Hof beveelt bestuurder failliete vennootschap tot overlegging bescheiden uit administratie

Marco Guit Marco Guit 4 december 2017 3 min

Dat je als schuldeiser niet met lege handen hoeft te blijven staan als een wederpartij weigert inzage te geven in stukken op grond waarvan schade kan worden begroot blijkt uit een (nog niet gepubliceerde) uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. Advocaat aansprakelijkheidsrecht Marco Guit legt uit wat er in deze kwestie speelde, en hoe de schuldeiser in dit geval mogelijk toch toegang zal krijgen tot stukken die de wederpartij in zijn bezit heeft.

Weigering tot inzage stukken om schade te begroten

Onderbouwing van schade is altijd een heikel punt. Soms wordt dat bemoeilijkt doordat de wederpartij over stukken beschikt op grond waarvan de schade kan worden begroot, maar deze weigert daarin inzage te geven. Maar als schuldeiser hoef je dan niet met lege handen te blijven staan.

Aandeelhouder verliest aandelen en zeggenschap

In dit geval ging het om een schuldeiser ten aanzien van wie in rechte was komen vast te staan dat hij zijn aandelen en zeggenschap in een vennootschap door een trucje van zijn medeaandeelhouder en bestuurder was kwijtgeraakt. De aandelen van de schuldeiser waren zonder zijn medeweten geleverd aan deze medebestuurder. Het hof oordeelde in deze kwestie dat zowel de notaris die de levering faciliteerde als de medebestuurder uit wiens koker die levering gekomen was onrechtmatig jegens de schuldeiser handelde. Vervolgens moest er worden doorgeprocedeerd over wat de schade was.

Schuldeiser heeft een bewijsprobleem

De schuldeiser die zijn aandelen en zeggenschap in de vennootschap dus ten onrechte was kwijt geraakt zag zich geconfronteerd met het feit dat hij zijn daadwerkelijk geleden schade lastig kon onderbouwen. Daarom verzocht de schuldeiser het hof om de voormalige medebestuurder te bevelen bepaalde bescheiden van de administratie van de vennootschap te laten overhandigen.

“Vennootschap is failliet, ik heb geen administratie meer”

Bijkomend probleem was dat de vennootschap intussen failliet was verklaard en dat de medebestuurder stelde niet meer over de administratie te beschikken. Het faillissement was intussen zelfs ook al afgewikkeld en opgeheven. Het hof ging met dit verweer praktisch om door te oordelen dat de medebestuurder over de gevraagde bescheiden kon beschikken door deze op te vragen bij de gewezen curator en/of de boekhouder van de vennootschap. Het hof oordeelde daarbij ook dat voor zover dat niet meer mogelijk zal blijken te zijn het aan de medebestuurder was dat dan te voorzien van een verifieerbare toelichting. De medebestuurder werd in deze procedure dus bevolen om bepaalde bescheiden uit de administratie te overleggen zodat de schuldeiser zijn schade nader kan onderbouwen.

Artikel 22 Rv vormt grondslag voor bevel hof

Artikel 22 Rv. bepaalt dat de rechter in alle gevallen en in elke stand van de procedure partijen of een van hen kan bevelen bepaalde stelling toe te lichten, of op de zaak betrekking hebbende bescheiden over te overleggen. Het bevel dat het hof in deze procedure gaf stoelde zij daar op.

Advocaat voor bewijsgaring

Verkeert u in bewijsnood in een procedure? De advocaten van AMS Advocaten hebben veel proceservaring en weten goed welke weg te bewandelen om uw bewijs boven te tafel te krijgen.