Onrechtmatig bodembeslag door de belastingdienst? Eis schadevergoeding!

Marco Guit Marco Guit 26 augustus 2015 3 min

Bij een bodembeslag door de Belastingdienst wordt beslag gelegd op alle roerende zaken die zich op de bodem van de belastingschuldige bevinden. Deze simpele wijze van beslag kan echter ingewikkeld worden als zich onder de bodemzaken goederen bevinden die geen eigendom zijn van de belastingschuldige. In een recente uitspraak vordert de rechtmatige eigenaar van door de Belastingdienst verkochte zaken schadevergoeding. Hoe gaat de rechter om met deze vordering? Marco Guit, advocaat gespecialiseerd in beslagrecht, licht toe.

 

Bodemvoorrecht en bodembeslag

Wij blogden al eerder over bodemvoorrecht en bodembeslag. In die blog leest u alles over het verschil tussen beide begrippen.

Belastingdienst legt beslag op roerende zaken

In deze zaak had de eiser aan een fietsenwinkel zaken verhuurd. De fietsenwinkel had een schuld bij de Belastingdienst en de Belastingdienst legde bodembeslag op de zaken in de winkel, waaronder op de goederen die door eiser waren verhuurd. Vervolgens heeft de Belastingdienst de zaken verkocht. Eiser voert aan dat het beslag onrechtmatig is en vordert schadevergoeding vanwege het verlies van zijn zaken.

Bodemrecht: voorrangsrecht fiscus op roerende zaken

De kantonrechter overweegt dat de Belastingdienst  zich mag verhalen op roerende zaken die zich tijdens beslaglegging op de bodem van de belastingschuldige bevinden (zogenaamde bodemzaken). Dat mag zelfs als deze zaken niet aan de belastingschuldige in eigendom toebehoren. Dit zogenaamde bodemrecht strekt ertoe te waarborgen dat de belastingdienst, ondanks eventuele rechten van een derde, op een inbeslaggenomen zaak zich overeenkomstig zijn rang kan verhalen alsof de zaak aan de belastingschuldige toebehoort. Het beslag mag in principe dus goederen omvatten waarop een bezitloos pandrecht is gevestigd, want het bodemvoorrecht van de fiscus is hoger gerangschikt dan een bezitloos (stil) pandrecht.

Geen beslag op zaken bij reëel eigendom derde

Voor de uitoefening van het bodemrecht door de belastingdienst is in beginsel voldoende dat de zaken waarop het recht wordt uitgeoefend zijn aan te merken als bodemzaken. In dat geval kan de belastingdienst zijn bodemrecht uitoefenen, tenzij die zaken in reële eigendom toebehoren aan een derde. Dit volgt uit de Leidraad invordering 2008. Hierin is kort samengevat o.m. bepaald dat er geen beslag kan worden gelegd op zaken van een derde als er sprake is van reële eigendom. Daaronder wordt verstaan de situatie waarin de zaken zowel juridisch eigendom zijn van de derde, als in economisch opzicht in overwegende mate aan hem toebehoren.

Risico waardevermindering verhuurde zaken

Dit geldt niet bij zaken geleverd in huurkoop of onder eigendomsvoorbehoud. Het is evenmin van toepassing in situaties waarin de zaken zijn gehuurd of geleasd en het risico van waardevermindering van de zaken in overwegende mate bij de belastingschuldige ligt. In deze kwestie is niet in geschil dat eiser de juridische eigenaar was van de roerende zaken. De vraag is echter of er sprake is van zogeheten reële eigendom van eiser, en bij wie het risico op waardevermindering ligt (het economisch toebehoren).

Rechter: risico waardevermindering bij eiser

De rechter maakt uit de huurovereenkomst op dat het risico op waardevermindering weliswaar tijdens de looptijd van de overeenkomst bij de huurder (de fietsenwinkel) ligt, maar dat na afloop van de huurperiode de zaken weer aan eiser moeten worden teruggegeven. Behalve in het geval van diefstal en brand, bleef het economisch risico van waardevermindering van de zaken, bijvoorbeeld door gebruik, slijtage of veroudering, voor rekening van eiser. Er doen zich geen van de uitzonderingsgevallen van de in de Leidraad opgenomen beleid voor en dus oordeelt de rechter dat het beslag op de zaken van eiser onrechtmatig was. De gevorderde schadevergoeding wordt toegewezen.