijze en het moment waarop het verzoek wordt gedaan mogen een behoorlijk verloop van de procedure niet onaanvaardbaar belemmeren.
- Misbruik van bevoegdheid: het verzoek mag niet uitsluitend dienen om de wederpartij te hinderen, zonder relevant bewijsdoel.
- Andere gewichtige redenen: ook zwaarwegende bezwaren kunnen aan een bewijsverrichting in de weg staan. De rechter moet die concreet beoordelen en motiveren.
Volgens de wetsgeschiedenis kunnen deze gronden in elkaar overlopen en naast elkaar van toepassing zijn. Een vaste rangorde is er niet, al vormen misbruik van bevoegdheid en andere gewichtige redenen volgens de regering het sluitstuk.
Hoe ver mag de rechter vooruitkijken?
Een verzoeker hoeft de hoofdzaak nog niet rond te hebben. De Hoge Raad oordeelde eind 2017 dat de feiten en de juridische grondslag niet al nauwkeurig hoeven vast te staan, en dat de toewijsbaarheid van de voorgenomen vordering niet ter beoordeling voorligt. Ook onbetwiste feiten nemen het belang bij een verhoor niet zonder meer weg: het kan dienen om de context van gemaakte afspraken te onderzoeken, zo oordeelde de Hoge Raad in 2022. Daar staat wel iets tegenover. In 2018 aanvaardde de Hoge Raad een afwijzing in het geval dat de vordering op basis van de al bekende feiten geen kans van slagen heeft.
De zaak van 28 augustus: veel informatie, te weinig bewijsdoel
In de zaak van 28 augustus 2026 beschikte de 25%-aandeelhouder al over veel informatie. Er was een commissaris benoemd op haar voordracht en haar advocaat had sinds maart 2024 alle vergaderingen van de raad van commissarissen bijgewoond. De Ondernemingskamer liep de verschillende thema’s langs waarover de minderheidsaandeelhouder bewijs wilde verzamelen. Haar oordeel: het was onvoldoende toegelicht welke informatie nog ontbrak of aanvulling behoefde, en welk doel daarmee kon worden bereikt. Het verzoek strandde op onvoldoende bepaaldheid en onvoldoende belang.
Die afwijzing staat op gespannen voet met de al genoemde wetsgeschiedenis en met de rechtspraak van de Hoge Raad, waaruit volgt dat ook de context van vaststaande feiten nader onderzoek kan rechtvaardigen. De minderheidsaandeelhouder benoemde concrete besluiten waarover zij getuigen wilde horen. Zo wilde zij beoordelen of haar belangen zijn geschaad, dan wel of er gronden zijn voor een enquêteverzoek. De Ondernemingskamer beoordeelde vervolgens echter al inhoudelijk de rechtmatigheid van de vorderingen die de minderheidsaandeelhouder stelt te hebben. Daarmee lijkt zij vooruit te lopen op de hoofdzaak. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt immers dat de toewijsbaarheid daarvan bij het bewijsverzoek niet ter beoordeling voorligt.
Een ander verzoek tot het horen van getuigen wees de Ondernemingskamer op 16 april 2026 af. Die zaak betrof een hoger beroep in een geschillenregelingprocedure waarop nog de oude geschillenregeling van toepassing was, terwijl het afzonderlijke bewijsverzoek aan het nieuwe bewijsrecht werd getoetst. Ook daar was het de Ondernemingskamer niet duidelijk wat het horen van getuigen – na jaren procederen – nog moest toevoegen aan de al bekende feiten. Daarbij speelde mee dat de vertraging die het verhoor zou opleveren, in het belang was van de partij die het verhoor verzocht.
Een enquêteverzoek toevoegen: op tijd, of niet
Een verzoek om bewijsvergaring laat zich niet zonder meer kort voor de zitting uitbreiden met een enquêteverzoek. De wet staat wijziging van het verzoek toe, maar trekt daarbij de grens van de goede procesorde. In de beschikking van 28 augustus 2026 werd een negen dagen voor de zitting toegevoegd voorwaardelijk enquêteverzoek, inclusief onmiddellijke voorzieningen, geweigerd. Onder meer het andere beoordelingskader, de ingrijpende gevolgen en de noodzakelijke oproeping van andere belanghebbenden lieten onvoldoende ruimte voor behoorlijk verweer. Dus: een partij die naast bewijsvergaring ook (direct) een enquête of onmiddellijke voorzieningen overweegt, moet die verzoeken tijdig voorbereiden en alle belanghebbenden gelegenheid tot verweer geven.
Conclusie
Deze twee beschikkingen laten zien dat een voorlopig getuigenverhoor een reële route is om een procedure bij de Ondernemingskamer voor te bereiden, maar geen automatisme. Voor de verzoeker betekent dat: maak per onderwerp duidelijk wat het verhoor kan ophelderen en waarom dat van belang is voor de mogelijke hoofdzaak, ook als er al veel informatie op tafel ligt. Wijs ook specifiek op de context van de al wel vaststaande feiten en welke rol die context kan spelen voor het verzoek in de hoofdzaak. Overweegt u een enquête- of uittredingsverzoek en wilt u eerst uw bewijspositie versterken? Neem dan contact op met Lennard Noordzij.
Lennard Noordzij
Advocaat bij AMS Advocaten
Lennard Noordzij is advocaat bij AMS Advocaten, gespecialiseerd in ondernemings- en aansprakelijkheidsrecht. Hij voltooide de Grotius-specialisatieopleiding Onderneming en Aansprakelijkheid en is als expert verbonden aan BusinessInsider.nl. Lennard procedeert regelmatig voor internationale cliënten in commerciële geschillen en arbitrage, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.
Bekijk het profiel van Lennard