Curator verantwoordelijk voor andermans rotzooi?

Marleen Jonckers Marleen Jonckers 14 oktober 2025 2 min

In het kort

  • Een curator die een huurovereenkomst opzegt, moet het gehuurde ontruimen – soms ook van zaken die niet tot de boedel behoren.
  • De Hoge Raad oordeelde op 10 oktober 2025 dat nalaten daarvan onder omstandigheden onrechtmatig kan zijn.
  • Dit arrest scherpt de verantwoordelijkheid van de curator aan bij ontruimingen na faillissement.

Een curator die een huurovereenkomst op grond van art. 39 Fw opzegt, dient het gehuurde te ontruimen. Dat betekent onder meer dat hij tot de boedel behorende zaken uit het gehuurde moet verwijderen. Dit volgt uit een klassiek arrest over boedelschulden (Koot Beheer/Tideman q.q.). Afgelopen vrijdag (10 oktober 2025) oordeelde de Hoge Raad dat die verplichting zich ook kan uitstrekken tot zaken die niet (meer) tot de boedel behoren.

Achtergrond

In dit geval ging het om zaken (containers) met een negatieve waarde. Het verwijderen van de containers bracht aanzienlijke kosten met zich. De containers waren voor faillissement door natrekking (art. 5:20 BW) eigendom van de verhuurder geworden. De curator besloot de containers niet te verwijderen.

Boedelschuld?

In de literatuur is discussie ontstaan over de vraag of een curator in een situatie als deze gehouden is de containers te verwijderen, en of dit moet worden gezien als een boedelschuld of als een objectiefrechtelijke verplichting. Een verplichting van de laatste categorie dient zonder meer nagekomen te worden, ongeacht of de boedel over voldoende middelen beschikt, verdedigt o.a. Van Zanten. Wahlbrinck (JOR 2024/178) meent – onder verwijzing naar De Ranitz q.q./Ontvanger en PaperlinX – dat dit een brug te ver is.

Hoge Raad

In zijn arrest van 10 oktober 2025 oordeelt de Hoge Raad dat op een curator onder omstandigheden een eigen rechtsplicht rust om niet tot de boedel behorende zaken te verwijderen. Met andere woorden: een curator kan onrechtmatig handelen als hij niet tot verwijdering van de nagetrokken, waardeloze containers overgaat. De Hoge Raad treedt niet in de feitelijke beoordeling en wijdt geen overwegingen aan de omstandigheden waaronder daarvan wel of juist geen sprake zou kunnen zijn.