Verstek, verstekvonnis en verzet

Partij ontvangt dagvaarding

Een partij die een dagvaarding ontvangt, wordt daarbij opgeroepen om op een bepaalde dag -al dan niet bij advocaat, afhankelijk van de procedure- te verschijnen voor de betreffende rechterlijke instantie. Indien de gedaagde op de dag waartegen hij is opgeroepen niet verschijnt, dan toetst de rechter of aan de formele vereisten voor oproeping en verschijning is voldaan.

Verstek bij niet verschijnen gedaagde

Als de rechter van oordeel is dat de gedaagde op de juiste manier is opgeroepen maar niet (of niet op de juiste wijze, bijvoorbeeld niet bij advocaat) in het geding is verschenen, dan verleent de rechter verstek. Ook indien de gedaagde het griffierecht niet tijdig voldoet, hoewel dat bij dagvaarding was aangezegd, zal de rechter verstek verlenen. Tegen de gedaagde tegen wie verstek is verleend wordt de vordering toegewezen, tenzij deze vordering de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

Wat houdt een verstekvonnis in?

In de praktijk toetst de rechter slechts zeer marginaal of de vordering hem “onrechtmatig of ongegrond” voorkomt. In de praktijk worden ook verstrekkende vorderingen bij verstek (vrijwel) integraal toegewezen. Een gedaagde kan er in elk geval niet op rekenen dat de rechter de rechtmatigheid en gegrondheid van de vordering diepgaand gaat beoordelen. Het (verstek)vonnis wordt, als dat is gevorderd, in principe ook uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat het instellen van verzet (of hoger beroep, wat soms nodig is) de tenuitvoerlegging van het vonnis niet schorst. Tegen een verstekvonnis moet (in de meeste gevallen) geen hoger beroep worden ingesteld, maar verzet. Juist ingesteld verzet brengt mee dat de zaak alsnog, op tegenspraak bij de zelfde instantie wordt behandeld als die het verstekvonnis afgaf. Dit in tegenstelling tot hoger beroep, dat bij een andere, hogere instantie – het gerechtshof – wordt behandeld.

Wat is een verzetprocedure?

Een verzetprocedure wordt dus gevoerd bij de rechter die het verstekvonnis wees. De verzetprocedure vangt aan door middel van een dagvaarding. Daarbij dagvaardt de bij verstek veroordeelde gedaagde de oorspronkelijke eiser. De verzetdagvaarding geldt als conclusie van antwoord (dat wil zeggen: verweer tegen de eis) en kan een eventuele tegeneis (reconventionele vordering) bevatten. Het verzet heropent de procedure dus in feite, die dan alsnog inhoudelijk wordt behandeld.

Advocaat en verzetdagvaarding

In zaken waarin de gedaagde niet in persoon kan procederen, moet het verzet worden ingesteld door een advocaat, die bij de verzetdagvaarding zich als advocaat stelt voor de eiser in verzet (oftewel opposant).

Verzettermijn: kort en fataal

De termijnen voor het instellen van verzet zijn kort. In principe is de termijn voor het uitbrengen van een verzetdagvaarding vier weken na betekening van het vonnis in persoon, of na de datum waarop de bij verstek veroordeelde persoon een daad heeft verricht waaruit blijkt dat hij bekend is met de inhoud van het vonnis. Deze korte termijnen brengen mee dat de advocaat van de bij verstek veroordeelde gedaagde moet binnen vier weken niet alleen de formele verzetdagvaarding opstellen, maar daarin ook het volledige verweer tegen de vordering formuleren. Daarom is het raadzaam om, als u (per ongeluk) bij verstek bent veroordeeld, zo spoedig mogelijk een advocaat te raadplegen.

Drie verschillende startmomenten verzettermijn

De korte termijn is keihard: als de verzetdagvaarding een dag te laat is uitgebracht, is de eiser in verzet niet ontvankelijk, en is het verstekvonnis onherroepelijk geworden. De verzettermijn kan op drie verschillende momenten beginnen te lopen. De termijnen kunnen bovendien verschillen al naar gelang van de woonplaats van de gedaagde:

  1. De verzettermijn begint zoals hiervoor genoemd te lopen vanaf het moment dat het vonnis aan de veroordeelde partij in persoon is betekend. Betekening aan een rechtspersoon geschiedt door betekening aan de bestuurder van die rechtspersoon in eigen persoon.
  2. De termijn start ook vanaf het moment dat de veroordeelde partij een daad van bekendheid heeft verricht waaruit blijkt dat hij bekend is met de inhoud van het vonnis. Het moet gaan om een gedraging naar buiten toe, waaruit blijkt dat de gedaagde kennis heeft van de inhoud van het vonnis.
  3. Tot slot -en dit wordt weleens vergeten- begint de verzettermijn te lopen op de dag na voltooien van de tenuitvoerlegging (executie) van het vonnis. Dit hoeft geen volledige executie te zijn. Indien de schuldeiser bijvoorbeeld een gering banksaldo onder de bank trof, waarop beslag is gelegd, en de executie van dat saldo wordt voltooid doordat de bank het saldo uitkeert aan de deurwaarder is die executie voltooid. De verzettermijn is alsdan aangevangen.

Verzettermijn bij gedaagde zonder Nederlandse woonplaats

De termijn van verzet is acht weken indien de gedaagde ten tijde van de betekening of daad van bekendheid geen woonplaats had in Nederland, maar zijn woonplaats of werkelijk verblijf buiten Nederland wel bekend is. Indien de woonplaats van gedaagde in of buiten Nederland onbekend is, vangt de verzettermijn slechts aan op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd.

Verstek en verzet bij dagvaardingsprocedures

Het verstekvonnis en het rechtsmiddel van verzet geldt alleen bij dagvaardingsprocedures. Bij verzoekschriftprocedures -die soms ook kunnen leiden tot serieuze betalingsveroordelingen, zoals alimentatieverplichtingen, etc.- is het rechtsmiddel van verzet onbekend. Weliswaar bepaalt de wet niet dat de rechtbank in een verzoekschriftprocedure het verzoek zal toewijzen tenzij het onrechtmatig of ongegrond voorkomt, maar in de praktijk gebeurt dat veelal wel. Bij verzoekschriftprocedures staat alleen het rechtsmiddel van hoger beroep (en daarna eventueel cassatie) open.

Track record

Artikel

Arbitrage: schadevergoeding wegens bouwtijdoverschrijding en herstel van gebreken toegewezen

In een arbitrageprocedure over een woningborggeschil heeft Rosa twee particuliere opdrachtgevers bijgestaan in een geschil met hun aannemer. In het vonnis wees de arbiter een gefixeerde schadevergoeding toe in verband met bouwtijdoverschrijding. Daarnaast stelde de arbiter diverse gebreken vast die door de aannemer moeten worden hersteld. Voor de reeds verholpen gebreken, waarbij de aannemer geen gelegenheid had gekregen om deze zelf te herstellen, kende de arbiter een vergoeding toe op basis van de door de aannemer bespaarde kosten.

Bouwrechtbouwtijdoverschrijdingherstel gebreken
Uitspraak

Verzet succesvol: aannemer niet gebonden aan ongeautoriseerd funderingsonderzoek

Voor een vaste cliënte, een klein aannemersbedrijf, stelde Rosa met succes verzet in. De aannemer was eerder veroordeeld om een openstaande factuur voor een funderingsonderzoek te betalen. Rosa bestreed deze veroordeling succesvol: de aannemer had nooit opdracht gegeven voor het onderzoek. Het onderzoek was aangevraagd door een bij de bouw betrokken persoon die niet in dienst was van de aannemer. De rechter oordeelde bovendien dat geen sprake was van schijn van volmachtverlening.

Uitspraak

Rechtbank vult vonnis aan zodat uitspraak direct uitvoerbaar is

De rechtbank vult op verzoek van Lennard in een later vonnis haar eerdere beslissing aan, waarin de bestuurder in persoon en de moeder- en dochtermaatschappij van de betreffende onderneming aansprakelijk waren gehouden voor een vordering op deze onderneming, zodat de startdatum van de rente klopt en de uitspraak direct ten uitvoer kan worden gelegd.

Bestuurdersaansprakelijkheid aanvulling vonnis
Uitspraak

Tuchtklacht deels gegrond: gerechtsdeurwaarder berispt in hoger beroep

AMS Advocaten stond de cliënt bij in hoger beroep in een tuchtklacht tegen een gerechtsdeurwaarder over het misbruiken van beslag als drukmiddel bij een groepsvordering. Het hof verklaarde de klacht deels gegrond, legde de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op en veroordeelde hem in de kosten in beide instanties.

deurwaarderHoger beroep
Uitspraak

Rechtbank verklaart zich onbevoegd: vorderingen van € 15 miljoen afgewezen

Lennard stond met succes een bestuurder bij in een bodemprocedure bij de rechtbank Rotterdam. De bestuurder was bij verstek veroordeeld tot betaling van meer dan € 15 miljoen. Lennard is namens de bestuurder tegen dit vonnis in verzet gekomen en wierp een bevoegdheidsincident op. De rechtbank honoreert dit verweer en acht zich alsnog onbevoegd. Zij wijst alle vorderingen tegen de bestuurder af.

BestuurdersaansprakelijkheidBevoegdheid

Gerelateerde blogs

Alle blogs