Werknemers hebben boedelvordering voor rente en wettelijke verhoging (FNV/Geelen q.q.)
In het kort
- Wettelijke rente en wettelijke verhoging over loon na datum faillissement zijn boedelschuld.
- De curator kan betaling van loon en wettelijke verhoging niet opschorten met een beroep op de loongarantieregeling.
- Faillissement of betalingsonmacht kan wel grond zijn voor matiging van de wettelijke verhoging.
Vandaag heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op een aantal prejudiciële vragen over aanspraken van werknemers in verband met niet tijdig betaald loon na datum faillissement.
Loon na datum faillissement
Als een werkgever failliet gaat, kan de curator arbeidsovereenkomsten opzeggen met een opzegtermijn van zes weken. Op grond van art. 40 lid 2 Faillissementswet is het loon na datum faillissement boedelschuld.
Rente
In lijn met het in 2021 gewezen arrest PaperlinX, oordeelt de Hoge Raad dat als er verzuim bestaat ten aanzien van de voldoening van loon na datum faillissement, wettelijke rente over dat loon verschuldigd is. Of er sprake is van verzuim, moet worden beantwoord op basis van de arbeidsovereenkomst en de gewone (niet specifiek faillissementsrechtelijke), op verzuim van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Daarbij is niet relevant dat de werknemer een beroep kan doen op de loongarantieregeling (de failliete werkgever blijft namelijk verplicht om loon te betalen).
Wettelijke verhoging
Daarnaast hebben werknemers op grond van art. 7:625 BW recht op een wettelijke verhoging als (a) het loon niet uiterlijk op de derde werkdag na de dag waarop het loon had moeten worden betaald, is ontvangen en (b) de niet-voldoening aan de werkgever is toe te rekenen (verwijtbaarheid is niet vereist). De wettelijke verhoging bedraagt 5% per dag voor werkdag vier tot en met acht en voor elke volgende werkdag 1%, met een maximum van 50% van het aan de werknemer verschuldigde. De rechter kan deze vergoeding matigen.
Ook in faillissement heeft de werknemer in beginsel recht op deze wettelijke verhoging als het loon niet tijdig wordt voldaan. Het feit dat er onvoldoende middelen zijn om deze wettelijke verhoging te betalen (of dat dit onzeker is) leidt niet tot niet-toerekenbaarheid. Maar: de rechter kan oordelen dat faillissement (of betalingsonmacht) grond is voor matiging van de wettelijke verhoging.
Opschorting
Het feit dat werknemers een beroep kunnen doen op de loongarantieregeling, maakt niet dat de curator de verplichting tot betaling van loon of de wettelijke verhoging kan opschorten, aldus de Hoge Raad.
Rang
Zowel de wettelijke rente als de wettelijke verhoging over het loon na datum faillissement zijn boedelschuld. De wettelijke rente is een concurrente boedelschuld. De wettelijke verhoging valt onder de preferentie van art. 3:288 BW en is daardoor een preferente boedelschuld.
Moet de curator werknemers hierover informeren?
De Hoge Raad overweegt dat een behoorlijke taakuitoefening van de curator kan meebrengen dat hij werknemers informeert over hun aanspraak op de wettelijke rente en de wettelijke verhoging. Het is aan te bevelen om dit op te nemen in de brief waarmee de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd.