Een succesvolle onderneming valt of staat op basis van (onder andere) een reputatie. Reputatieschade kan zeer nadelige gevolgen hebben en zelfs de ondergang van een bedrijf betekenen. Niet verwonderlijk dus dat de rechter in een recent kort geding de gedaagde partij terecht wees wegens zijn onrechtmatige uitlatingen over de eisende partij. Advocaat mediarecht Thomas van Vugt vat de zaak samen.
Afspraken neergelegd in beëindigingsovereenkomst
Wat was er aan de hand? Tussen twee samenwerkende software ontwikkelaars was een geschil ontstaan. Zij besloten hun samenwerking te beëindigen. In verband hiermee hebben zij een beëindigingsovereenkomst opgesteld. De klanten werden tussen de partijen verdeeld. Voorts werd bepaald dat partijen zich voor de periode van twee jaar zouden onthouden van het benaderen van aan de ander toegewezen klanten. Bovendien werd afgesproken dat partijen allebei de aan de software verbonden intellectuele eigendomsrechten zouden krijgen. Dit hield in dat beide partijen de software mochten verder ontwikkelen en op de markt mochten verhandelen.
Mailing aan klanten: “pas op voor nep-product van eiser”
Enige tijd na de breuk ontdekt gedaagde dat eiser klanten benadert en hen zijn software, Carta Online, aanbiedt. Gedaagde pikt dit niet en stuurt de klanten een mailing waarin hij stelt dat Carta Online een kopie van Promptus (het product van gedaagde) is. Deze software zou eiser bij zijn vertrek hebben meegenomen, aldus het bericht. Voorts meldt gedaagde dat Carta Online een nep-Promptus is van een “rancuneuze ex-ontwikkelaar”.
Geen sprake van inbreuk op IE-recht door eiser
Deze uitlatingen gaan de rechter echter een stap te ver. Er is geen sprake van een schending van de IE-rechten door eiser. Partijen zijn immers gezamenlijk eigenaar van de IE-rechten op de door hen ontwikkelde software en mogen deze dus ieder op de markt verkopen. Ook wordt ten onrechte door gedaagde gesuggereerd dat eiser de software op onrechtmatige wijze heeft “meegenomen bij vertrek” terwijl dit gewoon onderdeel van de beëindigingsovereenkomst was. De aanduiding “rancuneuze ex-ontwikkelaar” stelt eiser tot slot in een kwaad daglicht zonder enige rechtsgrond.
Voorzieningenrechter: uitlatingen onrechtmatig
De rechter oordeelt dat deze uitlatingen van gedaagde onrechtmatig zijn. Eiser heeft namelijk niet in strijd met de wet of de beëindigingsovereenkomst gehandeld. Hij heeft ook pas klanten van gedaagde benaderd na afloop van de periode van twee jaar. Het is gedaagde uiteraard toegestaan om te trachten zijn klanten voor zich te behouden. Hij mag dat echter niet doen op deze wijze. De rechter overweegt nog dat het eiser na de periode van twee jaar was toegestaan om gedaagde te beconcurreren. Slechts indien hierbij gebruik zou worden gemaakt van ongeoorloofde middelen of op oneerlijke wijze zou geschieden, kan gedaagde hiertegen in rechte optreden. Dat is nu niet het geval.
Reputatieschade en rectificatie
Gedaagde wordt veroordeeld om zich te onthouden van negatieve berichtgeving. De rechter acht het voorts aannemelijk dat eiser door de berichtgeving reputatieschade heeft geleden. Daarom moet gedaagde ook een rectificatie sturen naar alle derden die hij de mailing heeft gestuurd. Hierin moet worden vermeld dat gedaagde “volstrekt ten onrechte de indruk heeft gewekt dat Carta Online een kopie software van Promptus zou verhandelen.” Ook moet worden benadrukt dat Carta Online geen inbreuk maakt op de software van gedaagde zelf.