Naar hoofdinhoud

De WHOA als redding voor levensvatbare bedrijven, maar geen afkoelingsperiode als het té goed gaat

Marleen Jonckers
3 min leestijd

Blog delen

In het kort

  • De rechtbank Amsterdam wees eind augustus 2026 een WHOA-afkoelingsperiode af, terwijl die wél noodzakelijk was om de onderneming voort te zetten.
  • Doorslaggevend was dat onvoldoende zeker was dat een akkoord méér zou opleveren dan een faillissement; dan is de afkoeling niet in het belang van de schuldeisers.

Op 28 augustus 2026 wees de rechtbank Amsterdam een verzoek om een afkoelingsperiode af. Opvallend is waar het misging: de afkoeling was wél noodzakelijk om de onderneming voort te zetten, maar het verzoek strandde op het tweede vereiste van art. 376 lid 4 Fw: volgens de rechtbank was niet summierlijk gebleken dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers bij een afkoelingsperiode zijn gediend. Advocaat en curator Marleen Jonckers bespreekt de beschikking.

Achtergrond

De schuldenaar levert teeltsystemen voor de glastuinbouw. In 2022 leverde zij twee systemen voor aardbeienteelt aan Smartkas B.V. Volgens Smartkas kleefden daaraan gebreken die het telen onmogelijk maakten. Zij liet de slotfactuur onbetaald en vorderde terugbetaling van door haar betaalde bedragen. De schuldenaar werd veroordeeld tot betaling van in totaal ruim USD 2,9 miljoen. Smartkas zegde executie aan. De schuldenaar deponeerde een WHOA-startverklaring en verzocht afkoeling voor vier maanden.

De toets

Een verzoek tot het gelasten van een afkoelingsperiode wordt toegewezen als summierlijk blijkt dat (a) zij noodzakelijk is om de onderneming voort te zetten of gecontroleerd af te wikkelen, (b) de belangen van de gezamenlijke schuldeisers daarbij zijn gediend en (c) getroffen derden niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad.

Informatievoorziening

De wet en het Landelijk procesreglement WHOA-zaken verlangen dat ter onderbouwing van het verzoek (financiële) informatie bij het verzoek wordt gevoegd, waaronder een liquiditeitsprognose, jaarrekeningen en een actuele balans.

Noodzakelijk?

Aan het eerste vereiste (de noodzaak) was voldaan. Smartkas wilde ter zitting niet bevestigen dat zij zou afzien van verdere invordering of van een faillissementsaanvraag, en onbetwist was dat de schuldenaar het toegewezen bedrag niet kon voldoen.

Niet in belang van de schuldeisers

Het liep spaak op het tweede vereiste. De schuld aan Smartkas was veruit de grootste: 96,8% van het totaal. Er waren geen achterstanden bij andere crediteuren, hoger gerangschikte crediteuren konden volledig worden voldaan en van een bredere noodsituatie was geen sprake. Een akkoord zou er feitelijk op neerkomen dat voornamelijk de vordering van Smartkas zou worden geherstructureerd. Aan haar belang komt dan groot gewicht toe en de schuldenaar moest summierlijk aannemelijk maken dat Smartkas met een akkoord beter af is dan in faillissement.

Beter af in faillissement?

Aan die maatstaf werd niet voldaan. Uit de cijfers van de schuldenaar bleek namelijk dat schuldeisers (inclusief Smartkas) ook in geval van faillissement een (aanzienlijke) uitkering tegemoet zouden kunnen zien. De schuldenaar stelde dat haar uiteindelijke aandeelhouder het geschatte akkoordbedrag ineens kan en wil voldoen, maar gaf desgevraagd geen indicatie van de hoogte van het akkoordbedrag. Ook kon de schuldenaar niet toezeggen dat het akkoordbedrag betekenisvol méér zou zijn dan de liquidatiewaarde. De rechtbank kon daardoor niet summierlijk oordelen of Smartkas onder een akkoord beter af zou zijn en wees het verzoek af.

Afsluiting

Een onderneming die verder gezond is en één grote (betwiste) schuld heeft, kon zich dus niet beschermen met een afkoelingsperiode. De beschikking onderstreept dat het van groot belang is al bij het eerste verzoek duidelijk te maken en te onderbouwen dat en waarom schuldeisers onder het akkoord niet slechter af zijn dan in faillissement.

Hebt u advies nodig in verband met een WHOA-afkoelingsperiode? Neem dan contact op met één van onze WHOA-specialisten: Marleen Jonckers of Sander Schouten.

Marleen Jonckers

Marleen Jonckers

Advocaat bij AMS Advocaten

Marleen Jonckers is advocaat en curator bij AMS Advocaten, gespecialiseerd in insolventierecht. Zij begon haar carrière bij Stibbe en werkte in de herstructureringspraktijk van Milbank in Londen. Marleen voltooide de INSOLAD/Grotius-specialisatieopleiding Insolventierecht (cum laude) en is docent bij de Law Firm School. Zij is lid van INSOLAD, de NVvH en INSOL Europe.

Bekijk het profiel van Marleen