Een vergeten beslag op een woning en een beslaglegger die niet meer bestaat: hoe op te lossen?
Hidde Reitsma In het kort
- Een probleem dat regelmatig voorkomt: kort voor verkoop blijkt er een vergeten beslag op een woning te liggen.
- In deze zaak bleef een executoriaal beslag uit 2010 vijftien jaar liggen, terwijl de beslaglegger al sinds 2019 niet meer bestond.
- De voorzieningenrechter verklaarde de inschrijving in mei 2026 waardeloos op grond van artikel 3:29 BW, maar verklaarde de eigenaresse niet-ontvankelijk tegen die vennootschap.
- Snelheid levert die route niet op: het vonnis kan pas worden ingeschreven zodra het in kracht van gewijsde is gegaan.
- Het alternatief is heropening van de vereffening, waarna een vereffenaar de verklaring alsnog afgeeft.
Een woning verkopen lukt niet als er nog een beslag op rust. Vervelender wordt het als dat beslag vijftien jaar oud is, de vordering vermoedelijk allang is voldaan en de partij die het legde niet meer bestaat. Wie geeft dan de verklaring af die het Kadaster nodig heeft? Daarvoor bestaan artikel 3:28 en artikel 3:29 BW. Een recent (niet gepubliceerd) kortgedingvonnis van de rechtbank Noord-Holland (C/15/376685 / KG ZA 26-185) laat zien hoe die route uitpakt. Advocaat Hidde Reitsma bespreekt de zaak.
De zaak: een beslag uit 2010 dat niemand meer kon doorhalen
Een bedrijf verkreeg in 2010 een veroordeling jegens een schuldenaar tot betaling van ruim € 32.000 en legde executoriaal beslag op de woning van de schuldenaar. Daarna gebeurde er niets meer: de schuldeiser executeerde niet en ook de bank nam de executie niet over. De schuldeiser ging in 2013 failliet en ook de curator volgde het beslag niet op; het faillissement werd in 2019 opgeheven, waarna de schuldeiser ophield te bestaan. De schuldenaar overleed in 2023. Zijn weduwe wilde de woning verkopen vanwege haar verhuizing naar een verzorgingstehuis en stuitte op het beslag. De voormalig curator kon de inschrijving niet zomaar doorhalen. De weduwe startte een kort geding tegen de schuldeiser om te komen tot doorhaling van het beslag.
De voorzieningenrechter schoot de weduwe te hulp. Weliswaar kan een rechtspersoon die niet meer bestaat geen procespartij zijn en werd de weduwe dus niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tegen de vennootschap, maar de rechter merkte haar wel als belanghebbende in de zin van artikel 3:29 lid 1 BW aan en verklaarde de inschrijving waardeloos.
Wat is een waardeloze inschrijving?
Is een inschrijving waardeloos, dan moet degene te wiens behoeve zij strekt op verzoek een schriftelijke verklaring van die waardeloosheid afgeven (artikel 3:28 lid 1 BW). Blijft die uit, dan verklaart de rechtbank de inschrijving waardeloos op vordering van de onmiddellijk belanghebbende (artikel 3:29 lid 1 BW). Waardeloos betekent: rechtens zonder enig belang, bijvoorbeeld omdat de vordering waarvoor beslag is gelegd is voldaan of is verjaard. Is het beslag van rechtswege vervallen, dan volstaat een eenvoudiger weg: de deurwaarder schrijft in dat het beslag is vervallen (artikel 513a Rv).
Wanneer is een oud beslag waardeloos?
Wie de waardeloosheid stelt, moet haar aannemelijk maken. Dat is geen formaliteit. Het hof Arnhem-Leeuwarden wees in deze zaak uit 2025 een vergelijkbare vordering af omdat niet vaststond dat achter het hypotheekrecht geen werkelijke schuld meer schuilging (r.o. 4.11).
In de hier besproken zaak telden vooral deze omstandigheden mee:
- Geen beslaglegger meer: de beslagleggende vennootschap bestaat sinds 2019 niet meer.
- Geen enkele executiehandeling: sinds de beslaglegging eind 2010 was niets ondernomen, terwijl partijen daarvóór juist uitvoerig hadden geprocedeerd.
- Geen andere schuldeisers: er kwam nooit een deurwaarder langs en de hypotheekhouder nam de executie niet over.
- Geen vordering in de administratie: de curator trof geen vordering op de schuldenaar aan en vond ook na eigen onderzoek geen bewijs daarvan.
Verjaring bood hier overigens geen uitkomst: een vordering uit een rechterlijke uitspraak verjaart pas na twintig jaar (artikel 3:324 BW) en beslaglegging stuit die verjaring. Na vijftien jaar stilzitten is de executiebevoegdheid dus niet vanzelf verdwenen. Het oordeel luidde dat de vordering teniet is gegaan en dat alleen is vergeten het beslag door te halen.
Waarom een kort geding hier weinig snelheid oplevert
Het spoedeisend belang zat in de verkoop van de woning. Toch was de waardeloosverklaring niet zonder meer de snelste route. Het vonnis dat de verklaring bevat kan namelijk pas worden ingeschreven als het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 3:29 lid 4 BW), en het is niet eenvoudig vast te stellen of dat het geval is bij een vonnis ten aanzien van een niet meer bestaande rechtspersoon. Vermoedelijk heeft de notaris die de woning leverde in dit geval het beslag met het vonnis in de hand doorgehaald, maar het is maar de vraag of dat kon. Praktisch was het natuurlijk wel.
Het alternatief: heropening van de vereffening
Een tweede route pakt het probleem meer bij de wortel aan. De rechtbank Den Haag heropende in deze beschikking uit 2022 de vereffening van een na faillissement verdwenen vennootschap met analoge toepassing van artikel 2:23c BW, juist om doorhaling van een hypothecaire inschrijving mogelijk te maken (r.o. 2.2). Een nagekomen bate was er niet, maar het tijdelijk herleven van de rechtspersoon was nodig voor die rechtshandeling. De benoemde vereffenaar kan daarna gewoon de verklaring van artikel 3:28 BW afgeven. AMS Advocaten schreef eerder over de heropening van een vereffening om een inschrijving te herstellen. In veel gevallen lijkt dit de aangewezen weg.
Hidde Reitsma
Advocaat bij AMS Advocaten
Hidde Reitsma is advocaat, curator en medeoprichter van AMS Advocaten. Hij is sinds 2002 advocaat en heeft bijna 20 jaar ervaring als curator in faillissementen. Hidde voltooide twee specialisatieopleidingen aan de Grotius Academie, waaronder de INSOLAD/Grotius-opleiding Insolventierecht (cum laude). Hij procedeert regelmatig bij de Ondernemingskamer en is gespecialiseerd in insolventierecht, ondernemingsrecht en erfrecht.
Bekijk het profiel van Hidde