Als een partij tekortschiet in de nakoming van zijn contractuele verplichtingen, dan mag de wederpartij in principe de nakoming van zijn tegenprestatie opschorten. Als nakoming ondanks sommatie alsnog uitblijft, dan heeft de wederpartij aanspraak op (vervangende) schadevergoeding. Deze onderwerpen kwamen aan de orde in een recente bouwzaak. Advocaat bouwrecht Marco Guit bespreekt de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Overeenkomst van aanneming van werk
In deze zaak was een overeenkomst van aanneming gesloten tussen de opdrachtgever en de aannemer. Nadat het werk was uitgevoerd, vond er een vooroplevering plaats. Tijdens deze oplevering waren substantiële gebreken geconstateerd. Ondanks herhaald verzoek van de opdrachtgever is de aannemer niet tot herstel van de klachten overgegaan. De opdrachtgever, die alle overige bouwtermijnen al had voldaan, weigerde de laatste bouwtermijn te betalen totdat deugdelijk herstel had plaatsgevonden. Dit herstel bleef uit.
Vervangende schadevergoeding vanwege gebrek
In een bodemprocedure vorderde de opdrachtgever vervangende schadevergoeding met betrekking tot gebreken die niet hersteld waren. In een reconventionele vordering eiste de aannemer betaling van de laatste bouwtermijn. De rechtbank wees de vordering tot vervangende schadevergoeding toe en wees de vordering van de aannemer af. Volgens de rechtbank is de laatste bouwtermijn niet opeisbaar omdat er nog geen eindoplevering had plaatsgevonden.
Hof: opdrachtgever wel eindtermijn verschuldigd
Volgens het hof is dit echter dubbelop en onjuist. De vervangende schadevergoeding die de opdrachtgever toegewezen heeft gekregen, komt in de plaats (“vervangt”) van de oorspronkelijke prestatie die de aannemer had moeten leveren. Dit betekent dat door betaling van deze vergoeding de aannemer aldus nog nakomt, zij het middels een financiële vergoeding in plaats van het uitvoeren van werk. De eindoplevering is komen te vervallen door de toekenning van deze schadevergoeding. Omdat de overeenkomst niet ontbonden is, rust op de opdrachtgever nog steeds een betalingsverplichting ten aanzien van de laatste bouwtermijn. De aannemer mag aldus deze termijn verrekenen met de schadevergoeding.
Opschortingsbevoegdheid aannemer of opdrachtgever?
De aannemer heeft verder gesteld dat hij helemaal geen schadevergoeding verschuldigd is omdat hij niet tekort zou zijn geschoten. De aannemer stelt dat hij zijn (herstel)werk heeft opgeschort omdat de opdrachtgever de eindtermijn weigerde te betalen. De opdrachtgever voert aan dat hij de betaling van deze termijn heeft opgeschort omdat juist de aannemer zijn verplichtingen niet nakwam. Deze kip-en-ei redenering is een klassieke discussie rondom de opschortingsbevoegdheid. Welke contractspartij schiet tekort waardoor de andere mag opschorten?
Bouwrecht advocaat bij geschil met aannemer
In dit geval was voor de rechtbank en het Hof duidelijk dat de aannemer wanprestatie had gepleegd. De gebreken die tijdens de vooroplevering waren geconstateerd waren meer dan enkele afwerkpuntjes. Het waren gebreken van serieuze aard. Bij deze stand van zaken stond het de opdrachtgever vrij om de betaling vooralsnog op te schorten. Nu de opdrachtgever gerechtvaardigd mocht opschorten, was er van een tekortkoming zijnerzijds geen sprake. Daarom was de aannemer niet gerechtigd zijn herstelwerkzaamheden op te schorten. De opdrachtgever heeft dus recht op schadevergoeding.