Een vonnis herroepen. Hoe werkt het en wanneer kan het?

Hidde Reitsma Hidde Reitsma 22 juni 2018 3 min

Als geen verzet of hoger beroep tegen een vonnis wordt ingesteld krijgt het vonnis ‘kracht van gewijsde’. Feitelijk betekent dat dat het vonnis definitief wordt. Dan valt tegen een veroordeling niets meer te doen. Er zijn echter omstandigheden denkbaar die kunnen maken dat dat onaanvaardbaar is. Voor die gevallen voorziet het Wetboek van Rechtsvordering in de mogelijkheid tot het herroepen van een vonnis. Advocaat procesrecht Hidde Reitsma legt aan de hand van twee recente uitspraken uit hoe herroeping werkt en wat de risico’s van het instellen van zo’n vordering kunnen zijn.

Gronden voor herroeping in de wet

Artikel 382 Rv. bepaalt dat een vonnis kan worden herroepen in de drie gevallen. Herroeping kan plaatsvinden als het vonnis berust op bedrog dat door de wederpartij in de procedure is gepleegd, als het is gebaseerd op stukken waarvan de valsheid na het vonnis is erkend of indien een partij na het vonnis stukken in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij zijn achtergehouden. Eis is wel dat het vonnis definitief is, anders moet er hoger beroep of verzet tegen het vonnis worden ingesteld.

Hoe kan een vonnis worden herroepen?

De wet zegt dat een vonnis kan worden herroepen ‘op vordering van een partij”. Dat betekent dat deze partij via een dagvaarding een vordering tot herroeping van het vonnis moet instellen. De vordering tot herroeping moet worden behandeld door de rechter die over de vordering het laatst een oordeel heeft geveld.

Voorbeeld herroeping vonnis

Onlangs diende een zaak voor de rechtbank Rotterdam waarin een partij herroeping van een vonnis vorderde. Wat speelde hier? Een partij was in een verstekvonnis veroordeeld tot betaling van openstaande facturen. De partij die herroeping vorderde beriep zich erop dat er eerder facturen waren verzonden voor dezelfde werkzaamheden welke facturen wel waren voldaan. Hierdoor zou sprake zijn van bedrog. De wederpartij weet deze stelling vervolgens te ontkrachten door onderbouwd aan te geven dat het hier om facturen van een eerdere fase ging en dat die facturen, in lijn met de afspraken, wel gewoon waren voldaan. De facturen in kwestie stonden echter nog gewoon open. Van enig bedrog was dus geen sprake.

Bedrog niet aangetoond? Geen herroeping

De rechtbank oordeelde hier dat het vonnis niet kon worden herroepen omdat van enig bedrog niets was gebleken. Los daarvan klopte het verstekvonnis ook gewoon zodat de vordering tot herroeping van het vonnis werd afgewezen. De vordering tot herroeping werd dus afgewezen.

Pas op voor reële proceskostenveroordeling!

Uit de aard van het rechtsmiddel volgt dat herroeping niet zo maar aan de orde kan zijn. Het is namelijk voor de rechtszekerheid van belang dat een vonnis op enig moment definitief wordt. Soms zie je dat een partij een vonnis probeert te herroepen terwijl op voorhand eigenlijk duidelijk is dat een dergelijke vordering kansloos is. Het gerechtshof Den Haag oordeelde in een dergelijk geval dat de partij die (kansloze) herroeping van een beschikking vorderde alle proceskosten van de wederpartij moest betalen. Normaal voorziet een proceskostenveroordeling alleen in de vergoeding van een forfait aan proceskosten. Alleen als een partij het heel bont maakt moet hij alle proceskosten van de andere partij betalen. Het hof vond dat dat hier zo was.

Advocaat bij herroepen vonnis

Het is dus aan te bevelen alleen herroeping van een vonnis te vorderen als dat een of enige kans van slagen heeft. Anders loop je als partij het risico dat je alle kosten van de wederpartij moet betalen.