Wil er sprake zijn van een arbeidsovereenkomst, dan gelden er drie wettelijke vereisten. De werknemer moet verplicht zijn arbeid te verrichten. Daarnaast is de werkgever een tegenprestatie verschuldigd aan de werknemer voor de verrichte arbeid. Tot slot dient de werknemer de arbeid te verrichten in dienst van of volgens instructies van de werkgever. Maar is het nu van belang dat partijen de gesloten overeenkomst ook als arbeidsovereenkomst kwalificeren of moet er gekeken worden naar hoe partijen uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst? Arbeidsrecht advocaat Sander Schouten bespreekt een recente uitspraak.
Oprichting stichting voor thuis- en daklozen
De verzoekers hebben in 1969 Stichting Emmaus Feniks opgericht met als doel thuis- en dakloze mensen op te vangen en een veilig thuis te bieden. De stichting is gevestigd in een voormalig kloostercomplex. De verzoekers hielden zich naast het besturen van de stichting ook bezig met het opknappen van het kloostercomplex.
Inhoud van verblijfsovereenkomst
In 2008 hebben verzoekers een verblijfsovereenkomst gesloten met de stichting waarin beide verzoekers “leidinggevende” worden genoemd. Partijen zijn onder meer met elkaar overeengekomen dat verzoekers in de woon-werkgemeenschap verblijven, dat zij instemmen met de visie, gewoonten en gebruiken van de stichting, dat zij recht hebben op kost en inwoning, kleding, meubels en andere spullen, zakgeld van € 35,- per week, spaargeld van € 25,- per maand, vakantiegeld van € 50,- per maand, 25 vakantiedagen en vergoeding van reiskosten.Tot slot waren zij ook verzekerd.
Werkzaamheden van verzoekers
De werkzaamheden van verzoekers bestaan op dit moment nog onder andere uit het onderhouden van het kloostercomplex, het verrichten en bijhouden van de financiële administratie, de opvang en begeleiding van dak- en thuislozen en de aansturing van gemiddeld 40 vrijwilligers. Met andere woorden: verzoekers zijn een soort communiteitsleiders.
Spanningen en ziekmeldingen
In 2017 ontstonden er spanningen tussen verzoekers en het bestuur van de stichting, de bewoners en vrijwilligers. In het jaar daarop hebben verzoekers zich ziek gemeld vanwege spanningsklachten.
Beëindiging verblijfsovereenkomst
Halverwege 2018 heeft het bestuur besloten de verblijfsovereenkomsten met verzoekers te beëindigen. Verzoekers hebben schriftelijk geprotesteerd tegen de opzeggingen.
Verklaring voor recht
De verzoekers verzoeken primair een verklaring voor recht dat zij een arbeidsovereenkomst hadden met Stichting Emmaus Feniks en dat de stichting hun arbeidsovereenkomsten niet rechtsgeldig heeft opgezegd en subsidiair, voor zover de arbeidsovereenkomst wel opgezegd zouden zijn, deze opzeggingen te vernietigen.
Verblijfsovereenkomst of arbeidsovereenkomst
De kantonrechter overweegt dat partijen de gesloten overeenkomst hebben geduid als een ‘verblijfsovereenkomst’. Volgens de kantonrechter kan dit het standpunt van de stichting bevestigen dat partijen nooit de bedoeling hebben gehad om een arbeidsovereenkomst te sluiten.
Voldaan aan wettelijke criteria?
De kantonrechter gaat verder en overweegt dat hij, ongeacht de benaming van de overeenkomst, dient te onderzoeken of aan de drie wettelijke criteria voor een arbeidsovereenkomst uit artikel 7:610 lid 1 BW is voldaan.
Ontstaan van gezagsverhouding
Volgens de kantonrechter was er in 2008 nog geen sprake van een gezagsverhouding, temeer omdat verzoekers de overeenkomst zelf hebben opgesteld en zowel voor zichzelf als de stichting hebben ondertekend. Er was daarmee geen sprake van leiding en/of toezicht vanuit de stichting op verzoekers zodat er in 2008 geen sprake was van een arbeidsovereenkomst.
Voldaan aan criterium gezagsverhouding
Maar op het moment dat verzoekers zich in 2013 terugtrokken uit het bestuur van de stichting, is de verhouding tussen partijen veranderd. Verzoekers geven aan dat zij de dagelijkse leiding over de vrijwilligers en bewoners hebben en dat zij zorg dragen voor de dagelijkse structuur. Zij brengen verslag uit over deze werkzaamheden. Daarnaast wordt aan verzoekers een budget ter beschikking gesteld en voor uitgaven van meer dan € 3.000,- dienen zij toestemming te vragen. Hieruit leidt de kantonrechter af dat er sinds 2013 wel is voldaan aan het criterium gezagsverhouding.
Persoonlijke arbeid en looncriterium
Het staat niet ter discussie dat verzoekers persoonlijk arbeid hebben verricht. Tot slot staat vast dat verzoekers worden beloond in een maandelijkse uitbetaling van loon en zij een zelfstandige woonruimte en auto ter beschikking hebben gekregen. De kantonrechter komt dan ook de tot conclusie dat er op dit moment sprake is van een tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.