Houdt het uitsluiten van een beroep op ontbinding of vernietiging in de vaststellingsovereenkomst altijd stand?

Sander Schouten Sander Schouten 4 mei 2020 4 min

Als een werkgever en een werknemer afspreken dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wordt beëindigd, dan leggen zij de afspraken over het ontslag vaak vast in een vaststellingsovereenkomst. In die vaststellingsovereenkomst nemen partijen vaak een bepaling op die beoogt te verhinderen dat een van hen – na verloop van tijd – de overeenkomst alsnog kan ontbinden of deze wegens dwaling en/of bedrog kan vernietigen. De vraag die vaak opkomt is of zo’n uitsluitingsclausule waterdicht is. Is het voor een van de partijen echt niet meer mogelijk om de vaststellingsovereenkomst aan te tasten? Een recente uitspraak van de rechtbank laat zien dat een werkneemster niet altijd gehinderd wordt door die clausule. Arbeidsrecht-advocaat Sander Schouten bespreekt deze uitspraak.

Vóór ondertekening vaststellingsovereenkomst diende afrekening plaats te vinden

Op 1 oktober 2017 trad de werkneemster in dienst bij Oranjegroep Holding B.V. (Oranjegroep). Voor een zakelijke trip naar Portugal stelde Oranjegroep in de zomer van 2018 een Audi Q7 ter beschikking aan de werkneemster. In oktober 2018 hebben partijen met wederzijds goedvinden de arbeidsovereenkomst beëindigd. Partijen hebben de afspraken omtrent het ontslag neergelegd in een vaststellingsovereenkomst. De werkneemster had de wens uitgesproken dat haar tegoeden vóórdat zij de vaststellingsovereenkomst zou ondertekenen werden afgerekend. Ook wilde de werkneemster voorafgaand aan de ondertekening haar loonstroken over de maanden september en oktober ontvangen. Op 9 november 2018 leverde de werkneemster de Audi Q7 weer in bij Oranjegroep.

Gecorrigeerde loonstroken na ondertekening vaststellingsovereenkomst

Nadat partijen de vaststellingsovereenkomst hadden gesloten, verstrekte Oranjegroep onverhoopt gecorrigeerde loonstroken over de maanden september tot en met november 2018 aan de werkneemster. Twee loonstroken kwamen op een negatief bedrag in het nadeel van de werkneemster uit en één loonstrook bevatte een bedrag van een kleine € 700,- netto.

Vaststellingsovereenkomst nietig

De werkneemster stelt zich in deze procedure op het standpunt dat de vaststellingsovereenkomst nietig is wegens dwaling dan wel bedrog. Immers, Oranjegroep had onaangekondigd een correctie uitgevoerd door de Audi Q7 aan te merken als een zakelijke auto waarmee de werkneemster ook privékilometers in Portugal zou hebben gereden. Daarom rekende Oranjegroep fiscale bijtelling. Oranjegroep had dit echter nimmer kenbaar gemaakt aan de werkneemster.

Oranjegroep doet beroep op uitsluitingsclausule

Oranjegroep verweert zich door een beroep te doen op de uitsluitingsclausule in de vaststellingsovereenkomst. Oranjegroep meent dat partijen afstand hadden gedaan van hun recht om de geldigheid van de vaststellingsovereenkomst buiten rechte aan te tasten.

Dat verweer gaat niet op volgens de kantonrechter. Een partij die zijn of haar wederpartij als gevolg van dwaling en/of bedrog op het verkeerde been zet, kan niet aan de vernietigbaarheid van de rechtshandeling ontkomen door de wederpartij ertoe te bewegen in de overeenkomst een uitsluitingsclausule op te nemen waarin een beroep op dwaling en/of bedrog wordt uitgesloten. Als de overeenkomst immers onder invloed van zo’n wilsgebrek tot stand is gekomen, geldt dit namelijk ook voor de uitsluitingsclausule. Met andere woorden: ook die clausule is vernietigbaar.

Oranjegroep had klare wijn moeten schenken bij ondertekening vaststellingsovereenkomst

De kantonrechter overweegt dat de werkneemster terecht een beroep doet op dwaling. Juist omdat tussen partijen vaststaat dat de werkneemster voorafgaand aan het sluiten van de vaststellingsovereenkomst had aangegeven dat zij haar tegoeden tot dat moment al afgerekend wilde hebben en zij haar loonstroken over de desbetreffende maanden al wilde ontvangen. Naar het oordeel van de kantonrechter had het dus op de weg van Oranjegroep gelegen om op dat moment – en dus voordat partijen de vaststellingsovereenkomst ondertekenden – duidelijkheid te geven over de fiscale consequenties met betrekking tot de Audi Q7. Dat de werkneemster een recruitmentfunctie had en dus op de hoogte was van het systeem van fiscale bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak, maakt dat niet anders. Oranjegroep had de verplichting om bij de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst klare wijn te schenken, aldus de kantonrechter.

Gerechtvaardigd vertrouwen gewekt

Nu Oranjegroep voorafgaand aan het sluiten van de vaststellingsovereenkomst geen enkel voorbehoud had gemaakt met betrekking tot de fiscale consequenties, mocht de werkneemster er gerechtvaardigd op vertrouwen dat die bijtelling achterwege zou blijven. Ook omdat de werkneemster betwist dat zij de Audi voor privédoeleinden heeft gebruikt in Portugal.

Gedeeltelijke vernietiging

De kantonrechter komt tot de slotsom dat integrale vernietiging van de vaststellingsovereenkomst niet op zijn plaats is. De vaststellingsovereenkomst wordt dan ook alleen vernietigd voor zover die overeenkomst betrekking heeft op de fiscale consequenties ten aanzien van het privégebruik van de Audi Q7.