Overdrachtsverbod van vordering, pandrecht nog mogelijk?

Marco Guit Marco Guit 28 februari 2014 3 min

Het is gebruikelijk dat banken in ruil voor financiering zekerheid verlangen van een kredietnemer, bijvoorbeeld in de vorm van een pandrecht op vorderingen. Maar wat als nadien blijkt dat de kredietnemer in overeenkomsten met zijn opdrachtgevers heeft afgesproken dat hij zijn vorderingen op deze opdrachtgevers niet mocht overdragen aan derden? Kan de bank ondanks een dergelijk verbod wel een pandrecht verkrijgen? Advocaat gespecialiseerd in pandrecht Marco Guit legt uit.

Vordering overdragen: wanneer kan het?

Een schuldeiser en schuldenaar kunnen met elkaar overeen te komen dat een vermogensrecht, zoals een vordering, niet overdraagbaar is. Een dergelijk beding heeft in principe alleen zogenaamde obligatoire werking. Dit betekent dat een overdracht van (of de vestiging van een beperkt recht, zoals een pandrecht op) deze vordering strijdig is met dit beding en om die reden wanprestatie oplevert. De schuldeiser schiet in dat geval namelijk toerekenbaar tekort in zijn verplichting (de belofte om niet over te dragen) uit de overeenkomst (de verbintenis) ten aanzien van de schuldenaar.

Goederenrechtelijke werking: vordering niet overdraagbaar

Maar er is nog een tweede smaak. Op grond van artikel 3:83 lid 2 BW kan de overdraagbaarheid van vorderingsrechten door een beding tussen een schuldeiser en een schuldenaar ook met zogenaamde goederenrechtelijke werking worden uitgesloten. Er is geen sprake van beschikkingsonbevoegdheid, de vordering is simpelweg niet overdraagbaar. Overdracht in strijd met het beding resulteert in dat geval niet alleen in wanprestatie, maar de overdracht is daarnaast ook ongeldig. Dit geldt ook voor de vestiging van een pandrecht.

Verbodsbepaling: een kwestie van uitleg

Om te bepalen welke werking een verbodsbepaling toekomt, komt het aan op de uitleg van het beding. In een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam nam de rechter in lijn met eerdere uitspraken niet alleen de taalkundige betekenis in overweging maar woog ook de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de betreffende bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten mee. Het zogenaamde Haviltex-criterium. Alle omstandigheden van het geval zijn van betekenis. Deze omstandigheden worden gewaardeerd naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De rechtbank beoordeelde overeenkomsten van twee verschillende vennootschappen. In de meeste gevallen was sprake van obligatoire werking. De curator van de failliete vennootschappen kon in het laatste geval om die reden geen aanspraak maken op (terug)betaling van deze vorderingen. Er was immers geen geldig pandrecht tot stand gekomen ten behoeve van de bank.

AMS: advocaat gespecialiseerd in pandrecht

Heeft u vragen over de uitleg van (verbods)bepalingen in een contract of in algemene voorwaarden? Of wilt u advies over de vestiging van een pandrecht of andere zekerheidsrechten? Neem dan gerust contact met een van onze advocaten op.