Vaststellingsovereenkomst nietig wegens strijd met goede zeden of openbare orde?
Een erfgenaam verzwijgt het bestaan van enkele bankrekeningen die de erflater in Zwitserland hield. Na ontdekking van het geheime vermogen door de andere erfgenaam, komen ze in een vaststellingsovereenkomst alsnog een verdeling van dit verborgen gehouden vermogen overeen. Kan de aanvankelijk benadeelde erfgenaam nog een beroep doen op nietigheid van de vaststellingsovereenkomst wegens strijd met de goede zeden of openbare orde? Advocaat verbintenissenrecht Hidde Reitsma licht de uitspraak toe.
Vermogen achtergehouden door erfgenaam
Jaren na de afwikkeling van de erfenis van zijn vader komt eiser erachter dat zijn vader nog verschillende andere geheime bankrekeningen had, o.a. in Zwitserland. De vrouw van de overledene (de enige andere erfgenaam in de nalatenschap, en gedaagde in dit geschil) heeft dit vermogen tijdens de afwikkeling verborgen gehouden. Eiser maakt alsnog aanspraak op het aan het licht gekomen vermogen van bijna € 500.000. Hij komt met gedaagde een onderhandse verdeling overeen welke in een vaststellingsovereenkomst wordt vastgelegd. Van deze overeenkomst en het vermogen maken zij geen melding bij de Belastingdienst.
Aandeel verbeurd in nalatenschap
Wederom jaren later start eiser alsnog een civiele procedure tegen gedaagde. Hij wijst op de wettelijke bepaling dat iemand die (bewust) vermogensbestanddelen van een nalatenschap verborgen houdt, daarmee zijn aandeel in de verzwegen vermogensbestanddelen verbeurd. Met andere woorden, de wettelijke sanctie op het achterhouden van goederen bij een verdeling van een gemeenschap is dat het recht op het aandeel in die gemeenschap komt te vervallen. Op grond van deze bepaling vordert eiser alsnog het aandeel van gedaagde.
Hof: geheim vermogen onderling verdeeld
Het hof overweegt dat gedaagde de Zwitserse bankrekeningen geheim heeft gehouden om te voorkomen dat eiser daar aanspraak op zou kunnen maken bij de verdeling van de erfenis. Hierdoor heeft zij inderdaad haar aandeel in het vermogen verbeurd. Bovendien levert dit een onrechtmatige daad op. Maar, zo vervolgt het hof, eiser heeft er destijds voor gekozen om dit geheime vermogen onderling te verdelen. Door het sluiten van de vaststellingsovereenkomst en het ontvangen van de helft van het geld (grotendeels cash overigens), heeft eiser bij gedaagde de indruk gewekt dat de kous hiermee af was. Hij kan daarom geen beroep meer doen op het verbeuren van het aandeel door gedaagde.
Vaststellingsovereenkomst nietig?
Eiser voert vervolgens aan dat de vaststellingsovereenkomst nietig is vanwege strijd met de goede zeden of de openbare orde. Met het sluiten van de overeenkomst is de moraliteit van gedaagde nihil en was er sprake van “gestolen goed”, aldus eiser. Het hof deelt deze zienswijze niet. Het stond partijen vrij om over het aan het licht gekomen vermogen een overeenkomst te sluiten, ter voorkoming en/of beëindiging van (tussen hen bestaande) onzekerheid of geschil. Het enkele feit dat gedaagde in eerste instantie immoreel en zelfs onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiser door het geld te verzwijgen, maakt de overeenkomst die nadien tussen partijen is gesloten niet in strijd met zeden of openbare orde. Eiser wist op dat moment namelijk van de hoed en de rand. Het is zijn keuze geweest met gedaagde een overeenkomst te sluiten in plaats van een civiele procedure te starten.