Een schuldeiser heeft executoriaal beslag gelegd op een woning, maar de hypotheekhouder (de ABN-Amro bank) verzoekt de rechter om opheffing daarvan. Volgens de bank heeft de beslaglegger namelijk geen redelijk te respecteren belang omdat hij zijn vordering niet op de opbrengst van de woning zal kunnen verhalen. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag wijst het verzoek toe. Advocaat beslag- en executierecht Thomas van Vugt legt het vonnis uit.
Conservatoir beslag wordt executoriaal
A en B zijn eigenaren van een onroerende zaak (hierna: het pand) en hebben door H&B Bouw sloop- en andere werkzaamheden laten verrichten. Ze laten echter een bedrag van meer dan 7.500 euro onbetaald. H&B Bouw laat conservatoir beslag leggen op het pand en stapt na de rechter. Als gevolg van het toewijzende vonnis is het conservatoire beslag op 7 november 2012 executoriaal geworden. Omdat betaling nog steeds uitbleef, heeft H&B Bouw aan een notaris opdracht gegeven om het pand op een executieveiling te verkopen.
Hypotheekschuld overtreft de opbrengst
De marktwaarde van het pand is 600.000 euro en de executiewaarde is 450.000 euro. De ABN-Amro bank heeft, inclusief betalingsachterstanden, een hypothecaire geldvordering van meer dan 960.000 euro. Op verzoek van ABN-Amro staakt H&B Bouw de executiemaatregelen en de eigenaren proberen het pand onderhands te verkopen. In augustus 2013 slagen ze erin het pand in twee gedeelten te verkopen voor een totaalbedrag van 641.000 euro. De ABN-Amro gaat akkoord met die verkoop en zegt toe medewerking te verlenen aan het doorhalen van de hypotheken. H&B Bouw weigert echter de beslagen op te heffen.
Geen belang bij handhaven beslag
Zelfs indien H&B Bouw in november 2012 de executie had voortgezet, zouden haar vorderingen onbetaald zijn gebleven. Gelet daarop en gelet op de hoogte van de hypotheek, de verkoopwaarde van het pand en de gerealiseerde opbrengst komt de rechtbank tot de conclusie dat H&B Bouw geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij handhaven van het beslag, mits de door H&B Bouw gemaakte executiekosten aan haar worden vergoed. De rechtbank overweegt nog dat de onvrede van het onbetaald blijven van haar vorderingen begrijpelijk is, maar dat dit nog niet de opstelling rechtvaardigt die voor haar niet tot een beter resultaat leidt, maar wel tot schade voor de andere betrokkenen. De rechtbank heft daarom de door H&B Bouw gelegde beslagen op.