Kan een strafrechtelijke veroordeling in de privésfeer reden zijn voor ontslag?
Een werknemer is op grond van de wet verplicht zich als een goede werknemer op de werkvloer te gedragen. De arbeidsrelatie kenmerkt zich door ondergeschiktheid in die zin dat de werkgever gezag kan uitoefenen over de werknemer. Dit houdt in dat de werkgever instructies of bevelen kan geven en het werk kan controleren, plus de verplichting geldt voor de werknemer om dit gezag ook te aanvaarden. Echter, een werkgever kan geen gezag uitoefenen over gedragingen van een werknemer in de privésfeer. Deze handelingen vinden immers buiten werktijd plaats. Uitgangspunt is dan ook dat deze handelingen in beginsel geen reden kunnen vormen tot ontslag. Toch zijn er wel uitzonderingen op deze hoofdregel, namelijk als er een verband bestaat tussen de gedragingen van de werknemer en zijn werkzaamheden voor de werkgever. Per individuele zaak moet worden beoordeeld of daarvan sprake is. Onlangs boog het gerechtshof Amsterdam zich over deze rechtsvraag. Arbeidsrecht-advocaat Sander Schouten bespreekt deze uitspraak.
Werkneemster aangehouden
Werkneemster was bij de Stichting Cordaan (hierna: Cordaan) werkzaam op basis van een leerarbeidsovereenkomst. In november 2018 werd werkneemster aangehouden door de politie vanwege gerezen verdenkingen van stalking/belaging, oplichting en poging tot chantage. Twee dagen later werd zij weer in vrijheid gesteld.
Werkneemster verscheen niet op het werk
De dag dat werkneemster vast zat op het politiebureau verscheen zij zonder voorafgaande melding aan haar werkgever niet op het werk.
OM doet mededeling aan Cordaan
Bij brief van 20 december 2018 is namens de hoofdofficier van justitie van het Openbaar Ministerie aan Cordaan meegedeeld waar werkneemster van verdacht werd en dat niet kon worden uitgesloten dat het slachtoffer een vorm van een verstandelijke of sociale beperking heeft.
Gevangenisstraf
Uiteindelijk werd werkneemster veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een taakstaf van tweehonderd uur, voor het bellen van 112 zonder noodzaak, belaging (stalking) en poging tot afdreiging.
Ontbindingsverzoek
Uiteindelijk heeft Cordaan een ontbindingsverzoek ingediend. In eerste aanleg heeft de kantonrechter dit ontbindingsverzoek ingewilligd en de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen. Werkneemster ontving geen vergoeding. Tegen dit oordeel komt werkneemster in hoger beroep op.
Gedragingen in privésfeer in principe geen invloed op arbeidsrelatie
Allereerst overweegt het hof dat strafrechtelijke gedragingen van werknemers die zijn begaan in de privésfeer in principe geen invloed hoeven te hebben op een arbeidsrelatie. Maar, voegt het hof daaraan toe, dit kan anders zijn indien er een duidelijke relatie bestaat tussen die gedragingen en het werk.
Strafrechtelijke gedragingen onverenigbaar met het werk
In het verlengde oordeelt het hof dat de bewezenverklaarde gedragingen van werkneemster onverenigbaar zijn met haar werkzaamheden als zorgverleenster. Dit geldt temeer omdat werkneemster in een afhankelijke relatie staat met een patiënt. De bewoners van Cordaan met wie werkneemster in haar werk te maken heeft, zijn daarbij makkelijk te beïnvloeden en meer vatbaar voor misbruik.
Kans op herhaling
Ook oordeelt het hof dat er een risico op herhaling bestaat, zowel op het werk als in een privésituatie, daar het is gebleken dat werkneemster in staat is tot het verrichten van dergelijke (ernstige) strafbare feiten in de privésfeer. Ook hecht het hof er waarde aan dat het Openbaar Ministerie in de aard van de strafbare feiten en de werkzaamheden van werkneemster kennelijk aanleiding zag om op eigen initiatief Cordaan te informeren over de gerezen verdenkingen.
Daarnaast verwijt het hof werkneemster dat zij geen open kaart heeft gespeeld over de reden van haar afwezigheid op het werk. In het kader van goed werknemerschap, had van werkneemster verwacht mogen worden dat zij Cordaan ervan op de hoogte had gesteld waarvan zij werd verdacht. Helemaal omdat de aard van de strafbare feiten mogelijk invloed hebben op haar werkzaamheden en de bewoners van Cordaan.
Ernstig verwijtbaar handelen
Het hof komt uiteindelijk tot de conclusie dat het handelen (of nalaten) van werkneemster zodanig verwijtbaar is dat in redelijkheid niet van Cordaan kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de kantonrechter. Ook is het hof het met de kantonrechter eens dat aan werkneemster geen wettelijke transitievergoeding toekomt en aangezien Cordaan niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, heeft zij evenmin recht op een billijke vergoeding.