Wie beslist over het tegenstrijdig belang van een bestuurder? De Hoge Raad geeft uitsluitsel
In het kort
- Een bestuurder met een mogelijk tegenstrijdig belang is gehouden dit zo vroeg mogelijk te melden aan zijn medebestuurders
- Bij verschil van inzicht is het niet aan de betrokken bestuurder zelf, maar aan de overige bestuurders om te oordelen of daadwerkelijk sprake is van een tegenstrijdig belang
- Dit geldt ook indien de betrokken bestuurder in het geheel geen melding heeft gedaan van zijn (mogelijk) tegenstrijdige belang
- Oordelen de medebestuurders dat uitsluiting geboden is, dan dragen zij er zelf zorg voor dat de betrokken bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming
Inleiding
In de Getir-zaak (ECLI:NL:HR:2026:592) verduidelijkt de Hoge Raad een lang omstreden punt: niet de betrokken bestuurder zelf, maar zijn medebestuurders bepalen of sprake is van een tegenstrijdig belang dat deelname aan besluitvorming uitsluit.
Achtergrond
Getir B.V. is de houdstermaatschappij van een internationale flitsbezorggroep met Turkse wortels. De oprichters (de Founder-bestuurders) hielden circa 21% van de aandelen en waren als niet-uitvoerend bestuurder aan het bestuur verbonden. Hoofdfinancier Mubadala, met circa 29% veruit de grootste aandeelhouder, had inmiddels ruim USD 450 miljoen aan krediet verstrekt.
Eind december 2024 bleek dat Getir per januari 2025 een financieringstekort zou oplopen dat zou stijgen tot USD 58 miljoen half maart 2025. Mubadala trok de stekker uit eerder gemaakte afspraken over een zogenoemde Hive-Out – waarbij de Founders-bestuurders de Turkse kernactiviteiten zouden verwerven – en presenteerde een ultimatief overnamebod aan het bestuur. De uitvoerende bestuurders concludeerden dat de Founder-bestuurders een tegenstrijdig belang hadden: zij hadden persoonlijk belang bij nakoming van de afspraken in de Term Sheet, terwijl het vennootschappelijk belang vroeg om aanvaarding van de door Mubadala aangeboden transactie. Op 7 en 10 januari 2025 namen de uitvoerende bestuurders de beslissende besluiten buiten aanwezigheid van de Founders-bestuurders. De aandeelhoudersvergadering keurde deze besluiten vervolgens goed met ruim 59% van de stemmen.
De Founder-bestuurders stapten naar de Ondernemingskamer. Die wees hun verzoek om onmiddellijke voorzieningen af. In cassatie stelden zij dat de Ondernemingskamer had miskend dat het aan de betrokken bestuurder zelf is om te beoordelen of hij aan de besluitvorming kan deelnemen.
Wettelijk kader
Art. 2:239 lid 6 BW (voor de BV, voor de NV art. 2:129 lid 6 BW) bepaalt dat een bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is aan het vennootschappelijk belang. De maatstaf – ontleend aan het Bruil-arrest van de Hoge Raad uit 2007 – is of in redelijkheid kan worden betwijfeld of de bestuurder zich bij zijn handelen uitsluitend laat leiden door het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.
Niet-naleving van de tegenstrijdigbelangregeling kan verstrekkende gevolgen hebben. Een bestuursbesluit dat tot stand komt in strijd met art. 2:239 lid 6 BW is nietig dan wel vernietigbaar. Daarnaast kan schending leiden tot gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen of tot de vaststelling van wanbeleid in een enquêteprocedure, alsmede tot persoonlijke aansprakelijkheid van de betrokken bestuurder (op grond van art. 2:9 BW; art. 6:162 BW).
De wet bevat echter geen uitdrukkelijke regeling over wie beoordeelt of een situatie van een tegenstrijdig belang zich voordoet.
Wie oordeelt over tegenstrijdig belang?
De Hoge Raad vult die lacune nu in. Op de bestuurder met een mogelijk tegenstrijdig belang rust een actieve meldingsplicht: hij dient zo groot mogelijke openheid te betrachten en het mogelijke tegenstrijdige belang te melden aan zijn medebestuurders. Bij een verschil van inzicht over de vraag of dat belang daadwerkelijk tegenstrijdig is, is het vervolgens niet aan de betrokken bestuurder zelf, maar aan de overige bestuurders om daarover te beslissen. Oordelen zij dat uitsluiting geboden is, dan dragen zij er zelf zorg voor dat de betrokken bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming.
Opvallend is dat de Hoge Raad deze regel ook van toepassing acht wanneer de betrokken bestuurder in het geheel geen melding heeft gedaan van zijn mogelijke tegenstrijdige belang. Het zwijgen van de bestuurder staat er dus niet aan in de weg dat de medebestuurders op eigen gezag ingrijpen.
Hoe werkt dit door in de praktijk?
De uitspraak verschuift het zwaartepunt nadrukkelijk naar de medebestuurders. Zij hebben niet alleen de bevoegdheid om een medebestuurder met een tegenstrijdig belang van de besluitvorming uit te sluiten – zij dragen daar ook de verantwoordelijkheid voor.
Dat is geen kleine opgave. Zeker in besturen waar aandeelhouders hun eigen bestuurder hebben voorgedragen – zoals bij private equity, joint ventures of investeringsstructuren als die van Getir – lopen zakelijke en persoonlijke belangen regelmatig door elkaar. Juist daar is de kans op tegenstrijdigheid het grootst, en juist daar is de drempel om een collega-bestuurder te confronteren in de praktijk het hoogst. De Hoge Raad trekt die drempel weg: het is nu aan de overige bestuurders om in te grijpen, ook als de betrokken bestuurder zelf meent dat er niets aan de hand is.
Xagan Heerbaart
Advocaat bij AMS Advocaten
Xagan Heerbaart is advocaat bij AMS Advocaten, gespecialiseerd in ondernemingsrecht. Zij studeerde af aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en heeft ervaring met procedures bij de Ondernemingskamer. Xagan adviseert en procedeert in aandeelhoudersgeschillen, post-M&A-geschillen en enquêteprocedures.
Bekijk het profiel van Xagan