Advocaat ondernemingsrecht over uitkoop van aandeelhouders

Hidde Reitsma Hidde Reitsma 28 februari 2012 4 min

In de praktijk starten kijvende aandeelhouders vaak eerder een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer om te komen tot een uitkoop, dan dat zij een van de complexe wettelijke uitkoopprocedures starten. Toch is het voeren van een dergelijke uitkoopprocedure soms de enige reële mogelijkheid. Advocaat ondernemingsrecht in Amsterdam Hidde Reitsma licht toe.

Gedwongen uitkoop aandeelhouder

Ik schreef enige tijd geleden al in een blog dat het Burgerlijk Wetboek complexe procedures kent om te komen tot uitkoop van een aandeelhouder. De aandeelhouder die door gedragingen van mede-aandeelhouders “zodanig in zijn rechten of belangen wordt geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd” kan vorderen dat zijn aandelen door de andere aandeelhouders (gedwongen) worden overgenomen. Dat betekent dat de gedaagde partij wordt veroordeeld tot overname van de aandelen en tot betaling van de – in deze procedure vast te stellen – koopprijs. Deze procedure wordt beschreven in artikel 2:343 e.v. van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Omgekeerd kunnen aandeelhouders die tezamen tenminste een derde van de aandelen in een BV of een NV houden vorderen dat een aandeelhouder “die door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig schaadt, dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld” zijn aandelen gedwongen overdraagt. Dit staat in artikel 2:336 van het BW.

Tenslotte kan ook een aandeelhouder die ten minste 95% van de aandelen ineen BV of een NV houdt vorderen dat de  andere aandeelhouders hun aandelen gedwongen zullen overdragen. De rechter moet deze vordering echter afwijzen als (a) een minderheidsaandeelhouder ondanks de vergoeding die hij voor zijn aandelen zal ontvangen “ernstige stoffelijke schade zou lijden door de overdracht“, (b) een gedaagde houder is van een aandeel waaraan bijzondere zeggenschap is verbonden of (c) een eiser jegens een gedaagde afstand heeft gedaan van zijn bevoegdheid deze vordering in te stellen.

Aandeelhouder uitkopen: de Ondernemingskamer

Al deze zaken worden in hoger beroep behandeld door de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam; de laatstbedoelde procedure wordt zelfs uitsluitend voor de Ondernemingskamer gevoerd. De procedures voorzien allen in de benoeming van een deskundige die – als de vordering tot gedwongen overdracht wordt toegewezen – de rechter moet voorlichten over de prijs van de over te dragen aandelen.

De hiervoor bedoelde procedures duren vaak nogal lang; de overdracht van de aandelen kan namelijk pas plaatsvinden als de procedure helemaal is uitgeprocedeerd. In de praktijk duurt dat vaak jaren. Er zijn vaak grote belangen met deze procedure gemoeid, en partijen maken dan ook vaak gebruik van hun bevoegdheid om hoger beroep of cassatie in te stellen.

Vaststelling prijs aandelen en betaling koopsom

In een recente uitspraak van de Hoge Raad ging het om drie broers die elk 1/3 van de aandelen in een BV hielden. Een van de broers wilde zich op grond van artikel 2:343 BW door zijn broers laten uitkopen. Nadat de Ondernemingskamer – in hoger beroep – de waarde van de aandelen had vastgesteld, werd de gedaagde aandeelhouder veroordeeld tot overname van de aandelen van eiser, tot betaling van de vastgestelde koopsom (die deels al was voldaan) en voorts – hoewel dat niet was gevorderd! – tot betaling van wettelijke rente.

De veroordeelde aandeelhouders waren het hier niet mee eens en kwamen hiertegen op in cassatie. Zij voerden aan dat nu geen (wettelijke) rente is gevorderd, die ook niet kan worden toegewezen.

Hoge Raad: forfaitaire (rente)vergoeding op grond van redelijkheid

De Hoge Raad oordeelde dat de rente terecht was toegewezen. Bij een redelijke toepassing van art. 2:343 BW kan de rechter bij de vaststelling van de verschuldigde koopsom rekening houden met het nadeel dat de eiser gedurende de periode tussen de overdracht van de aandelen en de definitieve vaststelling van de waarde daarvan lijdt door het gemis van het verschil tussen de vastgestelde waarde en het hem bij wijze van voorschot betaalde bedrag. De rechter kan een forfaitaire vergoeding voor dat nadeel opnemen ter hoogte van de wettelijke rente.

Dat is een buitengewoon praktische oplossing van de Hoge Raad, die ik wat dat betreft toejuich. Zou de Hoge Raad anders hebben geoordeeld, dan zou de zaak immers zijn terugverwezen naar de Ondernemingskamer, en had de uitgekochte broer nog langer moeten wachten op zijn geld. Maar toch roept de uitspraak de vraag op of hij wel past in het wettelijk systeem: had de advocaat van de uitgekochte broer immers niet gewoon die wettelijke rente kunnen (en moeten) vorderen?

AMS: advocaat ondernemingsrecht

Uw ondernemingsrecht advocaat van AMS Advocaten in Amsterdam kan u adviseren bij een (dreigend) aandeelhoudersgeschil, het uitkopen van een aandeelhouder en u bijstaan in een gerechtelijke procedure. De AMS advocaat werkt met korte lijnen en biedt scherpe tarieven.