Naar hoofdinhoud

Exclusiviteitsbeding in onderaanneming: boete van € 317.500 strandt op de eigen bewoordingen

Rosa Ruimschotel
3 min leestijd

Blog delen

In het kort

  • Een hoofdaannemer vorderde € 317.500 aan boetes omdat haar voormalige onderaannemer voor dezelfde opdrachtgever zou zijn gaan werken.
  • Het beding verbood alleen direct werk. Indirect via een andere hoofdaannemer mocht wel, mits op een ander project.
  • Het betoog dat er sprake was van een schijnconstructie om de boete te omzeilen, werd door het hof afgewezen.
  • Het hof bekrachtigt de afwijzing van de boetevordering.

Een exclusiviteitsbeding met boete is een gebruikelijke manier om te voorkomen dat een onderaannemer rechtstreeks bij de opdrachtgever aanklopt. Maar hoe ver reikt zo’n beding als die onderaannemer kort daarna via een ándere hoofdaannemer op een nieuw werk voor diezelfde opdrachtgever staat? Een recente uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 8 september 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:2496) laat zien dat de hoofdaannemer daarbij bedrogen kan uitkomen door de uitzondering die zij zelf in het beding heeft gezet. Bouwrechtadvocaat Rosa Ruimschotel legt uit.

Het beding: de uitzondering staat tussen haakjes

Partijen werkten samen aan de aanleg van energienetwerken. In het contract was een exclusiviteitsbeding opgenomen. Het was de onderaannemer zonder schriftelijke toestemming verboden om “direct (indirect via andere hoofdaannemer mag wel, alleen indien op een ander project) werkzaamheden te gaan uitvoeren” bij de opdrachtgever van de hoofdaannemer, gedurende de looptijd en zes maanden daarna. Op overtreding stond een direct opeisbare boete van € 2.500 per dag, een boetebeding in de zin van artikel 6:91 BW. Op verzoek van de onderaannemer eindigde de overeenkomst voortijdig.

Schijnconstructie of reële overeenkomst?

In de procedure stond ter discussie of er nu sprake was van een tussengeschoven – en volgens het beding toegestane – “andere hoofdaannemer”. Volgens de hoofdaannemer heeft de onderaannemer direct na beëindiging voor de opdrachtgever gewerkt op een nieuw project. De opdracht was weliswaar door de opdrachtgever aan een andere hoofdaannemer verstrekt, volgens de hoofdaannemer was deze tussengeschoven derde slechts een schijnconstructie om het boetebeding te omzeilen. Feitelijk was er – volgens de hoofdaannemer – sprake van directe werkzaamheden. Het hof gaat daar niet in mee. Door de hoofdaannemer was onvoldoende overtuigend bewijs geleverd.

“Een ander project”: een redelijke uitleg

Blijft over de vraag of het werk een ander project was. De hoofdaannemer betoogde dat daarmee alleen een volledig nieuw werk is bedoeld waar zij niet bij betrokken was en (zelfs) geen kennis van had. Die uitleg vindt volgens het hof geen steun in de bewoordingen van het beding en er zijn geen verklaringen of gedragingen gesteld waaruit de onderaannemer dat redelijkerwijs zo heeft moeten begrijpen. Bovendien viel het werk buiten het postcodegebied dat de hoofdaannemer met de opdrachtgever was overeengekomen en ging het om een nieuw project dat bij het uit elkaar gaan van partijen nog moest beginnen. Dat de onderaannemer niet onredelijk in haar broodwinning mag worden beperkt, weegt daarbij mee (r.o. 5.6). Of zij daar feitelijk heeft gewerkt, kon dus in het midden blijven. Aan de vraag of de boete gematigd moest worden (artikel 6:94 BW) komt het hof niet toe, want er is geen boete verbeurd.

Les voor de bouwpraktijk

Wie een exclusiviteitsbeding opstelt, moet beseffen dat de uitzondering tussen haakjes de kern van het beding bepaalt. Leg vast wat een ander project is, of werk via een tussengeschoven aannemer meetelt en of het afgesproken werkgebied daarbij leidend is. Het beding was in deze zaak onduidelijk opgesteld, want wie werd er precies bedoeld met “hoofdaannemer”? Immers, de hoedanigheid van hoofdaannemer is relatief: wie in de ene keten hoofdaannemer is, is in de andere onderaannemer (r.o. 5.5). Een beding dat de onderaannemer volledig van de opdrachtgever afsnijdt, vraagt om een expliciete formulering, want de rechter leest een beperking van iemands broodwinning niet ruimer dan de tekst toelaat.

Rosa Ruimschotel

Rosa Ruimschotel

Advocaat bij AMS Advocaten

Rosa Ruimschotel is advocaat bij AMS Advocaten, gespecialiseerd in bouwrecht, huurrecht en vastgoedrecht. Zij was eerder als secretaris werkzaam bij de Raad van Arbitrage voor Bouwgeschillen, waar zij arbiters adviseerde en vonnissen opstelde. Rosa heeft zowel in Nederland als in Londen gewerkt en staat met name aannemers, verhuurders en internationale bouwondernemingen bij.

Bekijk het profiel van Rosa