Onno stond de voormalige voorzitter van twee Amsterdamse stichtingen, een moskee en een islamitisch uitvaartfonds, bij in twee samenhangende hogerberoepszaken. Cliënt betwistte dat op 10 maart 2021 een geldig besluit tot zijn ontslag als bestuurder was genomen en verzocht daarnaast het ontslag van twee medebestuurders (art. 2:298 BW). Het hof liet de stichtingen toe tot bewijs. Op grond van drie getuigenverklaringen van bestuurders, aangevuld met de notulen en een verklaring van een geschillencommissie, oordeelde het hof dat het ontslagbesluit op die vergadering geldig was genomen. Daarmee werden ook het verzoek tot ontslag van de medebestuurders en de vordering tot opheffing van het moskeeverbod afgewezen.