Peremptoirstelling en akte niet dienen in hoger beroep: hoe zit het?

Thomas van Vugt Thomas van Vugt 19 april 2013 3 min

Als een partij in hoger beroep door de wederpartij peremptoir is gesteld, dan moet hij op de eerstvolgende rolzitting een memorie van grieven dienen. Doet hij dit niet op tijd dan vervalt deze mogelijkheid en zal hij door het Hof niet-ontvankelijk worden verklaard. Deze termijn voor dienen van de memorie is fataal. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen krijgt een procespartij toch nog een tweede kans. Dit volgt uit het Europese grondrecht op een eerlijk proces. Advocaat procesrecht Thomas van Vugt legt uit aan de hand van een recent arrest van de Hoge Raad.

Grieven in appeldagvaarding: mag, maar niet vereist

Het instellen van hoger beroep begint met het betekenen van een hoger beroep dagvaarding aan de wederpartij. In deze appeldagvaarding kunnen direct de inhoudelijke gronden van het beroep (de grieven) worden opgenomen maar dit is niet vereist. De grieven kunnen ook later worden ingediend. Als er een dagvaarding is ingediend bij het Hof zonder grieven, dan geeft het Hof aan de partij die in beroep is gegaan (de appellant) een termijn om alsnog de gronden in te dienen. Deze termijn wordt telkens verlengd totdat de wederpartij de appellant een brief (of e-mail) stuurt waarin hem wordt verzocht op de volgende rolzitting daadwerkelijk de grieven in te dienen. Deze aanzegging noemen we een peremptoirstelling.

Schriftelijke peremptoirstelling

Laat de appellant na peremptoir te zijn gesteld vervolgens na om van gronden in te dienen, dan zal het Hof op de rolzitting doorgaans akte verlenen dat de appellant niet tijdig van grieven heeft gediend (akte niet dienen). Vervolgens zal het Hof arrest wijzen (uitspraak doen) waarin de appellant niet-ontvankelijk wordt verklaard. Het hoger beroep komt daardoor tot een einde ook al heeft er nog geen inhoudelijke beoordeling van de zaak plaats gevonden. Een dergelijke gang van zaken is heel bezwaarlijk voor de appellerende partij die wellicht goede gronden had tegen het vonnis in eerste aanleg. Het is dus essentieel de termijnen goed in de gaten te houden. Want tegen een niet-ontvankelijk verklaring door het Hof kan in principe niets meer gedaan worden. Enkel in uitzonderlijke gevallen, zoals de zaak die hierna besproken wordt.

Hoge Raad: bijzondere omstandigheden

De zaak waarin de Hoge Raad arrest heeft gewezen gaat over een uitspraak van het Hof waarin de appellant niet-ontvankelijk is verklaard omdat zijn advocaat niet op tijd van grieven had gediend. De Hoge Raad overweegt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden zodat de appellant alsnog in de gelegenheid moet worden gesteld de grieven bij het Hof in te dienen. De appellant had namelijk nooit de brief van de wederpartij ontvangen waarin de peremptoirstelling was aangezegd. Daarnaast kon de advocaat van de appellant ook niet via het normalitair online toegankelijke roljournaal (waarin alle rolhandelingen per rechtszaak worden aangegeven) van deze peremptoirstelling kennisnemen. Het ongelukkige toeval wil namelijk dat het roljournaal in de periode dat dit speelde tijdelijk uit de lucht was.

Artikel 6 EVRM: effectieve toegang tot civiele rechter

De Hoge Raad overweegt dat deze samenloop van omstandigheden, tegen de achtergrond van het in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens gewaarborgde recht op een effectieve toegang tot de civiele rechter, niet voor risico van de appellant dient te komen. De zaak wordt terugverwezen naar het Hof zodat er alsnog een inhoudelijke beoordeling van de zaak kan plaatsvinden.