Inzage in administratie van failliete debiteur vorderen: het kan!

Marco Guit Marco Guit 1 juli 2015 3 min

In de wet zijn diverse mogelijkheden geregeld om als belanghebbende partij inzage te krijgen in de administratie van een ander. Ook bij een faillissement kan een schuldeiser op grond van artikel 3:15j BW inzage verkrijgen in de administratie van de gefailleerde debiteur. Bijvoorbeeld om zijn vordering te onderbouwen als deze wordt betwist. Maar kan deze exhibitiemogelijkheid ook worden aangewend door een schuldenaar om bewijs te vergaren in een bestuursaansprakelijkheidszaak. Die vraag stond centraal in een recente uitspraak. Advocaat insolventierecht Marco Guit legt uit.

Schending stortingsplicht onrechtmatig handelen?

In het faillissement van een BV geeft de curator in zijn (openbare) faillissementsverslag aan dat hij vermoedt dat er niet aan de stortingsplicht is voldaan. Om die reden is de oprichter verzocht om alsnog te volstorten. Een oplettende crediteur van de failliet ruikt nattigheid. Het niet volstorten van aandelen (of voor oprichting weer opnemen van het gestorte kapitaal) zou kunnen wijzen op onrechtmatig handelen van de bestuurder van de BV. De crediteur verwacht geen (volledige) uitkering in het faillissement en heeft een schadevergoedingsvordering ingesteld tegen de bestuurder op grond van bestuurdersaansprakelijkheid.

Crediteur vordert inzage administratie failliete debiteur

Ter onderbouwing van deze vordering wil de crediteur inzage in de administratie van de BV, zodat hij kan onderzoeken of er aan de stortingsplicht is voldaan. Hij stelt hiertoe een vordering in op grond van artikel 3:15j BW. Hierin is bepaald dat in een faillissement schuldeisers met een rechtstreeks en voldoende belang openlegging van de boeken kunnen vorderen. De curator wijst het verzoek af en de kwestie wordt aan de rechtbank voorgelegd.

Voldoende belang crediteur

De crediteur voert aan dat de verkenning van verhaalsmogelijkheden (tegen bijvoorbeeld de bestuurder) een rechtstreeks en voldoende belang oplevert. Hij wijst op het belang bij opheldering (en onderbouwing) van de gang van zaken die tot het faillissement geleid heeft. De curator wijst daarentegen o.m. op het feit dat de crediteur in zijn procedure tegen de bestuurder voldoende mogelijkheden heeft om nader bewijs te vergaren. Denk aan de exhibitieplicht ex artikel 843 Wetboek van Rechtsvordering.

Vaststelling vordering schuldeiser in faillissement

Volgens de curator lijkt de strekking van artikel 3:15j BW primair te zijn om te verzekeren dat de vordering van de crediteur ten tijde van het faillissement op de juiste hoogte en in de juiste hoedanigheid komt vast te staan. Het artikel moet zo worden uitgelegd dat de betreffende crediteur door openlegging bewijs kan vergaren omtrent de omvang of hoedanigheid van de vordering. Niet om als fishing expedition te dienen en belastende gegevens te verzamelen om iemands aansprakelijkheid te bewijzen.

Artikel 3:15j BW bij vermoeden bestuursaansprakelijkheid?

De rechtbank had in deze zaak een uitspraak kunnen doen over de uitleg van artikel 3:15j BW. Dit heeft zij niet gedaan maar in plaats daarvan heeft zij de vordering op een andere grond afgewezen. Een gemiste kans. De vraag of artikel 3:15j BW ter onderbouwing van een onrechtmatige daad-actie kan worden toegepast is hierdoor niet concreet beantwoord en de deur naar fishing expedities op grond van dit artikel staat dus nog op een kier.