Naar hoofdinhoud

Rechtbank benoemt Rijksvastgoedbedrijf tot vereffenaar van al ruim twintig jaar onbeheerde nalatenschap

Hidde Reitsma
4 min leestijd

Blog delen

In het kort

  • De rechtbank Noord-Nederland heeft op 14 september 2026 op verzoek van het Openbaar Ministerie een vereffenaar benoemd in een nalatenschap die al ruim twintig jaar onbeheerd werd gelaten.
  • In het huidige erfrecht kan een nalatenschap als zodanig niet failliet gaan. De aangewezen route is de benoeming van een vereffenaar (art. 4:204 lid 1 onder a BW).
  • Niet alleen een belanghebbende kan daarom vragen, ook het Openbaar Ministerie kan dat.

Een man overlijdt in 2001. Hij heeft in 1982 een testament gemaakt, maar de erfgenamen die daaruit volgen zijn niet te vinden. Ruim twintig jaar later kijkt nog altijd niemand naar de nalatenschap om. Wat doe je daar juridisch mee? Op 14 september 2026 gaf de rechtbank Noord-Nederland antwoord in een korte, maar instructieve uitspraak. Erfrechtadvocaat Hidde Reitsma legt uit.

De feiten: een nalatenschap uit 2001 die niemand afwikkelt

De beslissing vermeldt maar weinig feiten. Erflater werd geboren in 1915 en overleed in 2001. Bij testament van 4 mei 1982 had hij over zijn nalatenschap beschikt. Het Openbaar Ministerie verzocht de rechtbank het Rijksvastgoedbedrijf tot vereffenaar te benoemen, omdat de erfgenamen onvindbaar zijn en de nalatenschap daardoor al geruime tijd onbeheerd wordt gelaten. De twee bij naam bekende opvolgende erfgenamen zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet verschenen.

Geen curator meer, wel een vereffenaar

Onder het oude erfrecht benoemde de rechtbank een curator over een onbeheerde nalatenschap. Die figuur is met de invoering van het huidige Boek 4 BW per 1 januari 2003 verdwenen. Alleen een nalatenschap van een persoon die ten tijde van het overlijden in staat van faillissement verkeerde, wordt als faillissement afgewikkeld. Wie nu met een onbeheerde of negatieve nalatenschap te maken krijgt, moet de rechtbank dus vragen een vereffenaar te benoemen (art. 4:204 lid 1 onder a BW). Dat kan in drie gevallen: er zijn geen erfgenamen, het is niet bekend of er erfgenamen zijn, of de nalatenschap wordt niet door een executeur beheerd en de bekende erfgenamen laten haar geheel of ten dele onbeheerd. Opvallend is de kring van verzoekers: naast iedere belanghebbende (vaak een schuldeiser, een hypotheekhouder of een verhuurder) is ook het Openbaar Ministerie bevoegd.

Wie moet worden gehoord? De kring van art. 4:206 BW

Tijdens de procedure meldde zich een derde die de rechtbank verzocht bij de behandeling te worden betrokken. Welke verhouding hij tot de erflater had, vermeldt de beslissing niet. De rechtbank oordeelde dat hij in deze procedure geen rol heeft, omdat hij niet behoort tot de kring van personen die op grond van art. 4:206 BW moeten worden gehoord of opgeroepen. Die kring is beperkt: de rechtbank beslist niet op het verzoek dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de verzoeker en, voor zover zij bestaan en bekend zijn, van de erfgenamen, de boedelnotaris en de executeur (art. 4:206 lid 1 BW). Dat houdt de procedure kort. Zeker bij een nalatenschap die al twintig jaar stilligt, valt daar wel iets voor te zeggen.

Rechtbank: onbeheerd laten is niet wenselijk

De rechtbank overwoog dat de nalatenschap al ruim twintig jaar onbeheerd wordt gelaten, dat het niet wenselijk is dat dit zo blijft en dat aan de wettelijke vereisten is voldaan. Het Rijksvastgoedbedrijf, afdeling Onbeheerde Nalatenschappen, had zich bereid verklaard op te treden. De rechtbank wees het verzoek daarom toe.

Betekenis voor de praktijk

Voor schuldeisers, verhuurders en hypotheekhouders die met een stilliggende nalatenschap zitten, is de les eenvoudig: wachten helpt niet, de wet biedt een concrete route. Wie een eigen belang heeft, kan als belanghebbende zelf om de benoeming van een vereffenaar vragen. Komt niemand op, dan kan ook het Openbaar Ministerie het verzoek doen. Voor de erfgenamen is met de benoeming niet het laatste woord gesproken. De vereffenaar is verplicht onbekende erfgenamen op te sporen, zo nodig via oproepingen in veel gelezen dagbladen (art. 4:225 lid 1 BW), en de vereffening eindigt pas zodra alle erfgenamen het beheer hebben aanvaard en de reeds gemaakte kosten van vereffening hebben voldaan (art. 4:225 lid 2 BW).

Stilzitten heeft wel een prijs: een goed van de nalatenschap dat binnen twintig jaren na het overlijden door niemand is opgeëist, vervalt aan de Staat (art. 4:226 lid 4 BW).

Hoewel de beslissing weinig feiten noemt, ligt het wel voor de hand dat de erflater nog onroerend goed op zijn naam had, dat (dus) inmiddels aan de Staat kan zijn vervallen.

Benoeming vereffenaar

In eerdere blogs kwam al aan de orde wanneer de benoeming van een vereffenaar mogelijk is en waarom een nalatenschap met schulden vaak om een vereffenaar vraagt. Hidde Reitsma treedt zelf veelvuldig op als vereffenaar van nalatenschappen en is desgevraagd, in overleg, bereid een dergelijke benoeming te aanvaarden.

Hidde Reitsma

Hidde Reitsma

Advocaat bij AMS Advocaten

Hidde Reitsma is advocaat, curator en medeoprichter van AMS Advocaten. Hij is sinds 2002 advocaat en heeft bijna 20 jaar ervaring als curator in faillissementen. Hidde voltooide twee specialisatieopleidingen aan de Grotius Academie, waaronder de INSOLAD/Grotius-opleiding Insolventierecht (cum laude). Hij procedeert regelmatig bij de Ondernemingskamer en is gespecialiseerd in insolventierecht, ondernemingsrecht en erfrecht.

Bekijk het profiel van Hidde