Strijd met goede trouw bij afbreken onderhandelingen over arbeidsovereenkomst

Sander Schouten Sander Schouten 2 maart 2023 3 min

In het kort

  • Een werkgever moet zich houden aan een schriftelijke toezegging van een vast contract aan een werknemer, zelfs als dit niet expliciet is opgenomen in de arbeidsovereenkomst.
  • Ondanks de toezegging heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst niet verlengd, waarna de werknemer een vernietigingsprocedure en schadevergoeding heeft gestart.
  • De vordering tot vernietiging van de opzegging wordt afgewezen, maar de kantonrechter kent wel een schadevergoeding toe aan de werknemer wegens het afbreken van de onderhandelingen in strijd met de goede trouw.

Een werkgever moet zich houden aan een schriftelijk toezegging dat een werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zal krijgen. Dat blijkt uit deze uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 12 oktober 2022. In die zaak speelde het volgende.

Toezegging vast contract


Een werknemer treedt op 1 april 2019 voor de duur van een jaar in dienst bij een werkgever. Deze arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt in april 2020 met een jaar verlengd. Bij die verlenging laat de werkgever schriftelijk aan de werknemer weten dat bij de volgende tussentijdse beoordeling een vast contract zal worden besproken. Bij die tussentijdse beoordeling op 4 juni 2020 geeft de werkgever aan dat de werknemer haar werk goed doet. Ook zegt de werkgever toe na afloop van de huidige arbeidsovereenkomst de werknemer een vast contract te geven. Deze toezegging wordt opgenomen in het gespreksverslag.

Geen vast contract


Anders dan toegezegd, verlengt de werkgever in april 2021 de arbeidsovereenkomst met een jaar. De werknemer maakt bezwaar tegen deze verlenging. Vervolgens gaat de werknemer in mei 2021 met zwangerschapsverlof. Vervolgens meldt zij zich in augustus 2021 ziek. De werkgever laat daarna aan de werknemer weten dat de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd en dat het dienstverband op 31 maart 2022 eindigt.

Verzoek vernietiging en schadevergoeding


De werknemer start een procedure waarin zij vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst vraagt. Daarnaast verzoekt de werknemer betaling van de werkgever van een vergoeding van EUR 20.000 ten titel van het positief contractsbelang. 

Arbeidsovereenkomst is geëindigd


De kantonrechter wijst de vordering tot vernietiging van de opzegging af. De reden hiervan is dat de toezegging van het vaste contract niet is opgenomen in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Daardoor is geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand gekomen. De arbeidsovereenkomst is dus rechtsgeldig geëindigd op 31 maart 2022.

Schadevergoeding toegewezen


De vordering tot vergoeding van EUR 20.000 wordt wel toegewezen. De kantonrechter vindt dat de werkgever heeft gehandeld in strijd met de goede trouw door de onderhandelingen over het vaste contract in een zodanig stadium af te breken. Het verweer van de werkgever dat tijdens de onderhandelingen geen toezeggingen zijn gedaan waaraan de werknemer rechten kon ontlenen houdt geen stand. De kantonrechter overweegt dat de werknemer een vast contract mocht krijgen op basis van de toezegging van de werkgever bij de tussentijdse beoordeling medio 2020, die ook was opgenomen in het verslag.

Compensatie positief contractsbelang


Ook overweegt de kantonrechter dat de werkgever niet genoeg rekening heeft gehouden met het gerechtvaardigde belang van de werknemer bij een vast contract. De werkgever heeft vanaf de indiensttreding van de werknemer altijd benadrukt dat zij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou krijgen. Er is daarnaast geen sprake van onvoorziene omstandigheden Daarom is de werkgever verplicht het positieve contractsbelang van de werknemer te compenseren.