Hoge Raad vergemakkelijkt aansprakelijk stellen van indirect bestuurder

Marco Guit Marco Guit 23 maart 2017 3 min

Het komt geregeld voor dat een bestuurder zijn functie als directeur uitoefent via een rechtspersoon-bestuurder (zoals een management B.V.). Zo een bestuurder wordt een indirect bestuurder genoemd. Uit lagere rechtspraak valt niet op te maken of een indirect bestuurder altijd persoonlijk aansprakelijk is in geval van wettelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder. De Hoge Raad heeft zich hier onlangs over uitgesproken. Advocaat insolventierecht Marco Guit licht de uitspraak van de rechter toe.

 

Wat houdt ”doorbraak van aansprakelijkheid” in?

De wet bepaalt in artikel 2:11 BW dat als de rechtspersoon-bestuurder aansprakelijk is, de indirect bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is. Dit wordt ook wel ‘doorbraak van aansprakelijkheid’ genoemd. Voorwaarde is wel dat de indirect bestuurder op het moment van ontstaan van de aansprakelijkheid bestuurder was van de rechtspersoon-bestuurder.

Indirect bestuurder probeert aansprakelijkheid te ontlopen

De bepaling heeft als doel te voorkomen dat de indirect bestuurder door het ‘tussenschuiven’ van één of meer rechtspersoon-bestuurders aansprakelijkheid ontloopt. De aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder ‘kruipt’ dus door de keten van rechtspersoon-bestuurder tot aan de natuurlijk persoon welke bovenaan de keten staat.

Onbehoorlijk bestuur of onrechtmatige daad

Een rechtspersoon-bestuurder kan op grond van onbehoorlijk bestuur aansprakelijk zijn, maar ook op grond van onrechtmatige daad. Lange tijd is niet duidelijk geweest of de doorbraak van aansprakelijkheid ook geldt als de aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder berust op de grondslag ‘onrechtmatige daad’.

Aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad

Voor aansprakelijkheid van een bestuurder op grond van onrechtmatige daad is namelijk vereist dat de bestuurder persoonlijk een ‘ernstig verwijt’ kan worden gemaakt. De vraag is dus of de ‘doorbraak van aansprakelijkheid’ ook geldt als de rechtspersoon-bestuurder op een andere grondslag dan onbehoorlijk bestuur aansprakelijk is.

Hoge Raad oordeelt over aansprakelijkheid

De Hoge Raad oordeelde in deze uitspraak dat artikel 2:11 BW van toepassing is “in alle gevallen waarin een rechtspersoon in zijn hoedanigheid van bestuurder aansprakelijk is op grond van de wet”. Daaronder valt dus ook de aansprakelijkheid van een rechtspersoon-bestuurder op grond van onrechtmatige daad.

Indirect bestuurder versus ernstig persoonlijk verwijt

Door de uitspraak van de Hoge Raad staat dus vast dat een indirect bestuurder óók aansprakelijk is als de rechtspersoon-bestuurder aansprakelijk is op grond van ‘onrechtmatige daad’. Voor de doorbraak van aansprakelijkheid is dus niet vereist dat de eisende partij aantoont dat de indirect bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Geen persoonlijke aansprakelijkheid voor indirect bestuurder

Een indirect bestuur kan ontsnappen aan deze automatische persoonlijke aansprakelijkheid door het aanvoeren van omstandigheden waaruit blijkt dat hem in het concrete geval geen persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt van de gedragingen waarop de aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder berust.