DJ Paul van Dyk claimt met succes miljoenen van dance organisator vanwege val van podium
In het kort
- DJ Paul van Dyk krijgt een schadevergoeding van USD 12,6 miljoen toegewezen in een arbitrageprocedure na zijn val van een podium tijdens een optreden in Utrecht in 2016.
- De organisator van het feest weigert echter te betalen en de zaak wordt voorgelegd aan de Hoge Raad.
- Ondanks het argument van de organisator dat de toegekende immateriële schadevergoeding buitensporig is en in strijd met de openbare orde, bevestigen het Hof en de Hoge Raad dat de arbitrale uitspraak rechtsgeldig is en dat het toegekende bedrag niet als 'punitive damages' wordt beschouwd.
Tijdens een optreden in Utrecht in 2016 viel DJ Paul van Dyk van een podium. Hij liep daarbij een hersenschudding en twee wervelbreuken op. Hij begon daarna met succes een arbitrage tegen de organisator van het feest. Het scheidsgerecht wees een schadevergoeding van USD 12,6 mio. toe. De organisator vond dit bedrag buitensporig en weigerde te betalen. Uiteindelijk kwam de Hoge Raad er aan te pas om over de zaak te beslissen.
Arbitrageprocedure
De arbitrage vond plaats in California in de Verenigde Staten met toepassing van de ICDR Rules. In de procedure stelde Paul van Dyk dat de organisator de tussen hen geldende ‘booking agreement’ had geschonden door een onveilige werkplek te creëren. Het ongeluk was ontstaan nadat de DJ op een tafel was gaan staan om het publiek op te zwepen en daar in een niet-afgedekt gat 3 meter naar beneden viel.
Arbitraal vonnis
Het scheidsgerecht oordeelde dat de organisator nalatig was in het treffen van maatregelen ter voorkoming van het ongeluk, waarmee de aansprakelijkheid vaststond. Naast vermogensschade ad USD 5,7 mio. (bestaande uit gemiste inkomsten en kosten voor medische behandeling in een Nederlands en Berlijns ziekenhuis) veroordeelde de arbiter de organisator ook tot betaling van een bedrag van USD 5,5 mio. aan immateriële schade.
Exequatur
Omdat de organisator weigerde te betalen en Paul van Dyk het arbitraal vonnis wilde verhalen op de vermogensbestanddelen in Nederland verzocht hij de Nederlandse rechter om verlof tot tenuitvoerlegging, in eerste instantie bij het Gerechtshof Amsterdam en vervolgens bij de Hoge Raad.
Openbare orde
In de procedures stelde de Nederlandse organisator onder meer dat het arbitraal vonnis in strijd was met de openbare orde, omdat volgens haar de toegekende immateriële schadevergoeding neerkomt op vergoeding van ‘punitive damages’, althans naar Nederlandse maatstaven excessief is.
Overcompensatie
In dit verband betoogde de organisator dat in Nederland en andere Europese landen slechts daadwerkelijk geleden schade voor vergoeding in aanmerking komt. Een vergoeding ver boven de daadwerkelijk geleden schade is overcompensatie, hetgeen verboden is.
Immateriële schade
Het is juist dat in Nederland slechts in zeer uitzonderlijke gevallen immateriële schade wordt vergoed. Bovendien zijn de toegekende bedragen in absolute zin laag. Het hoogste bedrag ooit dat in Nederland aan immateriële schade is toegekend bedraag EUR 250.000,= (voor een onschuldig slachtoffer van een schietpartij die volledig verlamd raakte).
Punitive damages
Verder is het juist dat het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht – anders dan in de Verenigde Staten – geen ‘punitive damages’ (oftewel een vergoeding los van de daadwerkelijke schade met een punitief karakter) kent. Sterker, vonnissen waarin ‘punitive damages’ worden toegewezen worden door de lagere Nederlandse rechter doorgaans – gedeeltelijk – niet erkend.
Tenuitvoerlegging
Toch maken zowel Hof als de Hoge Raad korte metten met het betoog van de organisator. Zij overwegen dat de rechter bij de beoordeling of een buitenlands arbitraal vonnis in strijd is met de openbare orde terughoudend moet zijn. Daarvan is pas sprake als er fundamentele beginselen zijn geschonden.
Beoordeling arbiter naar toepasselijk recht
Het Hof en de Hoge Raad komen tot de conclusie dat de arbiter uitgebreid heeft toegelicht dat en waarom naar het toepasselijke recht van California in dit geval een grondslag was voor toewijzing van de immateriële schadevergoeding en dat de hoogte daarvan in lijn is met vergelijkbare zaken op grond van het recht van California. Dat de hoogte van de schadevergoeding voor een Nederlander mogelijk zeer hoog overkomt is onvoldoende om deze in strijd met de openbare orde te achten.
Geen punitief karakter
Voorts heeft de arbiter uitdrukkelijk toegelicht dat de vergoeding van immateriële schade geen punitief karakter had. Daarmee stond het voor de Nederlandse rechter vast dat het karakter van de vergoeding compensatoir was (en dus zag op daadwerkelijk geleden immateriële schade).
Boek
Het bijzondere van immateriële schade is dat door vergoeding in geld gepoogd wordt een compensatie te geven voor iets wat bij uitstek geen schade in het vermogen inhoudt. Met andere woorden, elk bedrag is te hoog en tegelijkertijd te laag. Paul van Dyk heeft in ieder geval zijn ervaringen rondom het ongeluk in een boek (“Im Leben bleiben”) verwerkt. Mogelijk dat dat iets van de immateriële schade heeft rechtgezet.