Executie na schending verbod in kort geding terecht? AMS legt uit!

Thomas van Vugt Thomas van Vugt 29 april 2020 3 min

Aan een gerechtelijke veroordeling kan de rechter een boete verbinden. Bijvoorbeeld aan een verbod om iets te doen. Overtreedt een partij dit verbod, dan kan de wederpartij de boete opeisen. Meestal is het voor partijen duidelijk wanneer een verbod wordt geschonden, maar soms ontstaat hierover weer een nieuw geschil, zeker als de boete wordt ingevorderd. De vraag of een vonnis wel of niet is geschonden, kan in een executiegeschil aan de Voorzieningenrechter worden voorgelegd. Advocaat procesrecht Thomas van Vugt legt uit.

Verbod op toegang e-mailaccounts gedaagde

In een recent executiegeschil speelde het volgende. Gedaagde was een directeur van BV X. Zij is door eiser (haar voormalig werkgever en tevens ex-partner) beschuldigt van fraude en nadien ontslagen. Partijen zijn verwikkeld in meerdere juridische procedures. In een eerder kort geding heeft de rechter eiser o.m. verboden om zich toegang te verschaffen tot de e-mailaccounts en privédocumenten van gedaagde. Op overtreding van dit verbod is een fikse boete gesteld. De rechter heeft wel uitdrukkelijk bepaald dat het verbod een onafhankelijk fraudeonderzoek niet in de weg staat.

Opeisen verbeurde boetes

Eiser heeft op een gegeven moment toch informatie afkomstig uit de e-mailaccounts van gedaagde door gespeeld naar een derde, te weten een onderzoeksbureau. Hierop heeft gedaagde de dwangsom opgeëist en heeft executiemaatregelen genomen (inning van de dwangsom door een deurwaarder). Nu vordert eiser staking van de executie. Volgens eiser valt het doorspelen van de informatie onder de uitzondering die de rechter in het eerdere kortgeding heeft uitgesproken. Hij zou geen boetes zijn verbeurd en de executie is onrechtmatig, aldus eiser.

Schending verbod door eiser?

De vraag in dit executiegeschil is of eiser het eerdere kort geding vonnis heeft geschonden en aldus de boete is verbeurd. Bij deze beoordeling moet de rechter uitgaan van de uitleg die de vorige rechter aan het vonnis heeft gegeven. Hij mag geen eigen oordeel over de juistheid van dat vonnis geven. Daarvoor dient immers het hoger beroep.

Uitleg kwalificatie onafhankelijk onderzoeksbureau

Gedaagde stelt dat het onderzoeksbureau niet voldoet aan de door de eerdere rechter gegeven kwalificatie. Anders gezegd, van de uitzondering op het verbod is geen sprake. De rechter overweegt dat onder de aanduiding “onafhankelijk bureau” niet slechts moet worden begrepen een onderzoekende instantie die onafhankelijk van partijen opereert. Ook zal deze onderzoekende instantie voldoende statuur, en voldoende onderzoekservaring en kennis van adequaat forensisch onderzoek op het gebied van fraude moeten bezitten.

Onderzoeksbureau geen kennis en ervaring

De Voorzieningenrechter is het met gedaagde eens. Allereerst moet er ernstig getwijfeld worden aan de vereiste onafhankelijkheid bij het door eiser ingeschakelde onderzoeksbureau. Daarnaast is niet gebleken dat dit bureau relevante onderzoekservaring en kennis op het gebied van forensisch onderzoek bezit. Tot slot schort het aan zorgvuldigheid bij het opstellen van de “onafhankelijke” rapportage. Zo is het concept niet aan gedaagde voorgelegd en is zij niet in de gelegenheid gesteld te reageren.

Executie rechtmatig; vordering tot staking afgewezen

Kortom, eiser heeft in strijd met het eerdere vonnis informatie doorgespeeld die afkomstig is van de e-mailaccounts van gedaagde. Hierdoor heeft hij het verbod overtreden en zijn de door gedaagde ingezette executiemaatregelen terecht en rechtmatig. De vordering om de executie te staken wordt dan ook afgewezen.