Wie pakt het bonnetje op? Een recente Ondernemingskamer-beschikking over budgetverhoging als aanleiding voor een praktisch overzicht van de kostenregeling in de enquêteprocedure
In het kort
- De Ondernemingskamer stelt het onderzoeksbudget vooraf vast; de onderzoeker kan om verhoging verzoeken als de werkelijkheid afwijkt van de begroting
- De kosten van het enquêteonderzoek komen in beginsel ten laste van de rechtspersoon, die daarvoor een voorschot moet voldoen
- Blijkt uit het verslag dat een bestuurder, commissaris of feitelijk bestuurder verantwoordelijk is voor onjuist beleid, dan kan de Ondernemingskamer bepalen dat de kosten op hem worden verhaald
- In de praktijk lopen onderzoeksbudgetten uiteen van tienduizenden euro's in MKB-zaken tot zes of zeven cijfers in complexe vennootschapszaken
De inleiding
Wie betaalt de rekening van een enquêteonderzoek? Het is een vraag die in de praktijk soms onderbelicht blijft; totdat de Ondernemingskamer een onderzoeker benoemt en de financiële teller begint te lopen. In een recente beschikking van 30 maart 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:852) verhoogde de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget in de zaak rond B.V. Huizenmij voor de derde keer, tot een totaal van € 74.750 excl. btw.
Advocaat ondernemingsrecht Xagan Heerbaart legt uit hoe de kostenregeling in de enquêteprocedure werkt, wie opdraait voor de rekening en wanneer verhaal op bestuurders mogelijk is.
De zaak: Huizenmij
In juli 2023 beval de Ondernemingskamer een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van B.V. Huizenmij. Tegelijk droeg zij alle aandelen bij wijze van onmiddellijke voorziening over aan een door haar aangewezen beheerder. Begin 2025 werd mr. P.M. Gunning als onderzoeker benoemd. Het budget werd in maart 2025 vastgesteld op € 42.250 excl. btw – in december 2025 verhoogd, en nu nogmaals verhoogd, omdat de verslaglegging meer tijd vergde dan voorzien en de onderzoeker tijd had moeten besteden aan een aanwijzingsverzoek bij de raadsheer-commissaris. Alle partijen stemden in. Eindstand: € 74.750 excl. btw, een stijging van ruim 75% ten opzichte van de oorspronkelijke begroting.
Wat zijn de kosten van het onderzoek?
De onderzoekskosten bestaan uit het honorarium van de onderzoeker en zijn onkosten — denk aan reiskosten, kantoorkosten, kosten voor ingeschakelde specialisten en eventuele kosten als de onderzoeker zelf aansprakelijk wordt gesteld. De Ondernemingskamer stelt het budget vooraf vast op basis van een plan van aanpak. Blijkt gedurende het onderzoek dat het budget onvoldoende is, dan kan uitsluitend de onderzoeker de Ondernemingskamer verzoeken het te verhogen.
Hoe hoog die kosten kunnen oplopen, verschilt sterk. In eenvoudigere MKB-zaken liggen budgetten doorgaans tussen de € 15.000 en € 50.000 excl. btw. Zodra de onderzoeksperiode langer is, meerdere vennootschappen betrokken zijn of de administratie omvangrijker is, loopt het snel op. De Taf Asset-zaak kende een budget van € 220.000 excl. btw. En in de enquêteprocedure naar het gefailleerde zorgconcern Meavita
bedroegen de totale onderzoekskosten € 1.000.000 – een bedrag dat de vakbond vervolgens trachtte te verhalen op de voormalige bestuurders en commissarissen van het concern.
Wie draagt die kosten?
Het wettelijke uitgangspunt is helder: de rechtspersoon draagt de onderzoekskosten (art. 2:350 lid 3 BW). Gelast de Ondernemingskamer een enquête of verhoogt zij het onderzoeksbudget, dan beveelt zij vrijwel ook standaard dat de rechtspersoon zekerheid moet stellen voor de betaling van de kosten van het onderzoek. Er is dus geen sprake van verplichte financiering door de verzoeker.
Dat neemt niet weg dat de verzoeker in de praktijk wél een rol kan spelen. Ontbreekt de financiële draagkracht bij de vennootschap – bijvoorbeeld omdat zij failliet is – dan kan vrijwillige financiering door de verzoeker, een andere belanghebbende of de curator worden toegelaten.
Verhaal op bestuurders en feitelijk bestuurders
Toont het onderzoeksverslag vervolgens aan dat een (feitelijk) bestuurder, commissaris of andere functionaris in dienst van de rechtspersoon verantwoordelijk is voor onjuist beleid, dan biedt art. 2:354 BW de Ondernemingskamer de bevoegdheid om op verzoek van de vennootschap te bepalen dat de onderzoekskosten – geheel of gedeeltelijk – op hem worden verhaald. Zijn meerdere personen verantwoordelijk, dan kunnen zij hoofdelijk worden veroordeeld.
Daarbij geldt een lichtere maatstaf dan bij interne bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 2:9 BW: een ernstig verwijt is namelijk niet vereist. Voldoende is dat individueel en concreet blijkt dat de betrokkene verantwoordelijk is voor het onjuiste beleid en hem daarvan persoonlijk een verwijt kan worden gemaakt. Bovendien geldt dat wordt aangenomen dat “onjuist beleid” in de zin van art. 2:354 BW een lichtere kwalificatie is dan wanbeleid – kostenverhaal is dus ook mogelijk in gevallen waarin de Ondernemingskamer géén wanbeleid vaststelt maar wel onjuist beleid constateert.
Hoe dat in de praktijk uitwerkt, illustreert de beschikking in de zaak Marrobel uit 2024: na vaststelling van wanbeleid – wegens onder meer tegenstrijdig belang, een gebrekkige administratie, fouten in gepubliceerde jaarrekeningen en betalingen aan het bestuur gelieerde partijen – veroordeelde de Ondernemingskamer de betrokken bestuurders hoofdelijk in de onderzoekskosten van € 106.025,- excl. btw.
Wat betekent dit voor de praktijk?
De onderzoekskosten vormen voor elk van de betrokken partijen een eigen financieel risico – en dat risico wordt aan alle kanten onderschat. De vennootschap draagt in beginsel de volledige onderzoeksrekening, zonder dat zij daar in alle gevallen verhaal tegenover heeft. De enquêteverzoeker die vrijwillig zekerheid heeft gesteld voor de onderzoekskosten loopt het risico die zekerheid niet te kunnen verhalen als de procedure niet het gewenste resultaat oplevert. En de bestuurder die in het onderzoeksverslag wordt aangewezen als verantwoordelijke voor onjuist beleid, kan worden geconfronteerd met verhaal van de volledige onderzoeksrekening – zonder dat daarvoor een ernstig verwijt hoeft te worden aangetoond. Wie dat pas ontdekt als de onderzoeker zijn verslag heeft gedeponeerd, is te laat.
Bent u als aandeelhouder, bestuurder of vennootschap betrokken bij een (dreigend) enquêteverzoek? De advocaten van AMS Advocaten hebben ruime ervaring met enquêteprocedures en staan regelmatig verzoekers én verweerders bij voor de OK. Neem gerust contact met ons op.
Xagan Heerbaart
Advocaat bij AMS Advocaten
Xagan Heerbaart is advocaat bij AMS Advocaten, gespecialiseerd in ondernemingsrecht. Zij studeerde af aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en heeft ervaring met procedures bij de Ondernemingskamer. Xagan adviseert en procedeert in aandeelhoudersgeschillen, post-M&A-geschillen en enquêteprocedures.
Bekijk het profiel van Xagan