Rechtsvorderingen verjaren na verloop van tijd omwille van de rechtszekerheid. Op een gegeven moment moet een schuldenaar er van kunnen uitgaan dat hij niet meer met een vordering of schuld uit het verleden wordt geconfronteerd. Maar wanneer de verjaring begint te lopen is vaak punt van discussie. Advocaat verbintenissenrecht Hidde Reitsma vat een recente uitspraak over verjaring samen.
Partijen sluiten overeenkomst aandelentransactie
De gedaagden in deze zaak hebben in 2005 met eiser afgesproken dat zij zijn aandelen in BV X zouden overnemen. Hiervoor hebben zij al een bedrag aan eiser aanbetaald, maar komen in begin 2006 overeen dat voor deze aandelentransactie nog een aanvullend bedrag van maximaal € 90.000 moet worden betaald. De hoogte van dit aanvullende bedrag is op verzoek van gedaagden afhankelijk gesteld van de uitkomst van een procedure tussen eiser en een derde partij. In het geval dat eiser zijn vordering in die procedure krijgt toegewezen, zal het toegewezen bedrag in mindering worden gebracht op de koopprijs die gedaagden nog verschuldigd zouden zijn.
Advocaat start incassoprocedure restant koopsom
In 2012 is de vordering van eiser op de derde partij in hoger beroep afgewezen. Het vonnis is vervolgens onherroepelijk geworden. Gedaagden hebben echter het aanvullende bedrag niet voldaan. Eiser start een incassoprocedure tegen gedaagden in 2013 in verband met de betaling van het aanvullende bedrag van € 90.000. Gedaagden doen een beroep op verjaring van de vordering omdat de koopovereenkomst meer dan vijf jaar geleden is gesloten.
Vordering betaling koopsom verjaart na 5 jaar
De rechtbank stelt voorop dat een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis tot betaling van een koopsom verjaart door verloop van vijf jaar na aanvang van de dag waarop de vordering opeisbaar is geworden. In dit geval zijn er inderdaad vijf jaar verstreken na het sluiten van de overeenkomst, maar niet na de dag dat de vordering opeisbaar is geworden. Immers, de betaling van het aanvullende bedrag is pas opeisbaar geworden nadat de hoogte hiervan is vastgesteld, dus pas na het onherroepelijk worden van het arrest van het hof in 2012. Sinds 2012 zijn er nog geen vijf jaar verstreken dus de rechtbank is van mening dat de vordering van eiser is nog niet verjaard.
Advocaat bij verjaring en stuiting
Een vordering verjaart na verloop van de verjaringstermijn tenzij de termijn tijdig wordt gestuit. Er zijn verschillende verjaringstermijnen in de wet vastgelegd maar de meeste bedragen vijf jaar. Wanneer een verjaringstermijn begint te lopen hangt af van de soort vordering. Een vordering tot schadevergoeding gaat bijvoorbeeld pas lopen op het moment dat de schuldeiser zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Bij vorderingen die zien op de nakoming van een overeenkomst (zoals in dit geval) begint de termijn te lopen als de vordering opeisbaar is geworden. Voor vonnissen en boetes gelden weer andere regels. Neem voor meer informatie hierover gerust contact op met één van onze advocaten.